Ballondilatatie of stent bij coarctatio aortae

Een ballondilatatie is een manier om een vernauwing in de grote lichaamsslagader (aorta) te verhelpen. We rekken de vernauwing op door een ballonnetje op de vernauwde plek te plaatsen en op te blazen. Als het nodig is plaatsen we tijdens deze behandeling ook een stent in de aorta.

De aorta zorgt ervoor dat alle organen bloed en zuurstof krijgen. Als er een vernauwing in de aorta zit, kan het bloed niet meer goed naar het onderste deel van het lichaam komen. Zo'n vernauwing is altijd aangeboren en heet een coarctatio aortae.

U krijgt van uw cardioloog informatie over de ballondilatatie, de narcose en mogelijke problemen na de behandeling.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Bijvoorbeeld wat u mag eten en drinken op de ochtend van uw behandeling. En welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken.

    Contactlenzen, sieraden en piercings moeten uit of af voor de behandeling. Laat de sieraden thuis. Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Haal dit weg voor u naar het ziekenhuis komt. Tijdens de ingreep krijgt u een soort knijpertje op uw vinger. Daarmee kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Dat lukt niet goed als er iets op de nagels zit.

    Voor de operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog over de narcose. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA). Dit is meestal op de dag van de opname.

    U kunt niet alleen naar huis, vraag daarom van tevoren iemand die u thuis kan brengen.

  2. Voor de ballondilatatie gaat u naar de afdeling Cardiologie. Voor deze behandeling blijft u ongeveer 3 dagen in het ziekenhuis.

    Voor de behandeling heeft u gesprekken met verschillende zorgverleners. We onderzoeken u ook. We nemen bloed af en maken een hartfilmpje. Verder krijgt u een infuus in uw hand of arm. Via het infuus geven we u antibiotica. Als u ook een stent krijgt, krijgt u bloed verdunnende medicijnen. Dit is om te voorkomen dat er bloedklontjes komen bij de stent.

  3. Op de dag van de behandeling gaat u eerst naar de voorbereidingskamer. Daarna brengen we u voor de behandeling naar de katheterisatiekamer. Dit is een soort operatiekamer. Voor deze operatie gaat u onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een ader. U merkt dus niks van de operatie. U krijgt ook een blaaskatheter. Zo kan de urine uit uw blaas lopen.

    Soms meet de cardioloog eerst nog de druk in het hart en de longslagader met een
    rechtskatheterisatie. U krijgt daarvoor een plaatselijke verdoving in de lies.

    Zodra u onder narcose bent, brengen we via de lies of de hals een dun, soepel buisje in een slagader. Dit is een katheter. Via de slagader brengen we de katheter naar de aorta.

    Als we zien waar de vernauwing zit, brengen we een katheter met een ballonnetje naar de vernauwing in de aorta. In de vernauwing blazen we het het ballonnetje onder hoge druk op.

    Door het opblazen van het ballonnetje rekt de vernauwing in het bloedvat op. Soms moeten we het opblazen een paar herhalen voor het beste resultaat. Vaak plaatsen we tijdens het oprekken direct een stent.

    Plaatsen stent

    Om ervoor te zorgen dat de aorta niet weer nauwer wordt, plaatsen we bij het oprekken direct een stent in de aorta. Deze stent zit al op het ballonnetje waarmee we de vernauwing oprekken.

    Tijdens de ballondilatatie en het plaatsen van de stent, maken we röntgenfoto's. Zo zorgen we dat de stent precies in de vernauwing in de aorta komt. Voor de röntgenfoto's krijgt u contrastvloeistof via het infuus.

    Na de behandeling halen we de katheter weg. We maken de prikplek in de lies dicht met een hechting en een drukverband. Het verband moet een paar uur blijven zitten. U wordt op de hartkatheterisatieafdeling wakker uit de narcose.

    De ballondilatatie en het plaatsen van de stent duurt ongeveer 2 tot 3 uur.

  4. Na de behandeling brengen we u naar de Hartbewaking. Dan heeft u:

    • een infuus in de arm, hierdoor krijgt u vocht en medicijnen
    • een infuus in een slagader in uw arm, hiermee houden we de bloedruk in de gaten. Dit heet een arterielijn
    • een blaaskatheter
    • een drukverband op de prikplek in de lies of hals

    Op de Hartbewaking maken we een borstfoto en prikken bloed. We controleren ook de bloeddruk, hartritme, ademhaling, temperatuur en zuurstof in het bloed. We houden ook in de gaten of de wondjes in de liezen nog bloeden.

