Transplantatiecentrum Relatie, gezin en vrienden na een transplantatie

Een transplantatie verandert uw leven en dat van uw naasten. U kunt bijvoorbeeld weer meer op sociaal gebied dan voor de transplantatie. U kunt weer meedraaien in uw gezin en meedoen aan activiteiten met anderen. Dat is voor iedereen altijd even wennen.

Een transplantatie komt met veel veranderingen, zowel voor uzelf als voor uw naasten. Zeker als u voor transplantatie lang ziek bent geweest en u uw leven daarop had aangepast. Het kan prettig zijn dat u na transplantatie meer vrije tijd en energie heeft. Het kan ook lastig zijn als de vaste structuur van uw week en contacten met anderen hierdoor wegvallen. Maar voor iedereen is de periode na transplantatie anders.

Daarom is het belangrijk dat u uzelf en de mensen in uw omgeving de tijd geeft om te wennen aan veranderingen. Praat met elkaar over eventuele angsten, twijfels en onzekerheden.

  • Voor transplantatie heeft uw partner of uw gezin mogelijk langere tijd voor u moeten zorgen. Het is goed om te beseffen dat een transplantatie voor hem/haar of hen dus ook veel verandert. Bijvoorbeeld omdat u na de transplantatie meestal weer kunt meedraaien in het gezin. U kunt mogelijk weer taken doen die u voor de transplantatie niet lukten. Dit is natuurlijk hartstikke fijn voor uzelf, maar ook voor uw partner of gezin. Blijf met elkaar praten over de veranderingen en verwachtingen binnen de relatie of het gezin.

  • Seks na transplantatie is ook (weer) mogelijk. Maar dokters raden meestal wel aan om na de transplantatie 4 tot 6 weken te wachten met seks. In die periode bent u nog aan het herstellen. Het geeft u en uw partner ook de kans om zorgen en gevoelens te delen. Ook zorgt het ervoor dat uw relatie zich op een rustige en ontspannen manier weer ontwikkelt. Het is wel mogelijk dat u uw seksuele gewoonten een poosje aan moet passen door de transplantatie. Probeer te voorkomen dat er te veel druk op de wond komt, dat kan bijvoorbeeld door een ander houding uit te proberen.

    Het is niet vreemd dat u minder zin in seks heeft. Bijvoorbeeld doordat u zich niet goed voelt, moe bent en te maken hebt met pijn, vermoeidheid en misselijkheid. Ook kunnen emotionele problemen invloed hebben op intimiteit en seksualiteit. Problemen kunnen ook ontstaan door:

    • verwerking van ziekte en de transplantatie
    • bijwerkingen van bepaalde medicijnen
    • klachten van de operatiewond of het litteken
    • verminderd zelfvertrouwen door een veranderd lichaamsbeeld
    • gewijzigde rolverdelingen en relaties
    • lichamelijke problemen zoals vermoeidheid, pijn, zwakte, vaginale droogheid, schimmelinfecties, impotentie
    • psychische problemen
    • problemen in de relatie
    • een ontregelde bloedsuikerspiegel

    Veilig vrijen na transplantatie

    Na orgaantransplantatie gebruikt u medicatie waaronder afweeronderdrukkende medicijnen. Deze medicatie verlaagt uw weerstand en verhoogt het risico op besmetting. Het gebruik van condooms vermindert de kans op besmetting met seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s). Bekende SOA's zijn candida, chlamydia, gonorroe, herpes, genitale wratten, hepatitis B, hepatitis C, HIV en lues.

    Vanwege uw medicijngebruik kunnen deze aandoeningen bij u soms heftiger verlopen of minder goed te behandelen zijn. Bel uw huisarts bij vaginale afscheiding, jeuk of andere onverklaarbare klachten om een infectie uit te sluiten of te laten behandelen. Vraag of uw partner ook behandeld moet worden.

    Als u en/of uw partner wisselende seksuele contacten heeft, doet u er goed aan om condooms te gebruiken. Als u een (nieuwe) partner heeft en u wilt zonder condooms vrijen, stel dan eerst vast welke risico's u beiden in het verleden heeft gelopen. Om zeker te zijn dat u en uw partner geen SOA hebben, kunt u zich allebei laten onderzoeken bij de huisarts of bij de GGD in uw woonplaats. Gerbuik in elk geval condooms tot de uitslag van de test bekend is.

    Neem condooms mee uit Nederland als u op reis gaat naar het buitenland. Ook als u vooraf niet van plan bent om seks te hebben. Condooms kunnen in het buitenland minder gemakkelijk te krijgen zijn, de kwaliteit kan slechter zijn en de maten kunnen anders zijn. Doe condooms tijdens een vliegreis in de handbagage, de lage temperatuur in de laadruimte van een vliegtuig kan de condooms beschadigen.

    Anticonceptie

    Gebruik voorbehoedsmiddelen voor anticonceptie. Een condoom biedt anticonceptie en beschermt tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's). Een spiraaltje biedt wel anticonceptie, maar beschermt niet tegen SOA's.

    Aandachtspunten voor vrouwen

    Na een levertransplantatie kunt u pas weer de anticonceptiepil gebruiken als het menstruatiepatroon na de transplantatie bekend is en de nieuwe lever helemaal normaal werkt. U hoort van uw arts of de pil geschikt is voor u.

    Vrouwelijke patiënten krijgen na een transplantatie soms te maken met vaginale droogheid. Dit kan komen door een verminderde afweer door de medicijnen die u gebruikt om afstoting te voorkomen. Seks kan daardoor pijnlijk zijn. Ook kunt u vaginale bloedingen krijgen door wrijving. Niet-hormonale crèmes en gels helpen om vaginale droogheid te verminderen. Die kunt u kopen bij de apotheek en drogist. Als u last heeft van bloedingen, vraag dan uw huisarts of er ook een andere oorzaak kan zijn, zoals een infectie.

