Transplantatie hart

Als het hart te weinig pompkracht heeft om het lichaam van genoeg bloed te voorzien en medicatie of operatie niet meer helpt, is een harttransplantatie nodig. Deze situatie kan ontstaan na een (groot) hartinfarct, door een hartziekte of een virusinfectie.

De resultaten van een harttransplantatie zijn positief. Na een geslaagde transplantatie en een probleemloos herstel na de operatie kan iemand een vrijwel normaal bestaan leiden en meedoen aan het maatschappelijke leven. De overleving na een transplantatie is sterk verbeterd. De kans om 10 jaar na transplantatie nog in leven te zijn is 50 procent.

  • Omdat een harttransplantatie een operatierisico en de kans op (chronische) afstoting en/of een infectie en levenslang medicatiegebruik met zich meebrengt zijn er strenge richtlijnen opgesteld waaraan iemand moet voldoen om voor een harttransplantatie in aanmerking te komen.

    Deze richtlijnen zijn:

    • Er is sprake van (een) eindstadium hartfalen, met andere woorden er is geen andere behandeling meer mogelijk.
    • Er bestaan ernstige klachten; Er is een beperkte levensverwachting;
    • Er zijn geen andere lichamelijke aandoeningen die een bezwaar vormen voor een transplantatie;
    • Indien u rookt, moet u stoppen met roken.

    Therapietrouw (bijvoorbeeld ten aanzien van het stoppen met roken of het innemen van medicijnen) is van zeer groot belang.

    Op basis van deze criteria besluit het harttransplantatieteam of u wel of niet in aanmerking komt voor een harttransplantatie. Verwijzing naar de transplantatiecardioloog gebeurt door uw cardioloog.


  • Als de uitslagen van de screening binnen zijn volgt opnieuw een bespreking.
    In dit gesprek bespreekt het team de mogelijkheden en beperkingen van een harttransplantatie uitgebreid. Als het harttransplantatieteam u een geschikte kandidaat vindt, wordt u op de wachtlijst geplaatst bij Eurotransplant in Leiden. Dat is een organisatie waarin verschillende Europese landen samenwerken en waar alle donoren worden aangemeld. De meldkamer van de ambulance is op de hoogte van het feit dat u ambulancevervoer nodig heeft op een niet van te voren te bepalen tijdstip.

    U brengt de wachttijd thuis door. In deze tijd komt u regelmatig op de polikliniek van het UMCG voor controle. De mogelijkheid om in het revalidatiecentrum Beatrixoord te verblijven zal overwogen worden als dit nodig blijkt te zijn.
    De wachtijdfase is ook voor uw partner en familie een spannende tijd. Het is verstandig met uw partner of familie goede afspraken te maken voor de periode rondom de transplantatie.

    In de wachttijd is het belangrijk dat uw conditie met behulp van training (met bijvoorbeeld een hometrainer), voeding en medicamenten zo goed mogelijk blijft.
    Bij ernstige infecties kan het voorkomen dat u tijdelijk niet geschikt bent voor een transplantatie. Zodra de infecties over zijn, bent u weer transplantabel.

    Steunhart als overbrugging

    Als u hartfalen in een vergevorderd stadium heeft en op de wachtlijst voor een harttransplantatie wordt geplaatst, kunt u in principe ook in aanmerking komen voor de implantatie van een steunhart als overbrugging tot er een hart beschikbaar komt.


  • Voorafgaand aan een mogelijke harttransplantatie vindt een zogenaamde screening plaats. Tijdens de screening wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Cardiologie van het Hartcentrum voor het doen van onderzoeken. De opname duurt afhankelijk van uw conditie ongeveer 2 weken.

    Het doel van deze fase is uit te zoeken of u een geschikte kandidaat bent voor een harttransplantatie. De uitslagen van de onderzoeken, uw eigen motivatie en de eventuele aanwezigheid van andere specifieke problemen zijn hierin bepalend.

    Er wordt nagegaan of:

    • er medische bezwaren zijn tegen een transplantatie;
    • er specifieke problemen zijn die extra aandacht vragen bij of na een transplantatie.

    De onderzoeken zijn gericht op het functioneren van uw hart en op de beoordeling van andere organen, zoals longen, lever, nieren en botten. Ook wordt geprobeerd mogelijke infectiebronnen op te sporen. U bezoekt daarom de tandarts en de keel-, neus- en oorarts. Vrouwelijke patiënten bezoeken ook de gynaecoloog.

    U en uw naaste familie maken in deze fase ook kennis met de leden van het harttransplantatieteam. Als u behoefte heeft om de afdelingen waarmee u te maken krijgt te bezoeken (bijvoorbeeld de Thorax Intensive Care) dan kunt u een afspraak maken met de verpleegkundig specialist.

