Transplantatiecentrum Voeding en transplantatie

Na transplantatie is goed en gezond eten en drinken voor uzelf en uw nieuwe orgaan heel belangrijk. Het draagt bij aan uw herstel en u heeft minder kans op hart- en vaatziekten en bijwerkingen van medicijnen. Vanwege de medicijnen is het belangrijk om veilig te eten en drinken.

U krijgt na de transplantatie afweeronderdrukkende medicijnen. Die zorgen ervoor dat uw lichaam het getransplanteerde orgaan niet afstoot. Die medicijnen zorgen er ook voor dat u minder weerstand heeft. U heeft daardoor meer kans op het krijgen van infecties, zoals een voedselinfectie. In bepaald eten kunnen namelijk schadelijke bacteriën, virussen en/of schimmels zitten.

Vooral in het eerste jaar na de transplantatie is het belangrijk dat u goed let op veilig eten en drinken. Na een jaar krijgt u vaak minder medicijnen. Hierdoor wordt uw weerstand weer wat beter. U kunt ervoor kiezen om dan de adviezen iets minder streng op te volgen. Toch blijft het erg belangrijk aan de hygiëne bij bereiden en bewaren te denken. Het risico van een infectie blijft bestaan.

U krijgt alle informatie ook van onze diëtisten tijdens uw opname.

  • Meestal is voeding veilig als het goed heet wordt gemaakt. Dat geldt voor allerlei soorten voeding zoals zuivelproducten, vlees, schelp- en schaaldieren.

    Kopen

    • Let op de houdbaarheidsdatum van de producten die u koopt. Voor bederfelijke producten is het belangrijk dat ze worden gegeten voor de TGT-datum (te gebruiken tot).
    • Gebruik een koeltas om bederfelijke en diepvriesproducten naar huis te vervoeren. Berg de producten thuis zo snel mogelijk op in de koelkast of in de vriezer.

    Wassen

    • Was uw handen altijd met water en zeep voor het eten en voor het bereiden van voedsel. Maar ook na het aanraken van rauw vlees en rauwe groente, na een toiletbezoek, na het verschonen van baby’s en na het aanraken van (huis)dieren.
    • Was groente en fruit goed onder stromend water, zeker als ze rauw gegeten worden.

    Scheiden

    • Zorg dat klaargemaakt eten niet in contact komt met producten die nog rauw zijn.
    • Gebruik keukengerei, zoals snijplanken, messen of spatels, dat in aanraking is geweest met rauw vlees of vis, niet meer voor andere producten. Of was het keukengerei tussendoor af met heet water en afwasmiddel.

    Verhitten

    • Kook of bak het eten goed. Bacteriën gaan zo dood. Eet geen rauw vlees, kip, eieren, vis en schaal- en schelpdieren en drink geen rauwe melk. Verhit deze producten door en door voordat u ze eet of drinkt.
    • Eet restjes uit de koelkast binnen 2 dagen op. Verhit het eten door en door tot stomend heet. Schep het goed om tijdens het verhitten, ook bij het opwarmen in de magnetron.

    Koelen

    • Zet de temperatuur van de koelkast op maximaal 4 graden Celsius.
    • Bewaar koelverse levensmiddelen, bijvoorbeeld vleeswaren, in de koelkast.

    Bewaren

    • Hoe korter u voeding bewaard, hoe veiliger.
    • Let op de houdbaarheidsdatum en bewaarinstructies op de verpakking (THT = ten minste houdbaar tot en TGT = te gebruiken tot). Als op de verpakking een kortere bewaartermijn staat dan in de bewaarwijzer, houdt u dan de termijn op de verpakking aan.

    Eten buiten de deur

    • Gaat u buiten de deur eten? Neem de adviezen mee en volg deze op
    • Bespreek de adviezen met het restaurant
    • Gebruik uw gezonde verstand

    Veel van deze tips voor veilig eten en drinken staan ook op de website van het voedingscentrum.


  • In rauw en onverhit voedsel kunnen bacteriën, virussen en/of schimmels zitten. Onderstaande producten kunt u daarom beter niet eten:

    Vlees

    • Rauw of half doorbakken vlees en kip
    • Rauwe of gedroogde vleeswaren
    • Ook niet na het eerst jaar: onvoldoende verhit varkensvlees, wild zwijn, hert, paté en leverworst

    Vis

    • Rauwe vis (waaronder haring en sushi)
    • Gerookte kant-en-klare vis uit de koeling
    • Ook niet na het eerste jaar: Rauwe schaal- en schelpdieren

    Zuivel en eieren

    • Rauwe melk, daar kunnen ziekmakende bacteriën in zitten.
    • Kaas van rauwe melk (of 'au lait cru')
    • Rauwe eieren of eieren met nog zachte dooiers
    • Zelfgemaakte producten met rauwe eieren zoals mayonaise
    • Producten met toegevoegde probiotica (goede bacteriën)
    • Kant-en-klare fruit- en groentesalades
    • Ongepelde noten en pinda's

    Meer informatie over producten van rauwe melk staat op de site van het voedingscentrum.


