Leefstijl en fitheid in revalidatie

In revalidatiecentra en afdelingen Revalidatiegeneeskunde in ziekenhuizen is steeds meer aandacht voor het toepassen van programma’s op het gebied van een actieve, gezonde leefstijl en fysieke fitheid. Dit biedt veel kansen voor patiënten en opties voor professionals om hiermee verder te komen.

Het aannemen en aanhouden van een actieve, gezonde leefstijl heeft ook voor mensen met een lichamelijke beperking of chronische aandoening veel wetenschappelijk onderbouwde voordelen, zowel op het lichamelijke als ook het sociale en psychische vlak. Denk daarbij aan: een kleinere kans op welvaartsziekten en een recidief, een beter uithoudingsvermogen om deel te kunnen nemen aan de maatschappij en een betere acceptatie van de beperking.

Hoe kunnen we onze patiënten in de revalidatie ondersteunen in het aannemen en aanhouden van een actieve, gezonde leefstijl? Er zijn goed onderbouwde initiatieven op het gebied van een actieve leefstijl. Bijvoorbeeld het Leefstijl(zorg) loket, het programma Healthy Habits en programma's voor het verbeteren van fysieke fitheid.

Lees meer over deze initiatieven en hoe je die kunt toepassen in je eigen organisatie.

  • Bij het leefstijlzorgloket kunnen patiënten die ziekenhuiszorg ontvangen terecht voor advies en ondersteuning en voor verwijzingen naar activiteiten in hun woonomgeving die bijdragen aan een gezonde en actieve leefstijl.

    Daarvoor zijn een aantal stappen:

    • Patiënt komt naar het spreekuur in het ziekenhuis.
    • Tijdens spreekuur wordt de leefstijl besproken, eventueel op basis van een vooraf ingevulde leefstijlvragenlijst
    • Als er indicatie en motivatie is om iets met leefstijl te doen, krijgt de patiënt een verwijzing naar een leefstijlcoach/ makelaar Indicatiestelling. De indicatiestelling kan zijn: langdurig medisch specialistische zorg, een leefstijlproblematiek die interfereert met een revalidatiegeneeskundig behandeldoel of gebaat is bij een verandering in de leefstijl volgens de geldende richtlijnen.
    • Vervolggesprek met leefstijlmakelaar: wat wil/ wat kan op vlak van leefstijl, bij voorkeur in eigen woonomgeving.
    • Aan de slag.
    • Terugkoppeling en monitoring/ evaluatie.

    Lees meer over het opzetten van een leefstijl(zorg) loket in jouw ziekenhuis. Aan de ontwikkeling van het leefstijlzorgloket heeft het LOFIT-onderzoekconsortium een belangrijke bijdrage geleverd.

  • Het integrale leefstijlprogramma Healthy Habits (HH), wordt aangeboden door de stichting Special Heroes Nederland.

    Integrale aanpak

    De kracht van dit programma is de integrale aanpak. Alle leefstijlactiviteiten in een organisatie en andere sectoren en partijen in de regio worden op elkaar afgestemd, om zo tot 1 gezamenlijk plan te komen. Het hele team wordt intensief betrokken bij de revalidatiebehandeling als het gaat om leefstijlmaatregelen. Dit is een groot verschil met het leefstijlzorgloket.

    Programma Revalidatie Sport en Bewegen (RSB)

    Een belangrijke basis van Healthy Habits is het programma Revalidatie Sport en Bewegen (RSB) en de uitbreiding daarvan naar een breder leefstijlperspectief. RSB is een VWS-erkend beweeg- en sportsportstimuleringsprogramma voor mensen met een lichamelijke beperking en/of chronische ziekte. Het programma richt zich op het structureel aanbieden van beweeg- en sportactiviteiten aan revalidanten tijdens en na het revalidatieproces. Hiermee wordt de revalidant vanaf het revalidatieproces gestimuleerd om bewegen en sporten tot een vast en blijvend onderdeel van zijn/haar dagelijkse leven te maken. Het programma bestaat uit:

    1. Een intake mbt sport en bewegen
    2. Bewegen en sport in de praktijk
    3. Verwijzen voor een sportadvies (sportloket)
    4. Individuele fysieke een op een contacten
    5. Vier telefonische counselingmomenten
    6. Samenwerking met regionaal sport- en beweegnetwerk
    7. Zo nodig, organisatie van activiteiten in het revalidatiecentrum zelf.  