    Na een paar uur gaat u terug naar de verpleegafdeling. Hoe snel dit precies is, hangt af van de situatie.

    U blijft in ieder geval de eerste 8 uur na de operatie in bed liggen. Als het goed gaat, haalt de verpleegkundige de hechting, het drukverband en het infuus weg.

    U krijgt na de behandeling in het ziekenhuis injecties met bloedverdunners. De eerste injectie is direct na de behandeling. De eerste 6 maanden na de behandeling moet u bloedverdunners blijven slikken, om bloedpropjes te voorkomen.

    Een dag na de behandeling maken we een hartfilmpje, hartecho en een longfoto. We controleren de bloeddruk een aantal keer. Soms maken we ook nog een CT-scan.

  5. Als alles goed gaat, mag u 2 dagen na de behandeling weer naar huis. We vertellen u welke medicijnen u nodig heeft en met welke medicijnen u moet stoppen. U krijgt informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt.

    U krijgt voor deze medicijnen een recept mee van ons. Of we sturen het recept digitaal naar de apotheek. Deze medicijnen kunt u ophalen bij de apotheek.

  6. Na 4 tot 6 weken heeft u een afspraak voor controle. Dit is op de polikliniek Hart en Vaten. De afspraak hierna heeft u bij uw eigen cardioloog in het verwijzende ziekenhuis.

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De volgende complicaties kunnen ontstaan bij een ballondilatatie met stent:

    Hele zeldzame complicaties zijn een beschadiging of scheuren in de vaatwand. Of het verschuiven van de stent, waardoor de stent in een verkeerde stand staat. Hierdoor kan een spoedoperatie nodig zijn.

    Wat te doen bij klachten?

    U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

    • hartkloppingen
    • koorts (temperatuur boven de 38 graden Celcius)
    • benauwdheid of kortademigheid
    • een zwelling in de lies die steeds groter wordt. Of als de wond in de lies pijn gaat doen
    • pijn op de borst

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De volgende complicaties kunnen ontstaan bij een ballondilatatie met stent:

Hele zeldzame complicaties zijn een beschadiging of scheuren in de vaatwand. Of het verschuiven van de stent, waardoor de stent in een verkeerde stand staat. Hierdoor kan een spoedoperatie nodig zijn.

Wat te doen bij klachten?

U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

  • hartkloppingen
  • koorts (temperatuur boven de 38 graden Celcius)
  • benauwdheid of kortademigheid
  • een zwelling in de lies die steeds groter wordt. Of als de wond in de lies pijn gaat doen
  • pijn op de borst

Tips voor thuis

Als u weer thuis bent, moet u met een aantal dingen rekening houden:

  • U mag de eerste 4 dagen geen druk op de lies zetten, niet persen en niet zwaarder dan 5 kilo tillen
  • De eerste week na de behandeling mag u kort douchen. Dit is minder dan 5 minuten. U mag na 7 dagen weer langer douchen en in bad.
  • De eerste week moet u rustig aan doen met bewegen. Vanaf de tweede week mag u het bewegen rustig aan weer opbouwen.
  • U mag de eerste week na de behandeling niet autorijden.
  • U mag de eerste 3 weken na de behandeling niet fietsen of sporten.

Veiligheid van het onderzoek

Een röntgenapparaat werkt met röntgenstraling. Straling kan slecht voor de gezondheid zijn, maar alleen als het heel veel is. Tijdens dit onderzoek gebruiken we heel weinig straling.

Bij dit onderzoek geven we u contrastmiddel door een infuus. Contrastmiddel is een veilig middel. De nieren halen het contrastmiddel uit het bloed. Mensen met nierfalen geven we vaak eerst een ander medicijn door het infuus. De nieren hoeven dan niet extra hard te werken.

Allergisch voor contrastmiddel

Sommige mensen zijn allergisch voor contrastmiddel. Als u weet dat u allergisch bent voor contrastmiddel, vertel dit dan voor de behandeling aan uw behandelaar. We geven u dan medicijnen tijdens de behandeling die de allergie onderdrukken. Ook als we er pas tijdens de behandeling achter komen dat u allergisch bent, kunnen we deze medicijnen geven.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?