Hartoperatie bij volwassenen

Een hartoperatie is een operatie aan het hart of aan de grote bloedvaten in de borstkas. Er zijn verschillende soorten hartoperaties. Bij sommige operaties moeten we het borstbeen openmaken, bij andere doen we dat niet.

We doen een hartoperatie als u hartklachten heeft, waarvoor een bepaalde behandeling nodig is. Bijvoorbeeld bij pijn op de borst door vernauwde of afgesloten kransslagaders, een zieke aorta of benauwdheid door een hartklep die niet meer goed werkt. 

Verschillende soorten hartoperaties

Er zijn verschillende soorten hartoperaties. Uw cardioloog en hartchirurg zullen met u bespreken welke operatie voor u geschikt is. Ook zijn er verschillende manieren om het hart te opereren. Welke hartoperatie in uw geval nodig is, en hoe we u gaan opereren, hangt af van de oorzaak van uw klachten. 

  • Openhartoperatie: bij sommige operaties maken we het borstbeen open. Dit noemen we ook wel een openhartoperatie.
  • Kijkoperatie: een kijkoperatie doen we vaak via een klein sneetje in de borstkas. Een kijkoperatie is minder ingrijpend dan een openhartoperatie. 
  • EndoCab: de EndoCab-procedure is een manier om een omleidingsoperatie te doen. Dit is mogelijk als er een vernauwing in de linker kransslagader zit. Het is een kijkoperatie via een snee van ongeveer 5 centimeter. De snee maken we aan de linkerzijkant van de borstkas, tussen de ribben. Soms combineren we de EndoCab-procedure met een dotterbehandeling. Dan heeft u de dotterbehandeling een paar weken na de operatie. 

Hartoperaties die veel voorkomen, zijn: 

Omleidingsoperatie (bypassoperatie)

Een bypassoperatie kan nodig zijn bij vernauwingen in de kransslagaders van het hart. De chirurg maakt dan een omleiding om de vaten die vernauwd zijn. De omleiding maken we van een (slag)ader uit het eigen lichaam. Vaak gebruiken we een slagader uit de binnenzijde van de borstwand. Of een slagader uit de arm of een ader uit het been. Door de omleiding kan dan weer voldoende bloed naar het hart stromen. Zo krijgt het hart weer meer zuurstof.

Hartklepoperatie

Het hart heeft 4 hartkleppen. De hartkleppen zorgen ervoor dat het bloed in het hart 1 kant op stroomt. Want door de hartkleppen kan het bloed niet terug stromen. Als 1 of meer kleppen lekken of vernauwd zijn, stroomt het bloed niet meer goed door het hart. De doorstroming is dan (ernstig) gehinderd. De chirurg kan de hartkleppen vervangen, maar soms ook repareren. Tijdens de operatie wordt een hart-longmachine gebruikt. Deze neemt de pompfunctie van het hart over. Het hart hoeft dus zelf niet meer te kloppen en wordt even stilgelegd. Zo kan de chirurg de hartklep repareren of vervangen, terwijl het hart niet meer beweegt.

Operatie aan de aorta

Een te wijd geworden slagader heet ook wel een aneurysma. De spanning op de vaatwand neemt dan toe. De wand van de slagader kan dan scheuren, waardoor u een inwendige bloeding krijgt. Een aneurysma kunnen we behandelen met een operatie aan de grote lichaamsslagader. We vervangen een deel van de slagader dan door een kunststof buis.

Operatie aan een atrium septum defect (ASD)

Een atrium septum defect (ASD) is een aangeboren hartafwijking. Er zit dan een gat in het tussenschot van de hartboezems. Er zijn 2 verschillende operaties mogelijk bij een ASD. Welke operatie u krijgt, hangt af van uw situatie. Soms kunnen we het gat dichten met een kijkoperatie. Soms is een openhartoperatie nodig.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt informatie van ons waarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Bijvoorbeeld welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken.

    Soms krijgt u voor de operatie een uitnodiging voor een voorbereidend gesprek over de verdoving. Dit noemen we een pre-operatieve screening. Hiervoor gaat u naar de Pre-operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA). Als u geen pre-operatieve screening krijgt, doen we 1 dag voor de operatie begint voorbereidende onderzoeken.

    Doe sieraden uit of af voor de behandeling en laat ze thuis. Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Haal dit weg voor u naar het ziekenhuis komt. Tijdens de behandeling krijgt u een soort knijpertje op uw vinger. Daarmee kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Dat lukt niet goed als er iets op de nagels zit.

    U kunt na de operatie niet zelf autorijden of op een andere manier alleen naar huis gaan. Vraag daarom van tevoren iemand die u thuis kan brengen.

  2. De dag vóór de operatie nemen we u op in het ziekenhuis. Hiervoor gaat u naar de afdeling Cardiothoracale chirurgie van het Hartcentrum.

