Percutane implantatie pulmonalisklep via de lies

Bij een percutane implantatie van een pulmonalisklep plaatsen we een nieuwe pulmonalisklep in de zieke hartklep. Dit doen we meestal via de ader in de lies. Percutaan betekent: 'door de huid heen'.

De pulmonalisklep is 1 van de 4 hartkleppen die ervoor zorgen dat het bloed in de juiste richting door het lichaam stroomt. Deze zit tussen de rechter hartkamer en de longslagader. De longslagader zorgt dat bloed naar de longen gaat. De pulmonalisklep voorkomt dat er bloed terugstroomt in de rechter hartkamer.

Wanneer een nieuwe pulmonalisklep?

Soms werkt de klep niet meer goed. Dat kan komen door een hartklepaandoening. Soms doet de klep vanaf de geboorte het al niet goed door een hartafwijking. De klep kan gaan lekken of nauwer worden. Verder kan door ouderdom de klep gaan verkalken. De klep wordt dan hard en stug. Dit heet ook wel sclerose.

We kunnen de klep vervangen via de lies. We plaatsen dan een nieuwe klep in de zieke hartklep. Heel soms doen we dit via de hals. 

Eerste gesprek

Uw cardioloog kan u  verwijzen naar het Hartcentrum. Tijdens het eerste gesprek krijgt u informatie over de mogelijke behandeling, de nabehandeling, mogelijke problemen na de behandeling en waar het litteken komt. Welke kunstklep het beste is voor u of uw kind, hangt af van de situatie. Uw cardioloog bespreekt dit met u.

De behandeling stap voor stap

  1. Na de verwijzing door uw eigen cardioloog krijgt u een afspraakbrief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Bijvoorbeeld wat u  mag eten en drinken op de ochtend van de behandeling. En welke medicijnen u wel of niet mag gebruiken.

    Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af voor de behandeling. Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Haal dit weg voor u naar het ziekenhuis komt. Tijdens de ingreep krijgt u een soort knijpertje op uw vinger. Daarmee kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Dat lukt niet goed als er iets op de nagels zit. Laat sieraden thuis.

    Voor de operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog over de narcose. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA). Dit is meestal op de dag van de opname.

    U kunt na de behandeling niet alleen naar huis, vraag daarom iemand die u thuis kan brengen.

  2. Voor het plaatsen van de nieuwe pulmonalisklep gaat u naar de verpleegafdeling Cardiologie. Meestal nemen we u een dag van tevoren op voor de behandeling. Voor deze behandeling blijft u ongeveer 3 dagen in het ziekenhuis.

    Voor de behandeling heeft u gesprekken. We onderzoeken u ook. We nemen bloed af en maken een hartfilmpje. Verder krijgt u een infuus in uw hand of arm. Via het infuus geven we u antibiotica. Om te voorkomen dat er bloedklontjes komen bij de nieuwe hartklep, krijgt u bloedverdunnende medicijnen.

  3. Op de dag van de behandeling gaat u eerst naar de voorbereidingskamer. Daarna brengen we u voor de behandeling naar de katheterisatiekamer, een soort operatiekamer. Voor deze operatie gaat u onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een ader. U merkt dus niks van de operatie. U krijgt ook een blaaskatheter. Hierdoor kan de urine uit uw blaas lopen.

    Wanneer u onder narcose bent, plaatsen we een dun, soepel buisje in de ader van de lies. Of soms in de hals. Dit is een katheter. Via de ader kunnen we de katheter naar het hart brengen. In de katheter zit de opgevouwen nieuwe hartklep. Als we in het hart zijn, meten we eerst de bloeddruk. Dit doen we via een rechtskatheterisatie. Zo weten we hoe erg de vernauwing of de lekkage van de klep is.

    De nieuwe pulmonalisklep mag niet de kransslagaderen van het hart afsluiten. Daarom blazen we op de plek waar de nieuwe klep komt een ballon op via de katheter. Tegelijkertijd maken we röntgenfoto's. Als het bloed goed kan stromen door de kransslagaders, kunnen we de klep veilig plaatsen.

    We meten de hartklep op, zodat we weten hoe groot de nieuwe klep moet zijn. De nieuwe hartklep implanteren we door een ballon op te blazen. De ballon drukt de vaatwand een beetje uit elkaar, waardoor er plek is voor de nieuwe klep. Aan die ballon zit een stent. Een stent houdt de vaatwand uit elkaar.

    Na plaatsing van de klep halen we de katheter uit de lies. De prikplek in de lies maken we dicht met een hechting en een drukverband.

    Het plaatsen van de nieuwe pulmonalisklep duurt ongeveer 2-3 uur.