    Succesfactoren van het programma zijn de wetenschappelijke onderbouwing ervan, het hanteren van een goed netwerk, het gegeven dat het onderdeel is van de reguliere behandeling en de betrokkenheid van deskundige behandelaars / medewerkers. Inmiddels is het programma, gebruikmakend van dezelfde werkzame onderdelen, uitgebreid naar aandacht voor het bredere leefstijlpallet met aandacht voor slaap en voeding.

    Stichting Special Heroes Nederland

    De Stichting Special Heroes Nederland ondersteunt revalidatiecentra en ziekenhuizen bij het implementeren van het programma, door kennisbijeenkomsten, scholingen, webinars en leefstijlactiviteiten op locatie te organiseren. Met die hulp levert het programma de deelnemende centra het volgende op:

    • Concrete en realistische plannen om aan de slag te gaan met leefstijlactiviteiten in je organisatie. Zoals het meedenken over de financiering van deze activiteiten. Los van het verkennen van mogelijkheden binnen de dbc-systematiek zijn er ook voorbeelden van financiering via netwerkpartners zoals bijvoorbeeld gemeentes.
    • Een leefstijlinterventie die in de basis onderbouwd is door wetenschappelijk onderzoek
    • Ontzorging door leefstijlactiviteiten te organiseren en uit te laten voeren door partijen uit de regio.

    Meer weten of ook aansluiten? Kijk op de website van Special Heroes of stuur een mail aan Martin Fluit, programmacoördinator Zorg van de Stichting Special Heroes Nederland. 

  • Fysieke fitheid is een ruim begrip maar in de kern wordt geduid op het vermogen van het lichaam om fysieke activiteiten uit te voeren zonder overmatige vermoeidheid. Het omvat verschillende aspecten zoals uithoudingsvermogen, kracht, flexibiliteit en balans.

    Het fysiek fit zijn van patiënten in de revalidatie heeft veel wetenschappelijk goed onderbouwde voordelen. Het ondersteunt de patiënt om mobieler en onafhankelijker te zijn. Ook helpt het bij het behouden van een goede algemene gezondheid en het voorkomen van recidieven. Verder leidt fysieke fitheid op het psychosociale vlak tot minder stress, afname van angsten, verkleining van kans op depressie en vergroot het de eigenwaarde en de acceptatie van de handicap.

    Vermoeidheid

    Een ander aspect van fitheid, dan wel het ontbreken daarvan betreft vermoeidheid. Veel patiënten in de revalidatie blijken namelijk daarmee te kampen. Bij patiënten met MS bijvoorbeeld wordt vermoeidheid als een van de sterkste voorspellers gezien van functionele beperkingen en van een slechte kwaliteit van leven. Ook de meerderheid van de patiënten met een CVA worstelt met vaak ernstige vermoeidheidklachten. Naast het beter plannen van activiteiten (het zogenaamde ‘pacen’) is ook het verbeteren van fitheid een goede optie om die vermoeidheidsklachten tegen te gaan.

    Snellere revalidatie

    Daarnaast revalideert een fysiek fittere patiënt ook sneller en beter en houdt dat effect beter vast. Dit uitgangspunt wordt al benoemd in 2016 door Moore en Durstine/ ACSM. Daarnaast wordt het belang van dit uitgangspunt steeds meer erkent en toegepast in andere deelgebieden van de geneeskunde, zoals de prehabilitatie bij grote chirurgische ingrepen: bij de behandeling van fittere patiënten treden minder complicaties op, zijn de behandelkosten lager, verbetert het de kwaliteit van leven en zijn de patiënten en de medewerkers tevredener over het beloop.

    Uithoudingsvermogen?

    Als het gaat om gerichte verbetering van de fysieke fitheid bij revalidatiepatiënten gaat de meeste aandacht meestal uit naar het uithoudingsvermogen, waar de andere onderdelen vaak al onderdeel uit maken van de reguliere revalidatiebehandeling. Dat uithoudingsvermogen wordt in de regel onderverdeeld in het vermogen om een activiteit voor langere duur op een laag intensiviteitsniveau vol te houden (aeroob) en het vermogen om een activiteit kortdurend op een hoog intensiviteitsniveau vol te houden (anaeroob: sprint).

    Bij het toepassen van programma’s om revalidatiepatiënten fitter te maken is het van belang om geschikte en effectieve methodieken toe te passen, waarbij naast gerichte en goed opgebouwde training ook het betrouwbaar in kaart brengen van de fysieke fitheid (testen) van belang is.

