Harttransplantatie

Bij een harttransplantatie krijgt iemand een donorhart, omdat het eigen hart niet goed meer werkt.

Een harttransplantatie is een zogenaamde hartfunctievervangende behandeling. Dat betekent dat een donorhart het werk van het eigen hart overneemt. Een donorhart komt van een overleden donor.

Wanneer een harttransplantatie?

Als iemand ernstig hartfalen heeft en er geen andere behandeling meer mogelijk is, kunnen we soms een harttransplantatie doen. Bij hartfalen heeft het hart te weinig pompkracht om het lichaam van bloed te voorzien.

Soms combineren we een harttransplantatie, bijvoorbeeld met een longtransplantatie of een levertransplantatie. Dan krijgt u een harttransplantatie samen met een longtransplantatie. Of een harttransplantatie samen met een levertransplantatie. Dit heet een gecombineerde transplantatie. De arts bespreekt dit uitgebreid met u.

Een transplantatie is een zware operatie. Uw lichamelijke en geestelijke conditie moet daarom goed genoeg zijn.

Eerste gesprek

Een specialist kan u voor een harttransplantatie verwijzen naar het UMCG. U heeft dan een eerste gesprek met een cardioloog. Het is goed om thuis al uw vragen op te schrijven. Dan vergeet u niets tijdens de afspraak. Neem ook iemand mee naar de afspraak: 2 horen meer dan 1. U krijgt uitgebreid uitleg over de harttransplantatie en de tijd erna. Ook bespreken we samen zaken zoals:

  • uw conditie en of u nog andere aandoeningen heeft
  • welke medicijnen u moet gebruiken na de transplantatie en hoe
  • als u rookt moet u daarmee stoppen, anders kunt u geen harttransplantatie krijgen

We bespreken of een harttransplantatie voor u de beste behandeling lijkt. Als dit zo is, spreken we af wanneer u voor de screening naar het ziekenhuis komt. Soms heeft iemand niet een eerste gesprek, maar komt die rechtstreeks uit een ander ziekenhuis naar het UMCG voor een screening. Dit heet een overplaatsing. Na de screening weten we of een transplantatie de beste behandeling voor u is.

Screening

Voor de screening nemen we u 1 tot 2 weken op op de verpleegafdeling Cardiologie van het Hartcentrum. We doen dan verschillende onderzoeken. Zo krijgen we een goed beeld van de ernst van het hartfalen. Mogelijke onderzoeken zijn:

Ook kijken we naar mogelijke problemen waardoor een transplantatie niet mogelijk is. Bijvoorbeeld als de nieren, lever of longen niet goed werken.

Gesprek maatschappelijk werker

U heeft tijdens de screening ook een gesprek over uw persoonlijke situatie met de maatschappelijk werker. Neem iemand mee naar dit gesprek, bijvoorbeeld uw partner. U en uw naasten maken dan ook kennis met het harttransplantatieteam.

Na het gesprek en de onderzoeken bespreken we met u de voorlopige uitslag van de screening. Als we alle onderzoeksresultaten hebben besproken, belt de transplantatiecardioloog u om u te vertellen of een transplantatie de beste behandeling voor u is.

Wachttijd harttransplantatie

Als een transplantatie de beste behandeling voor u is, melden we u aan voor de wachtlijst van Eurotransplant. Dit is een internationale organisatie die aangeboden organen en weefsels verdeelt volgens vastgestelde regels.

Bekijk hoe de donormelding in zijn werk gaat.

Hoe lang de wachttijd is, verschilt per patiënt. De wachttijd kan daarom een onzekere periode zijn voor u en uw naasten. U kunt binnen een paar weken, maar ook pas na jaren opgeroepen worden. Dit hangt af van uw bloedgroep, lengte, en de ernst van uw ziekte.

Vanaf het moment dat u op de wachtlijst staat, komt u onder controle bij het harttransplantatieteam. Als u nieuwe problemen met uw gezondheid krijgt of vragen over uw gezondheid of behandeling heeft, kunt u bij het team terecht.

In de wachttijd is het belangrijk dat u zo fit mogelijk blijft. Trainen op uw niveau, de juiste voeding en medicijnen kunnen daarbij helpen.

Steunhart

Als iemand ernstig hartfalen heeft en wacht op een harttransplantatie, implanteren we soms een tijdelijk steunhart. U houdt dit steunhart dan totdat er een donorhart voor u beschikbaar komt.

Als u wacht op een donorhart is het heel belangrijk dat wij u altijd kunnen bereiken: 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Dus overdag, 's avonds en 's nachts. Let op: u kunt door een afgeschermd of anoniem nummer gebeld worden. Het is belangrijk dat u ook dan opneemt.

Harttransplantatie stap voor stap

  1. Als er een donorhart voor u is, dan belt de arts u. Dit gebeurt vaak onverwacht, dus het is belangrijk dat we u altijd kunnen bellen. Let op: u kunt door een afgeschermd of anoniem nummer gebeld worden. Het is belangrijk dat u ook dan opneemt.

    Een ambulance komt u ophalen om u naar het UMCG te brengen. U mag niets meer eten en drinken. Er mag 1 persoon met u mee in de ambulance.