  • Na transplantatie krijgt u een aantal medicijnen die invloed hebben op uw voeding of waar u met voeding de bijwerkingen van kunt verminderen.

    • Neoral® (ciclosporine), Prograft® (tacrolimus) en Advagraf® zijn afweer onderdrukkende medicijnen. Door deze medicijnen kunnen hoge bloedsuikers en een hoog cholesterolgehalte in het bloed ontstaan. Hierdoor is er meer kans op hart- en vaatziekten. Zie ook hieronder 'Voeding en Hart- en vaatziekten'.
    • Krijgt u medicijnen zoals Neoral® en Prograft®? Dan mag u absoluut geen grapefruit(sap) en verwante fruitsoorten zoals pomelo, minneola, sweetie, sterfruit (carambola) en Sint Janskruid eten of drinken. Grapefruit kan de afbraak van medicijnen remmen en zo de medicijnspiegel in uw bloed verhogen. U heeft dan meer last van bijwerkingen.
    • Prednison is een afweer onderdrukkend medicijn. Een bijwerking van Prednison is botontkalking waardoor er een grotere kans is op botbreuken. Zie ook hieronder 'Voeding en botten'.
    • Afweer onderdrukkende medicijnen remmen uw afweersysteem om afstoting van het donororgaan te voorkomen. Door een verminderde afweer bent u vatbaarder voor infecties zoals een voedselinfectie. Ook kunt u van een voedselinfectie ook veel zieker van worden dan voor transplantatie. Zie ook 'Veilig Eten en Drinken'.
    • Overleg bij tijdelijke ophoging van uw dosis afweer onderdrukkende medicatie met uw behandelaar of het verstandig is om de dieetregels weer aan te scherpen.

    Voeding en hart- en vaatziekten

    Via uw voeding kunt u uw kans op hart- en vaatziekten verkleinen of bestaande hart- en vaatproblemen verminderen. Hieronder staan een aantal adviezen over hoe u dat kunt doen.

    • Eet zo weinig mogelijk verzadigde vetten. Die vetten zorgen voor een hoger LDL- en totaal cholesterol. Verzadigd vet zit vooral in room, roomboter, harde margarine, volle melkproducten, volvette kaas, vet vlees, gebak, koekjes en snacks.
    • Kies voor onverzadigde vetten. Deze vetten verlagen het cholesterolgehalte of verhogen het goede HDL cholesterol. Dit vet zit in vis, noten, alle soorten olie en vloeibare margarine.
    • Eet elke dag minstens 250 gram groente en 2 stuks fruit.
    • Eet zo weinig mogelijk zout. Zout verhoogt de bloeddruk en dit is slecht voor uw hart, bloedvaten en organen, ook voor het nieuwe orgaan.
      • Gebruik kruiden, specerijen of kruidenmengsels zonder zout.
      • Gebruik zoveel mogelijk verse producten. Kant-en-klaar producten bevatten vaak veel zout, raadpleeg daarom de verpakking of er zout is toegevoegd.
      • Kies producten met zo weinig mogelijk toegevoegd zout.
      • Wees ervan bewust dat ook smaakmakers zoals bouillonblokjes, ketjap en sauzen veel zout bevatten.

    Voeding en suikerziekte

    Na uw transplantatie heeft u een hogere kans op het ontwikkelen van diabetes mellitus (suikerziekte). Prednison kan daarbij ook een rol spelen. Bij diabetes is de hoeveelheid glucose in het bloed (bloedsuiker) te hoog. Ook daarom is het belangrijk om een gezond te eten en drinken en gezond te leven. Bijvoorbeeld door genoeg te bewegen en te stoppen met roken.

    Als blijkt dat u diabetes heeft, verwijzen we u naar de diabetes verpleegkundige en/of diëtist. Die kan u begeleiden en helpen gezond te leven.

    Voeding en botontkalking

    Prednison is één van de afweeronderdrukkende medicijnen die kunnen worden voorgeschreven na uw transplantatie. Een bijwerking hiervan is dat het op de duur kan leiden tot botontkalking. Daardoor is er meer kans op botbreuken. Zorg daarom voor:

    • genoeg calcium. Calcium is nodig voor de aanmaak en het behoud van bot. Calcium zit vooral in melk, melkproducten en kaas.
    • genoeg vitamine D. Dit zorgt voor betere opname van calcium. Vitamine D zit bijvoorbeeld in margarine, halvarine, bak- en braadproducten, vlees en vette vis.
    • veel beweging. Zo blijven uw botten sterk.