    Testen van fitheid

    Om tot een effectieve training te kunnen komen is het essentieel dat er een betrouwbaar beeld is van het fysiek uithoudingsvermogen voor het begin van die training. Er zijn daarvoor verschillende methoden. De gouden standaard daarbij is de maximale inspanningstest (pdf).

    Lees meer over het testen van fitheid en wat daarvoor nodig is:

    Keuzetool alternatieven voor maximale inspanningstest

    Niet in alle revalidatiegeneeskunde instellingen is er nu al de mogelijkheid om een maximale inspanningstest uit te voeren. Om dan toch iets te kunnen zeggen over de fitheid en het uithoudingsvermogen zijn er nog een aantal andere mogelijke methodieken. Zoals:

    • een maximaal test zonder ademgasanalyse,
    • een steepramptest,
    • shuttle run/ walk tests,
    • submaximaal testen,
    • 6 minuten looptesten
    • vragenlijsten.

    Om de beste keuze te maken, hebben we een keuzetool ontwikkeld. Door in te vullen welk specifiek doel de test heeft, wat een aantal kenmerken van de patiënt zijn en wat de beschikbare middelen zijn, wordt een suggestie gedaan voor het beste alternatief met een korte toelichting voor die specifiek patiënt.

    Disclaimer: De uitkomst van de beslisboom is altijd een suggestie. De daadwerkelijke keuze voor een optie en het toepassen ervan is de verantwoordelijkheid van degene die de keuze maakt en de er aan verbonden uitvoering verricht.

    Trainen van fitheid

    Als je eenmaal weet wat het beginniveau is, dan kan op basis daarvan een trainingsprogramma worden opgemaakt. Het opstellen van een trainingsprogramma vereist specifieke expertise. Vaak zijn er binnen de revalidatie-instelling wel collega’s (o.a. vanuit de fysiotherapie) die hierin goed thuis zijn. Zo’n trainingsprogramma is altijd gebaseerd op een aantal basisprincipes. Weet hiervan hebben is belangrijk als dit soort programma’s worden toegepast.

    Allereerst is het van belang om vast te stellen wat trainen eigenlijk is. Een definitie is: “het regelmatig en systematisch toedienen van toenemende belastingprikkels met de bedoeling het prestatievermogen te laten stijgen”. Trainingsprogramma’s zijn allemaal gebaseerd op basisfysiologie, zoals de citroenzuurcyclus en de verschillende lichaamsprocessen die energie kunnen opwekken, zoals de fosfaatcyclus en de glycogeen- en vetstofwisseling. Voor die kennis wordt verwezen naar de leerboeken. Meer specifiek zijn er een aantal belangrijke trainingsprincipes waarvan de toepassing terug te vinden is in alle goede programma’s:

    • De bouwstenen van een training, te weten frequentie, intensiteit, type en tijdsduur van een training, samengevat als FITT. Een goede samenstelling van een training heeft deze elementen in zich.
    • Het principe van “overload”: anders gezegd: gevraagde inspanning tijdens de training moet zwaar genoeg zijn om effect te kunnen hebben.
    • “Supercompensatie”, ofwel het herstel van het lichaam na een trainingsimpuls tot boven het oorspronkelijk niveau. Hier dient rekening mee gehouden te worden, onder andere bij de timing van de volgende training. Te vroeg weer gaan trainen kan leiden tot verslechtering: lees overtraining.
    • “Specificiteit”: trainen voor duuractiviteiten vereist een andere opbouw dan trainen voor kortdurende intensieve activiteiten. Is het doel, bijvoorbeeld om de het anaeroob uithoudingsvermogen te trainen dat zal het accent liggen op (hoog)intensieve vormen, zoals bijvoorbeeld sprintoefeningen.
    • “Reversibiliteit”. Als de trainingsserie stopt, verdwijnt het effect ook grotendeels. Die achteruitgang gaat overigens minder snel en minder ver als je beter getraind, lees fitter, bent. 

Meer weten?

Wil je meer informatie over deze initiatieven? Stuur een mail of bel Rienk Dekker, revalidatiearts en hoogleraar Actieve leefstijl en Revalidatiegeneeskunde.

Kleine profielfoto van R. Dekker
Prof. dr. Rienk Dekker Revalidatiearts, hoogleraar Actieve leefstijl en Revalidatiegeneeskunde