  2. Meestal gaat u naar de Hartbewaking. Zodra u in het UMCG bent, bereiden we u voor op de operatie. We prikken bloed voor onderzoek. Ook maken we een hartfilmpje en een thoraxfoto. De cardioloog onderzoekt u. Als u al opgenomen bent in het UMCG, gebeurt de voorbereiding op de verpleegafdeling.

    Vaak moet u nog wachten op de operatie. Bijvoorbeeld omdat:

    • het hart nog naar het UMCG moeten komen
    • het hart nog wordt voorbereid op de operatie

    Als de transplantatie niet doorgaat

    Het kan zijn dat een transplantatie niet doorgaat. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat:

    • het donorhart niet goed genoeg is om te transplanteren
    • we bij het onderzoek bij u nieuwe gezondheidsproblemen ontdekken
  3. Als de transplantatie doorgaat, brengen we u naar de operatiekamer. Voor deze operatie gaat u onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in de arm.

    De chirurg maakt eerst een snee in het borstbeen. Daarna spreiden we het borstbeen en halen het zieke hart weg. We sluiten u aan op een hartlongmachine die uw bloed tijdelijk door uw lichaam pompt. De bloedvaten die het bloed aan- en afvoeren bereiden we voor op het nieuwe hart, zodat we ze goed kunnen verbinden. We controleren het donorhart nog een keer en maken het klaar voor implantatie.

    Tijdens de implantatie verbinden we alle aan- en afvoerende bloedvaten van het oude hart aan het nieuwe hart. Zo zorgen we ervoor dat de bloedsomloop weer op gang komt. U krijgt een tijdelijke pacemaker die het nieuwe hart ondersteunt. Als de operatie klaar is, hechten we de wond.

    Een harttransplantatie duurt ongeveer 6 uur. Hoe lang de operatie precies duurt, hangt af van uw situatie. Als u een steunhart heeft duurt de operatie langer, soms wel 12 uur.

  4. Na een harttransplantatie blijft u meestal 4 tot 6 weken in het ziekenhuis.

    Op de Intensive Care Volwassenen (ICV)

    Na de transplantatie gaat u naar de Intensive Care Volwassenen (ICV). Uw naasten horen van de chirurg hoe de operatie is gegaan. Daarna kunnen zij u bezoeken op de ICV. Meestal blijft u een paar dagen op de ICV, maar dit kan ook korter of langer duren.

    Wanneer u wakker wordt, heeft u:

    • verschillende infusen om u vocht en medicijnen te geven
    • een beademingsbuis
    • verschillende slangetjes om wondvocht, urine en maagsap af te voeren
    • draden van de pacemaker

    Door de beademingsbuis in uw keel kunt u niet praten. Hoe lang deze in uw keel blijft, hangt af van wanneer u weer zelf kan ademhalen.

    Vanaf de ICV gaat u naar de Hartbewaking.

    Op de verpleegafdeling

    Als alles goed gaat en u geen bewaking of extra zorg meer nodig heeft, kunt u naar de verpleegafdeling. We doen regelmatig een hartbiopsie om in de gaten te houden of uw lichaam het nieuwe hart goed accepteert en niet 'afstoot'.

    Na de operatie begint u voorzichtig met oefeningen om uw spieren sterker te maken. De fysiotherapeut begeleidt u hierbij. Het is goed voor uw herstel om zo snel mogelijk weer te bewegen.

    U bent na de transplantatie nog erg moe. Ook kan het zijn dat uw geheugen minder goed werkt. Te veel bezoek is dan niet verstandig.

    Tijdens uw opname krijgt u informatie over uw medicijnen en hoe u die inneemt. U moet voor de rest van uw leven verschillende medicijnen slikken, bijvoorbeeld tegen afstoting. Het is erg belangrijk dat u de medicijnen elke dag goed inneemt. Dit bespreken we ook uitgebreid met u tijdens uw revalidatieperiode na uw opname.

    U heeft een ontslaggesprek met de verpleegkundig specialist. In dit ontslaggesprek bespreken we bijvoorbeeld hoe u uw gezondheid in de gaten houdt. Dit is belangrijk omdat veranderingen in uw lichamelijke conditie en problemen met uw gezondheid bijvoorbeeld iets zeggen over een infectie, afstoting van het nieuwe hart of bijwerkingen van de medicijnen.

  5. U gaat na uw opname voor hartrevalidatie naar het UMCG Centrum voor Revalidatie.

  6. Na de transplantatie komt u voor controle naar het UMCG. De eerste 4 weken heeft u elke week een hartbiopsie. Zo kunnen we zien of uw lichaam het nieuwe hart niet afstoot. U krijgt de biopsieën ochtends vroeg. Als alles goed gaat kunt u een uur na de hartbiopsie weer naar huis. Ook krijgt u bloedonderzoek en bespreken we mogelijke klachten.

    Als alles goed gaat, krijgt u in de periode daarna 1 keer in de 2 weken een hartbiopsie. Daarna 1 keer in de maand. En daarna 1 keer in de 2 maanden.