    Onderzoeken

    Tijdens de screeningsfase vinden de volgende onderzoeken plaats:

    • electrocardiogram (ECG)
    • onderzoek naar de pompfuncite van het hart, de MUGA-scan
    • tweedimensionaal echo van het hart
    • hartkatheterisatie
    • VO2max: O2max is een onderzoek waarbij u zich inspant op een loopband. Het onderzoek geeft een beeld van uw lichamelijke conditie en uithoudingsvermogen.
    • spirometrie: dit is een onderzoek waarbij het longvolume, de ademarbeid en de rekbaarheid van uw longen wordt bepaald. U krijgt een knijper op uw neus en moet via een slang in uw mond zo diep mogelijk in- en uitademen.
    • thoraxfoto
    • onderzoek van de mond: de kaakchirurg controleert uw gebit, kaken en tandvlees om ontstekingshaarden op te sporen. Hierbij worden röntgenfoto’s van het gebit gemaakt.
    • onderzoek van keel, neus en oren: de KNO-arts controleert uw keel, neus en oren op mogelijke ontstekingen. Er worden röntgenfoto’s gemaakt van de voorhoofdsholte en de neusbijholten.
    • gynaecologisch onderzoek: bij vrouwen vindt er een gynaecologisch onderzoek plaats naar eventuele abnormale bloedingen en ontstekingshaarden.
    • Kweken: Er worden diverse kweken (neus, urine, ontlasting en zonodig andere) bij u afgenomen om te kijken of er sprake is van een infectie. Wanneer u een infectie heeft zal die worden behandeld.
    • bloedonderzoek: Uw bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van verschillende bacteriën en virussen.
    • mantoux: U zult een mantoux-prik krijgen om te kijken of u besmet bent met TBC.
    • pneumovax: U krijgt een pneumovaxinjectie om te voorkomen dat u een longontsteking of een bacteriële infectie krijgt.
    • botdensitometrie: Bij een botdensitometrie wordt het kalkgehalte van het botweefsel gemeten om de botdichtheid vast te stellen. Dit gebeurt met behulp van röntgenstralen.
    • röntgenfoto's van de wervelkolom: Er worden röntgenfoto’s gemaakt om de vorm en de stand van de wervelkolom te bekijken. Het is op deze manier mogelijk inzakking van de wervels ten gevolge van botontkalking op te sporen.
    • echo van de buik en nieren: Dit onderzoek wordt op dezelfde manier gedaan als de echo van uw hart, maar nu worden uw buikorganen in beeld gebracht.
    • bloedonderzoeken: Behalve het bepalen van uw bloedgroep en resusfactor is het ook nodig andere bloedwaarden te bepalen. Uw bloed zal daarom regelmatig worden geprikt. Meestal gebeurt dat door de laboratoriumdienst ’s morgens om ongeveer half negen.
    • onderzoek van urine en ontlasting: De urine wordt gecontroleerd op hoeveelheid en samenstelling. De ontlasting wordt gedurende drie dagen onderzocht.

  • De transplantatie bestaat uit twee fases: de oproep en daarna mogelijk de daadwerkelijke operatie.

    De oproep

    Als er een donorhart beschikbaar is, roept de arts u op via de mobiele telefoon en gaat u met de ambulance naar het ziekenhuis. Vanaf dat moment mag u niet meer eten en drinken. U moet de mobiele telefoon tijdens de rit aan laten staan. Soms wordt de transplantatie op het laatste moment afgelast.

    Bij aankomst in het UMCG gaat u naar de Intensive Care voor Volwassenen (ICV) of de Hartbewaking. De verpleegkundige vraagt u of de procedure rondom de operatie duidelijk is en informeert u nog een keer over de transplantatie en de verdere gang van zaken. Op de afdeling worden nog een paar onderzoeken gedaan, zoals een bloedonderzoek. Ook worden een hartfilm en een borstkasfoto gemaakt. Uw bloeddruk, pols en temperatuur worden opgenomen en u wordt gewogen. Vervolgens gaat een cardioloog u nauwkeurig lichamelijk onderzoeken.

    Daarna wordt definitief besloten of uw conditie goed genoeg is om de operatie te ondergaan. Vervolgens wordt u geschoren en krijgt u (als dat nodig is) een laxeermiddel toegediend. Als u al opgenomen bent in het UMCG wordt de voorbereiding op de verpleegafdeling gedaan.

    Op de operatiekamer wacht u op de telefonische melding dat het donorhart is goedgekeurd voor transplantatie. Tot dat moment moet u er nog steeds rekening mee houden dat de transplantatie niet kan doorgaan!

    De operatie

    De operatie duurt gemiddeld tussen de vier en vijf uur. Per persoon kan de operatietijd verschillen, dit is afhankelijk van de conditie en ernst van de hartziekte.