    U heeft gesprekken met verschillende medewerkers die bij de opname en de operatie betrokken zijn. Zoals een verpleegkundige, zaalarts/verpleegkundig specialist de anesthesioloog en de chirurg.

    Onderzoeken

    Ook doen we onderzoeken, zoals een hartfilmpje, een hartecho en een röntgenfoto van hart en longen. Welke onderzoeken u krijgt, hangt af van uw situatie. Op de dag van de opname controleert de verpleegkundige uw bloeddruk, hartslag en temperatuur. Soms krijgt u een laxeermiddel.

    Op de avond vóór en op de dag van de operatie doucht u zich met speciale zeep. Ook vertellen we u vanaf wanneer u niet meer mag eten en drinken voor de operatie.

  3. Voor de operatie doet u operatiekleding aan. Als u een kunstgebit heeft, doet u dat uit. U krijgt als het nodig is een medicijn waar u rustig van wordt. Daarna gaat u naar de operatiekamer.

    Voor deze operatie gaat u onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een ader van de arm of de rug van de hand. Als u slaapt, krijgt u zuurstof via een slangetje in uw keel. Verder krijgt u een katheter in uw plasbuis. Dit is een slangetje dat de plas uit de blaas haalt. Ook is het soms nodig om een infuus via de ader in de hals te geven.

    Tijdens de operatie proberen we te voorkomen dat u veel bloed verliest. Soms heeft u toch extra bloed van een bloeddonor nodig. U krijgt dan een bloedtransfusie.

    Als we het borstbeen hebben geopend, sluiten we deze met staaldraden. Deze kunnen blijven zitten na de operatie. We hechten de wond onder de huid of maken de wond dicht met speciale nietjes. U krijgt een drain in de borstholte. Dit is een flexibele slang, zodat de lucht en het wondvocht eruit kan. Als u een openhartoperatie heeft gehad, krijgt u meerdere drains.

  4. Na de operatie brengen we u naar de Intensive Care. Daar houden we u in slaap, totdat we weten dat er geen problemen zijn of te verwachten zijn. Als het goed genoeg gaat, gaat u naar de verpleegafdeling of de Hartbewaking. Dit is meestal 1 of 2 dagen na de operatie.

    We vragen u regelmatig of u (spier)pijn heeft en of de pijnstillers goed helpen tegen de pijn. We controleren regelmatig uw bloeddruk, polsslag, temperatuur, gewicht en of u genoeg plast.

    We halen het infuus, het zuurstofslangetje, de blaaskatheter, en de drains eruit, zodra die niet meer nodig zijn. Dit is vaak na 2 dagen. Hechtingen halen we na ongeveer 10 dagen weg.

    Het is belangrijk dat u na de operatie snel weer gaat bewegen. Dit is belangrijk voor de longen, de bloedsomloop en de darmen. We helpen u om uit bed te komen en te bewegen. Ook krijgt u uitleg over oefeningen. De fysiotherapeut helpt u hierbij als dat nodig is.

    Na de operatie kunt u zich moe voelen en emotioneler zijn dan u van uzelf gewend bent.

    Onderzoeken

    Na de operatie doen we verschillende onderzoeken. Bijvoorbeeld een bloedonderzoek, een hartfilmpje, een hartecho en een röntgenfoto van het hart en de longen. Welke u krijgt hangt af van het soort operatie dat u heeft gehad. Soms krijgt iemand een telemetriekastje. Dit is een kastje dat met plakkers op uw borst zit. Hiermee bewaken we het hartritme. 

    Het is belangrijk dat u slijm dat nog in uw longen zit ophoest. Dit om een luchtweginfectie zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer u na de operatie problemen heeft met het ophoesten van slijm, kan een fysiotherapeut u hiermee helpen. 

    Hartrevalidatie

    Misschien gaat u hartrevalidatie volgen na de operatie. Dit bespreken we met u. Dit doet u bijvoorbeeld in het ziekenhuis bij u in de buurt. Soms volgen mensen ook hartrevalidatie in het UMCG. 

    Overplaatsing naar uw ziekenhuis dicht bij huis

    Als het mogelijk is, gaat u de derde dag na de operatie weer naar uw eigen ziekenhuis. Daar neemt de cardioloog de zorg voor u weer van ons over. Soms is overplaatsing niet mogelijk en gaat u vanuit het UMCG naar huis.

    Naar huis

    Meestal is dat na 5 tot 7 dagen. U heeft een gesprek met de verpleegkundige en arts. Van hen krijgt u informatie en leefregels mee voor thuis. 

    Thuis gaat het herstellen en revalideren door. Hoe snel dit gaat, verschilt per persoon. Meestal duurt het ongeveer 3 tot 6 maanden.

  5. 4 weken nadat u weer thuis bent, komt u voor controle bij uw cardioloog. Soms moet u voor controle naar het UMCG. Dit hangt bijvoorbeeld af van het soort operatie dat u heeft gehad. Als uw conditie goed is, start u met een hartrevalidatieprogramma.