    1 jaar na de harttransplantatie doen we de laatste hartbiopsie. We meten dan ook de druk in het nieuwe hart en we onderzoeken de kransslagvaten. En u krijgt een hartecho en een thoraxfoto.

    Na het eerste jaar komt u voor controle naar de polikliniek Hart en Vaten. Hier heeft u 1 keer in de 3 tot 4 maanden een controle bij de cardioloog of de verpleegkundig specialist. Hoe vaak u voor controle komt hangt af van uw situatie.

  • Bij elke operatie kunnen er problemen zijn. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties na een harttransplantatie zijn:

    • het niet goed werken van het nieuwe hart
    • bloeding
    • infecties
    • hersenschade
    • delier
    • nierproblemen
    • overlijden

    Ook na de transplantatie kunt u nog problemen hebben, zoals:

    • bijwerkingen door de medicijnen, zoals darmklachten, suikerziekte (diabetes), trillen, huidkanker, hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol
    • zwaarder worden
    • stemmingswisselingen
    • moeheid

    Afstoting van het donorhart

    Soms accepteert uw lichaam het donorhart niet. Dit heet afstoting. Dat kan voorkomen in de eerste maanden na de transplantatie (acute afstoting) of nog veel later (chronische afstoting). Daarom krijgt u medicijnen tegen afstoting na de transplantatie. Die medicijnen slikt u voor de rest van uw leven. Afstoting komt vaker voor en is goed te behandelen.

    Wanneer bellen?

    Ook als u voorzichtig bent, kunt u toch te maken krijgen met afstoting of een infectie. Bel dan zo snel mogelijk het transplantatieteam. Zo kunnen we voorkomen dat de schade aan de donorhart erger wordt. Bel ons meteen als u 1 of meer van deze klachten heeft:

    • hartritmestoornissen
    • koorts, een temperatuur hoger dan 38 °C
    • infectie aan de wond na de operatie
    • infecties aan het hart, urinewegen (nieren, urineleiders, blaas of plasbuis) of de huid
    • buikloop of diarree

    Bellen kan op werkdagen tussen 8.00 en 16.30 uur met polikliniek Hart en Vaten, op het telefoonnummer (050) 361 29 15.

    Buiten kantoortijden en in het weekend belt u met het algemene ziekenhuisnummer (050) 361 61 61. Vraag naar de cardioloog die dienst heeft.

  • De resultaten van een harttransplantatie zijn positief. Na een geslaagde transplantatie en een goed herstel na de operatie kan iemand een vrijwel normaal bestaan leiden en meedoen aan het maatschappelijke leven. De gemiddelde levensverwachting na een hartransplantatie is ongeveer 15 jaar.

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er problemen zijn. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties na een harttransplantatie zijn:

  • het niet goed werken van het nieuwe hart
  • bloeding
  • infecties
  • hersenschade
  • delier
  • nierproblemen
  • overlijden

Ook na de transplantatie kunt u nog problemen hebben, zoals:

  • bijwerkingen door de medicijnen, zoals darmklachten, suikerziekte (diabetes), trillen, huidkanker, hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol
  • zwaarder worden
  • stemmingswisselingen
  • moeheid

Afstoting van het donorhart

Soms accepteert uw lichaam het donorhart niet. Dit heet afstoting. Dat kan voorkomen in de eerste maanden na de transplantatie (acute afstoting) of nog veel later (chronische afstoting). Daarom krijgt u medicijnen tegen afstoting na de transplantatie. Die medicijnen slikt u voor de rest van uw leven. Afstoting komt vaker voor en is goed te behandelen.

Wanneer bellen?

Ook als u voorzichtig bent, kunt u toch te maken krijgen met afstoting of een infectie. Bel dan zo snel mogelijk het transplantatieteam. Zo kunnen we voorkomen dat de schade aan de donorhart erger wordt. Bel ons meteen als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • hartritmestoornissen
  • koorts, een temperatuur hoger dan 38 °C
  • infectie aan de wond na de operatie
  • infecties aan het hart, urinewegen (nieren, urineleiders, blaas of plasbuis) of de huid
  • buikloop of diarree

Bellen kan op werkdagen tussen 8.00 en 16.30 uur met polikliniek Hart en Vaten, op het telefoonnummer (050) 361 29 15.

Buiten kantoortijden en in het weekend belt u met het algemene ziekenhuisnummer (050) 361 61 61. Vraag naar de cardioloog die dienst heeft.

Levensverwachting

De resultaten van een harttransplantatie zijn positief. Na een geslaagde transplantatie en een goed herstel na de operatie kan iemand een vrijwel normaal bestaan leiden en meedoen aan het maatschappelijke leven. De gemiddelde levensverwachting na een hartransplantatie is ongeveer 15 jaar.

Leefstijl en revalidatie na een transplantatie

Door een transplantatie verandert uw leven. U kunt dingen die u eerder niet kon. Maar u moet ook met veel zaken rekening houden. Lees meer over leven na een transplantatie.

We bespreken na de behandeling nog een keer de leefregels met u.

Heeft u nog vragen?

Bel of mail naar het Hartcentrum. Bellen kan van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.