• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Pijn bij de bevalling

Print 
​​​

Pijn tijdens de bevalling is normaal. Maar elke bevalling is anders en de ene vrouw gaat gemakkelijker met de pijn om dan de andere. 

Hoe ontstaat pijn tijdens de bevalling 

Pijn tijdens de bevalling wordt veroorzaakt door de weeën. Weeën zijn samentrekkingen van de baarmoederspier. Tijdens de ontsluitingsfase rekken de weeën het onderste deel van de baarmoeder en de baarmoedermond op. De baarmoedermond opent zich daardoor en het hoofd van de baby kan indalen. Dit veroorzaakt pijn.

De meeste vrouwen voelen de pijn in hun buik tijdens de weeën. Soms kunnen vrouwen pijn in de rug of benen ervaren. Wanneer de ontsluiting voltooid is, begint de uitdrijvingsfase. In deze fase mag u tijdens de weeën meepersen en wordt de pijn veroorzaakt door uitrekking van het geboortekanaal en het perineum, de huid tussen vagina en anus. Ook de pijn tijdens het persen verschilt. Soms is het een opluchting om mee te mogen persen, soms doet persen juist het meeste pijn. 

De functie van pijn

De pijnprikkels die u voor de geboorte voelt zijn een signaal dat de bevalling begint. Het laat weten dat u een veilige en rustige plek moet opzoeken om uw kind ter wereld te kunnen brengen. De pijn zorgt er voor dat u endorfine aanmaakt.

Endorfine is het hormoon dat in het menselijk lichaam werkt als natuurlijke pijnstiller. Het geeft een licht euforisch gevoel en maakt dat de pijn iets gedempt wordt. Angst remt de aanmaak van endorfine. Door de endorfine is de baarmoeder ook ontvankelijker voor oxytocine, het hormoon de weeën veroorzaakt en wat weer de ontsluiting kan bevorderen. Pijn zorgt er dus ook voor dat de geboorte sneller verloopt. 

Voorbereiding op de bevalling

Bereid u goed voor op de bevalling. Als u weet wat er gaat gebeuren en wat u er zelf aan kunt doen geeft dat meer vertrouwen dat u de bevalling aankunt. Zoek informatie, lees folders, tijdschriften en boeken. Naast het zoeken van informatie kunt u ook een zwangerschapscursus volgen en de voorlichtingsbijeenkomst over de bevalling in het UMCG volgen. 

Zorg dat er iemand bij u is om u te steunen. Iemand bij wie u zich op uw gemak voelt en bij wie u zichzelf kunt zijn. Dit is meestal de partner, maar kan ook een ander familielid , vriendin of doula (zwangerschaps- en bevallingscoach) zijn. Zorg dat u zo uitgerust mogelijk aan de bevalling begint. Geef in het geboorteplan aan wat u graag wilt tijdens de bevalling. 

Tijdens de weeën

Het is belangrijk om te concentreren op de pauzes tussen de weeën en niet op de weeën zelf. De pauzes tussen de weeën duren vaak 3 tot 5 minuten, de weeën duren ongeveer 1 minuut. Tijdens de pauzes maakt u endorfine aan. Het helpt om in de pauze goed te ontspannen, de pijntolerantie weer op te bouwen, u zelf toe te spreken of u te laten toespreken door bijvoorbeeld uw partner. Let tijdens de wee op uw ademhaling te letten. Adem rustig in, en dan in 4 tellen weer uit.

Pijnstilling 

Vrouwen die vooraf de overtuiging hebben dat ze zelf iets kunnen doen aan de pijn, vragen minder snel om pijnstilling. U kunt wel om pijnstilling vragen als het niet langer gaat. Bijvoorbeeld als de pijn is zo intens of heftig is of als de bevalling heel erg lang duurt.

In het UMCG geven we bij heftige pijn tijdens de bevalling meestal een ruggenprik. De anesthesioloog kan altijd een ruggenprik geven als dat nodig is. 24 uur per dag, 7 dagen per week.

Als er indicatie voor is, kiezen we soms voor pijnbestrijding via het infuus (remifentanil).