  • Bij elke operatie kunnen er problemen ontstaan. Dat noemen we complicaties. Hoe groot de kans op problemen is bij deze operatie, hangt af van de conditie van uw hart en andere organen op het moment van de operatie.

    • koorts
    • infectie
    • vocht of een stolsel in het hartzakje (tamponade)
    • beroerte (CVA)
    • bloeding van de wond

    Na de operatie kan het zijn dat u minder tot geen zin hebt in eten. Bijvoorbeeld door misselijkheid door de narcose. We kunnen u hier medicijnen tegen geven.

    Vaak heeft u ook spierpijn in de nek en rug, tussen de ribben en bij de schouders. Dit komt omdat we de spieren rondom het borstbeen tijdens de operatie uit elkaar moesten spreiden. De spierpijn kan 6 tot 8 weken blijven.

    Wat te doen bij klachten?

    U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld bij klachten zoals:

    • benauwdheid/kortademigheid die toeneemt
    • een rode, dikke of pijnlijke wond
    • pijn aan borst, arm of been die toeneemt
    • vocht uit de wond (bloed, helder of troebel)
    • steeds erger hoesten en het opgeven van geel of groen slijm
    • koorts (38˚C of hoger)

Bijwerkingen en risico's hartoperatie

Bij elke operatie kunnen er problemen ontstaan. Dat noemen we complicaties. Hoe groot de kans op problemen is bij deze operatie, hangt af van de conditie van uw hart en andere organen op het moment van de operatie.

  • koorts
  • infectie
  • vocht of een stolsel in het hartzakje (tamponade)
  • beroerte (CVA)
  • bloeding van de wond

Na de operatie kan het zijn dat u minder tot geen zin hebt in eten. Bijvoorbeeld door misselijkheid door de narcose. We kunnen u hier medicijnen tegen geven.

Vaak heeft u ook spierpijn in de nek en rug, tussen de ribben en bij de schouders. Dit komt omdat we de spieren rondom het borstbeen tijdens de operatie uit elkaar moesten spreiden. De spierpijn kan 6 tot 8 weken blijven.

Wat te doen bij klachten?

U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld bij klachten zoals:

  • benauwdheid/kortademigheid die toeneemt
  • een rode, dikke of pijnlijke wond
  • pijn aan borst, arm of been die toeneemt
  • vocht uit de wond (bloed, helder of troebel)
  • steeds erger hoesten en het opgeven van geel of groen slijm
  • koorts (38˚C of hoger)

Leefregels voor thuis

Na een hartoperatie zijn leefregels belangrijk. Dit zijn:

  • Bewegen is belangrijk voor uw herstel. Begin met bewegen in uw eigen tempo en bouw het dan elke dag op. De eerste 6 weken na de operatie mag u niet sporten en fietsen
  • 3 tot 5 dagen na de operatie mag u weer douchen. Na 3 weken mag u weer in bad. De wond moet eerst genezen zijn
  • U mag de eerste 6 weken na de hartoperatie niet autorijden
  • Als we bij de operatie uw borstbeen hebben geopend, mag u tot 6 weken na de operatie geen druk zetten op uw borstbeen. Dit betekent dat u niet mag tillen, trekken en duwen. En alleen licht huishoudelijk werk doen. Stofzuigen mag bijvoorbeeld niet. Als u iets moet tillen, probeer dan aan beide kanten van uw lichaam even zwaar te tillen
  • Als u zich goed genoeg voelt mag u na ongeveer 3 maanden weer gaan werken. Dit hangt wel af van het soort werk dat u doet. Bespreek dit met uw cardioloog en uw bedrijfsarts
  • Probeer gezond te eten. Als u te zwaar bent, probeer dan af te vallen. Overgewicht zorgt ervoor dat uw hart extra hart moet werken
  • Vrijen is geen probleem en geen extra risico voor uw hart. Heeft u vragen, bespreek die dan met uw huisarts of cardioloog. Of kijk op de website van de Hartstichting
  • Drink geen alcohol. Of drink maximaal 1 glas per dag. Alcohol en het gebruik van de bloedverdunnende medicijnen vergroot de kans op bloedingen in het hele lichaam
  • Stop met roken. Door roken komt er minder zuurstof in het bloed. Het hart moet daardoor harder pompen. Roken vergroot ook de kans op (nog) een hartinfarct
  • Ga niet zonnen of onder de zonnebank. De wond moet eerst goed herstellen. Zorg ervoor dat het litteken in de eerste maanden zo weinig mogelijk in de zon komt

Zorg voor balans in je dagelijks leven

De keuzes die je maakt in je dagelijks leven hebben invloed op je gezondheid en je gevoel van welbevinden. Als je gezond bent maar ook als je ziek bent of aan het herstellen bent. Bekijk wat je zelf kunt doen op het gebied van leefstijl.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?