  • Tijdens ziekte of herstel na een operatie moet uw lichaam hard werken, net als bij zwaar lichamelijk werk of sport. Het lichaam heeft dan meer energie, eiwitten en andere voedingsstoffen nodig. Ook als u na transplantatie weer in beweging wilt komen en uw conditie wilt opbouwen is goed en voldoende eten van groot belang!

    Eiwitten bevatten de bouwstenen voor de opbouw en onderhoud van spieren en het lichaam. Probeer in elke maaltijd eiwitrijke producten te verwerken.

    Eiwitrijke voeding

    In vlees, vis, gevogelte zoals kip, vegetarische vleesvervangers en eieren zit veel eiwit. Maar ook in melkproducten zoals melk, chocolade- en karnemelk, drinkyoghurt, yoghurt, vla, pap, kwark, ijs, pudding, sojamelkproducten en kaas.

    In plantaardige producten zoals, brood, noten en peulvruchten zoals bonen en kapucijners zit ook eiwit, maar wel minder. Als het nodig is kan de diëtist extra energie en eiwitrijke drankjes voorschrijven om aan te sterken.


  • In mijnUMCG staan de uitslagen van uw lichaamsmetingen zoals bloeddruk en gewicht en laboratoriumonderzoek. U kunt het ook aan uw nefroloog vragen als u geen mijnUMCG heeft.

    Wat u eet heeft invloed op de onderstaande metingen.

    • Bloeddruk

    Als u zout heeft gegeten merkt u waarschijnlijk dat u meer dorst krijgt en wilt drinken. Wanneer er te veel zout in uw lichaam is, heeft uw lichaam ook ‘dorst’ en zal het meer vocht vasthouden. Hierdoor komt er meer vocht in de bloedvaten en staat er meer druk op, net als met een volle tuinslang. Uw hart moet dan harder werken om het bloed rond te pompen.

    Door minder zout te eten kunt u uw lichaam zelf helpen om de bloeddruk te verlagen. Na transplantatie streven we naar een bloeddruk onder de 140/90. Zie ook 'Voeding en Hart- en vaatziekten' bij 'Voeding, medicatie en bijwerkingen'.

    • Natrium in 24-uurs urine

    Natrium zit in keukenzout. Uit de natrium die u uitplast kunt u berekenen hoeveel zout u eet. Als u de hoeveelheid natrium deelt door 17 krijgt u het aantal grammen keukenzout die u met uw voeding en drinken binnen heeft gekregen.

    • Uw laboratorium uitslag: 148 Na mmol/24h.
    • 148/17= 8.7 gram zout

    Eet niet meer dan 6 gram zout per dag. Dit is gelijk aan 102 mmol Natrium in uw 24 uurs urine. Zie ook 'Voeding en Hart- en vaatziekten' bij 'Voeding, medicatie en bijwerkingen'.

    • Cholesterol in bloed

    Verzadigde vetten kunnen het cholesterol in het bloed verhogen. Het risico op hart- en vaatziekten wordt groter als u:

    • een te hoog totaal cholesterolgehalte heeft
    • meer LDL cholesterol dan HDL cholesterol in uw bloed heeft

    Wees daarom voorzichtig met het eten van verzadigd vet. Probeer dit te vervangen door onverzadigd vet. Zie ook 'Voeding en Hart- en vaatziekten' bij 'Voeding, medicatie en bijwerkingen'.


  • Er zijn binnen en buiten het ziekenhuis verschillende mogelijkheden voor zorg op het gebied van voeding. Een diëtist kan u helpen bij problemen met voeding en gewicht, het aanpassen van uw voeding en uw vragen over voeding en gewicht beantwoorden.

    Binnen het UMCG

    • Tijdens opname komt de diëtist van de afdeling bij u langs en geeft u advies over voeding na transplantatie en veilig eten en drinken.
    • Uw arts kan u na transplantatie doorverwijzen naar een diëtist in het UMCG. Overleg met uw arts als u dat wilt.
    • Bel een diëtist tijdens het telefonisch spreekuur op werkdagen van 08.30 tot 10.00 uur
      • Nier, long of hart transplantatie op (050) 361 58 66
      • Levertransplantatie op (050) 361 33 04
    • Als u uw leefstijl wilt veranderen, overleg dan met uw dokter. Die kan u na uw transplantatie verwijzen naar de leefstijlpolikliniek van het Groningen transplantatie centrum.

    Buiten het UMCG

    • We kunnen u verwijzen naar een diëtist buiten het UMCG. Onze diëtist stuurt, indien nodig, belangrijke informatie mee.
    • Vraag uw huisarts naar een diëtist bij u in de buurt.

    De zorgverzekering vergoed 3 uur per kalenderjaar. Dit gaat wel van uw eigen risico. Controleer uw aanvullende verzekering of u recht heeft op aanvullende behandelingen.