    De operatie begint met het verwijderen van het zieke hart. Er wordt een snede gemaakt door het borstbeen. Het borstbeen wordt gespreid en het zieke hart wordt eruit gehaald. Gedurende de periode dat u geen hart heeft wordt uw bloed via een bloedsomloopmachine rond gepompt door uw lichaam. De bloedvaten, die het hart van bloed voorzien of het bloed afvoeren, worden voorbereid voor verbinding met het nieuwe hart. Ook wordt het nieuwe hart nogmaals geïnspecteerd en klaargemaakt voor inplanting (implantatie).

    Tijdens de implantatie wordt het nieuwe hart met alle aan- en afvoerende bloedvaten van het oude hart verbonden en wordt de bloedsomloop met het nieuwe hart hersteld.
    Als de operatie bijna klaar is, wordt een pacemaker (meestal tijdelijk) met uitwendige draden ter ondersteuning van het nieuwe hart ingebracht. Ook blijven een paar slangen voor de afvoer van wondvocht (drains) achter. De draden en de slangen doen geen pijn. Daarna wordt de wond gesloten met hechtingen.

    Na afloop van de operatie gaat u naar de ICV. Tijdens de operatie kunnen uw partner en/of familie wachten in de familiekamer. De anesthesist die de operatie begeleidt, houdt uw familie op de hoogte. Na de operatie heeft de chirurg een kort gesprek met uw familie. Daarna kan de familie u bezoeken op de intensive care


  • Na de operatie volgt de periode van herstel. De eerste tijd bent u nog in het ziekenhuis opgenomen. Daarna volgt de periode van revalidatie. Om te kijken of het lichaam uw nieuwe hart goed accepteert worden regelmatig biopten genomen.

    Intensive Care Volwassen
    Na de operatie gaat u naar de Intensive Care Volwassen (ICV). U wordt beademd en ligt aan de bewakingsmonitor. U krijgt via een infuus vocht toegediend en via andere slangen wordt wondvocht en overtollig maagsap afgevoerd. U heeft ook een beademingsbuisje in uw keel, waardoor u niet kunt praten.

    De beademingsbuis en enkele slangen worden, zodra uw situatie dat toestaat, verwijderd. Andere slangen en het infuus in uw arm houdt u nog een tijdje. De lengte van uw verblijf op de Intensive Care kan variëren en is afhankelijk van uw conditie.

    Vanaf de Intensive Care gaat u naar de afdeling Hartbewaking totdat u geen bewaking en/of extra zorg meer nodig heeft. Zodra uw conditie het toelaat, wordt u overgeplaatst naar de verpleegafdeling. Daar komt op een eenpersoonskamer te liggen. De eerste weken na de operatie kunt u zich behoorlijk moe voelen. Het is dan verstandig om niet te veel bezoek te ontvangen. Het is goed mogelijk dat u informatie uit uw geheugen over de opname op de Intensive Care kwijt bent, of dat uw korte termijngeheugen tijdelijk minder goed functioneert.

    De fysiotherapeut begeleidt u na de operatie om uw conditie te versterken. Een dag of vier na de operatie begint u onder zijn begeleiding met de eerste oefeningen om uw spieren sterker te maken


  • Na de transplantatie is het noodzakelijk dat u verschillende soorten medicijnen gebruikt. Op de verpleegafdeling leert u wanneer u welk medicijn moet innemen. U gaat de medicijnen langzamerhand zelf beheren.

    Zodra u na de harttransplantatie naar huis gaat, is het belangrijk dat u dagelijks een aantal lichaamscontroles uitvoert. Zo kunt u vroegtijdig een infectie of afstoting signaleren, uw lichamelijke conditie goed in de gaten houden en eventuele bijwerkingen van de medicatie signaleren. Dit is onder andere van belang omdat u medicatie gebruikt die de natuurlijke afweer onderdrukt. Na de operatie zal een verpleegkundige u leren deze controles op de juiste wijze te doen. U leert zelf uw bloeddruk te meten en andere lichaamscontroles te verrichten.

    De controles hebben de volgende doelen:

    • Vroegtijdig een infectie of een afstoting te signaleren;
    • Uw lichamelijke conditie in de gaten te houden;
    • Een goed overzicht te hebben van uw medicijngebruik;
    • Eventuele bijwerkingen van medicijnen te signaleren.

    U controleert en noteert dagelijks uw temperatuur, pols, bloeddruk en gewicht.


Leefstijl en revalidatie na de transplantatie

Door een transplantatie verandert uw leven. U kunt dingen die u eerder niet kon. Maar u moet ook met veel zaken rekening houden. Lees meer over leven na een transplantatie.

Heeft u nog vragen?

Bel of mail naar polikliniek Hart en Vaten. Bellen kan van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.