    Het is altijd verstandig om na seks te plassen, ook als u geen transplantatie heeft gehad. Zo plast u mogelijke bacteriën weg en voorkomt u een blaasontsteking. Na een niertransplantatie is plassen extra belangrijk om urineweginfecties te voorkomen.

    Aandachtspunten voor mannen

    Mannelijke patiënten krijgen na en transplantatie soms te maken met erectiestoornissen of impotentie. Dit kan bijvoorbeeld komen door bloeddrukverlagende medicijnen. Praat over mogelijke problemen en onzekerheden. Bekijk samen met uw huisarts, uw specialist, de verpleegkundige specialist of de verpleegkundig consulent in het UMCG welke medicijnen invloed kunnen hebben op uw seksualiteit.

  • Zwangerschap na transplantatie is mogelijk. Na de transplantatie kunnen vrouwen die in de vruchtbare leeftijd zijn snel weer vruchtbaar worden, ook als de menstruatie nog niet begonnen is. Een zwangerschap in het eerste jaar na transplantatie is in principe minder wenselijk. Voorbehoedsmiddelen zijn daarom noodzakelijk bij seks.

    Als u kinderen wilt, bespreek dit dan met uw arts. Die kan beoordelen welke risico’s er bij een zwangerschap zijn voor u. Ook kan het zijn dat u een poos met bepaalde medicijnen moet stoppen. De arts kan u ook doorverwijzen naar het preconceptiespreekuur.

    Als er geen medische bezwaren zijn tegen een zwangerschap, dan verwijzen we u door naar gynaecoloog in het UMCG voor meer advies. Die kijkt of er risico’s zijn bij een zwangerschap en kan u begeleiden tijdens een de zwangerschap of verwijzen naar een collega in een ander het ziekenhuis.

    Ook voor mannelijke transplantatiepatiënten is het aan te raden om een eventuele kinderwens te bespreken met de transplantatiedokter. Van sommige medicijnen is nog niet zeker of ze schadelijke zijn voor de baby.

  • Na de transplantatie krijgt u verschillende soorten medicijnen. Deze medicijnen kunnen invloed hebben op uw stemming, emoties en seksueel functioneren. Het is belangrijk dat u de medicatie blijft slikken zoals uw dokter heeft voorgeschreven. Pas dit niet zelf aan.

    Sociaal leven

    • Prednison, een afweeronderdrukkend medicijn, kan invloed hebben op uw stemming. U kunt bijvoorbeeld prikkelbaarder (licht ontvlambaar, kort lontje) zijn of stemmingswisselingen ervaren. Dit kan van invloed zijn op contact met naasten en sociale activiteiten.
    • Door de afweeronderdrukkende medicatie is uw weerstand lager en kunt u makkelijker ziek worden. Houdt hiermee rekening bij contact met grote groepen, kinderen, dieren of zieke mensen. Maak voor uzelf een goede afweging hoe u toch veilig sociale activiteiten kan ondernemen.
    • Als u in contact komt met iemand die waterpokken heeft (bijvoorbeeld uw eigen kind of speelvriendjes van uw kinderen) dan is het advies contact op te nemen met de huisarts of de verpleegkundig specialist of consulent van de afdeling. Vooral als u zelf nooit waterpokken heeft gehad is dit erg belangrijk. In overleg met de transplantatiedokter kan uit voorzorg een medicijn worden voorgeschreven.
    • Cholesterolverlagende medicijnen kunnen vermoeidheid, depressie en angstklachten geven

    Seksualiteit en zwangerschap

    • Medicijnen tegen een hoge bloeddruk kunnen impotentie veroorzaken
    • Medicijnen tegen somberheid kunnen minder zin in vrijen, moeilijke erectie en vertraagde zaadlozing veroorzaken
    • Neoral, een afweeronderdrukkend medicijn, kan gezwollen borsten geven of een pijnlijke of uitblijven van de menstruatie
    • Everolimus, een afweeronderdrukkend medicijn, kan de menstruatie ontregelen en soms leiden tot verminderde vruchtbaarheid bij de man.
  • Er zijn binnen en buiten het ziekenhuis mogelijkheden voor hulp en ondersteuning.

    Binnen het UMCG

    • Seksualiteit
      • Problemen op seksueel gebied kunt u bespreken met de transplantatiedokter of met de verpleegkundig specialist of consulent van de afdeling.
      • Professionele hulp kan geboden worden door iemand die deskundig is op het gebied van intimiteit en seksualiteit. Dat kan uw huisarts, uw transplantatiedokter, een gespecialiseerd verpleegkundige, een maatschappelijk werker, een psycholoog, of seksuoloog zijn.
      • Het UMCG heeft een polikliniek Seksuologie
    • Kinderwens of zwangerschap
      • Als u een kinderwens heeft, moet u dit bespreken met uw transplantatiedokter voordat u zwanger wordt.
      • Het UMCG heeft een preconceptie spreekuur. Vraag uw transplantatiedokter voor een doorverwijzing.
      • De nier- en levertransplantatie afdelingen hebben een gecombineerd spreekuur met de gynaecoloog
    • Een medisch maatschappelijk werker kan u helpen als u op sociaal gebied zorgen of problemen heeft die verband hebben met uw transplantatie. Onze medische maatschappelijk werkers hebben veel ervaring met transplantatie gerelateerde problemen.
    • U kunt uw transplantatiedokter vragen om een doorverwijzing naar een medisch maatschappelijk werker van de afdeling of naar een van de andere bovengenoemde zorgverleners

    Buiten het UMCG

    • Problemen op seksueel gebied kunt u ook bespreken met uw huisarts.

    Betrouwbare websites