  4. Na de behandeling brengen we u naar de hartbewaking. Na de behandeling heeft u:

    • een infuus in de arm voor het toedienen van vocht of medicijnen
    • een buisje in de pols voor continue bloeddrukmeting en bloedafname
    • een blaaskatheter
    • een drukverband op de liezen

    Op de hartbewaking maken we een borstfoto en prikken we bloed. We controleren de bloeddruk, hartritme, ademhaling, temperatuur en zuurstof in het bloed. We controleren ook of de wondjes in de liezen nog bloeden. Zodra het kan, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Kinderen gaan terug naar de verpleegafdeling van het Beatrix Kinderziekenhuis. Meestal is dit al na een paar uur.

    Na het plaatsen van de nieuwe pulmonalisklep, blijft u of uw kind in elk geval de eerste 8 uur in bed liggen. Als het goed gaat, haalt de verpleegkundige de hechting, het drukverband en het infuus weg. De eerste 24 uur na de behandeling geven we om de 12 uur een injectie met een bloedverdunnend medicijn. Met bloedverdunners is de kans op bloedpropjes die de vaten kunnen verstoppen kleiner.

    Een dag na de behandeling maken we een hartfilmpje, hartecho en een longfoto. Zo kunnen we zien of de nieuwe hartklep goed werkt en of er geen problemen zijn.

  5. Als alles goed gaat mag u na 3 dagen weer naar huis. We vertellen welke medicijnen u nodig heeft en met welke u moet stoppen. U krijgt voor deze medicijnen een recept mee van ons. Of u kunt ze ophalen bij de apotheek. 

  6. Na 4 tot 6 weken heeft u een afspraak voor controle bij de polikliniek Hart en Vaten. De volgende afspraak heeft u bij uw eigen cardioloog in het verwijzende ziekenhuis.

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De volgende complicaties kunnen ontstaan bij pulmonalisklep implantatie via de lies:

    Wat te doen bij klachten

    U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

    • klachten die passen bij een beroerte of TIA. Deze klachten zijn hoofdpijn, moeite met lopen, zien, praten, het hebben van een scheef hangende mondhoek en een verlamming of doof gevoel van het lichaam.
    • moeite met ademen en kortademig zijn
    • een bloedneus of bloedend tandvlees
    • bloed plassen of poepen. Of als uw ontlasting een zwarte kleur heeft
    • hartkloppingen
    • koorts (temperatuur boven de 38 graden Celcius)
    • een zwelling in de lies die steeds groter wordt. Of als de wond in de lies pijn gaat doen
    • pijn op de borst

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De volgende complicaties kunnen ontstaan bij pulmonalisklep implantatie via de lies:

Wat te doen bij klachten

U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

  • klachten die passen bij een beroerte of TIA. Deze klachten zijn hoofdpijn, moeite met lopen, zien, praten, het hebben van een scheef hangende mondhoek en een verlamming of doof gevoel van het lichaam.
  • moeite met ademen en kortademig zijn
  • een bloedneus of bloedend tandvlees
  • bloed plassen of poepen. Of als uw ontlasting een zwarte kleur heeft
  • hartkloppingen
  • koorts (temperatuur boven de 38 graden Celcius)
  • een zwelling in de lies die steeds groter wordt. Of als de wond in de lies pijn gaat doen
  • pijn op de borst

Tips voor thuis

Als u weer thuis bent, moet u met een aantal dingen rekening houden:

  • U mag de eerste 4 dagen geen druk op de lies zetten, niet persen en niet zwaarder dan 5 kilo tillen
  • De eerste week moet u rustig aan doen met bewegen. Vanaf de tweede week mag u het bewegen rustig aan weer opbouwen.
  • U mag de eerste 3 weken na de behandeling niet fietsen of sporten.
  • U mag de eerste week na de behandeling niet autorijden.
  • De eerste week na de behandeling mag u kort douchen. Dit is minder dan 5 minuten. U mag na 7 dagen weer langer douchen en in bad.
  • Na de behandeling kan u zich mentaal onstabiel en onzeker voelen. Dit gevoel komt veel voor. Voor uw herstel is het goed om deze emoties er te laten zijn.

Tandheelkundige en/of medische behandeling in de toekomst

Bij medische of tandheelkundige behandelingen waar bloed bij vrijkomt, kunt u een infectie krijgen. Het is dan verstandig om van tevoren antibiotica te nemen. Antibiotica voorkomt namelijk dat de infectie naar het hart en de hartkleppen gaat. Vertel daarom voor de behandeling uw behandelend arts of tandarts dat u een operatie aan uw hart heeft gehad. Het recept voor antibiotica krijgt u via uw tandarts of uw behandelend arts.

Misschien moet u dan ook met bloedverdunners stoppen, als u die gebruikt. Dit is meestal geen probleem, maar overleg altijd met uw cardioloog.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?