Sterftecijfers

Ziekenhuizen doen hun uiterste best om patiënten zo goed mogelijk te helpen. Toch overlijden er patiënten, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een verminderde kwaliteit van zorg. Eén van de manieren om die kwaliteit van zorg zichtbaar te maken, is het publiceren van het jaarlijkse sterftecijfer van een ziekenhuis in relatie tot het verwachte sterftecijfer van dat ziekenhuis.

Jaarlijks worden van alle ziekenhuizen in Nederland de sterftecijfers (Hospital Standardized Mortality Ratio – HSMR) berekend. Omdat ziekenhuizen van elkaar verschillen in omvang en patiëntenpopulatie worden factoren zoals leeftijd, diagnose, andere aandoeningen, sociaal economische status, urgentie van opname en herkomst van de patiënt meegewogen in de uitkomsten. Op basis van deze factoren wordt een 'verwachte sterfte' per ziekenhuis per aandoening berekend en vervolgens wordt de werkelijke sterfte daartegen afgezet. Dit is de HSMR.

Sterftecijfers 2020

Een HSMR van 100 geeft aan dat de werkelijke sterfte gelijk is aan de verwachte sterfte in een bepaald tijdsinterval. De HSMR 2020 voor het UMCG is 93, waarbij het 95% betrouwbaarheidsinterval 86-101 is. De sterfte in het UMCG wijkt daarmee statistisch niet significant af van het landelijk gemiddelde.

De HSMR 2018-2020 voor het UMCG is 94, het 95% betrouwbaarheidsinterval is 90-98. Dit betekent dat de HSMR van het UMCG in deze periode statistisch significant lager is dan het landelijk gemiddelde. Voor een uitgebreide toelichting op deze berekening, zie uitleg HSMR en SMR hieronder.

Covid-19

Het verslagjaar 2020 is een bijzonder jaar vanwege de Covid-19 pandemie. Vanwege de afwijkende aard van de Covid-19 opnamen en het feit dat er bij aanvang van de pandemie nog geen ervaring was met de behandeling van Covid-19, heeft Dutch Hospital Data in overleg met de Nederlandse Zorgautoriteit en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd besloten om voor 2020 de opnamen met Covid-19 als hoofddiagnose uit te sluiten van de HSMR-berekening. Opnamen met Covid-19 als nevendiagnose, maar met een andere hoofddiagnose, zijn wel meegenomen.

Sterftecijfers 2018-2020

Periode Aantal opnamen Aantal sterfgevallen Verwacht aantal sterfgevallen HSMR 95% betrouwbaarheidsinterval
2018 29.204 633 668 95 (88-102)
2019 30.098 644 682 94 (87-102)
2020 27.046 618 665 93 (86-101)
2018-2020 86.348 895 2.014 94 (90-98)

Sterftecijfer als vergelijkende maat voor kwaliteit van zorg

Het UMCG gebruikt de sterftecijfers als één van de vele kwaliteitsindicatoren om de zorg voortdurend te verbeteren. Het volledige rapport ‘HSMR-rapport 2018-2020’ is te lezen via deze link.

Uitleg HSMR

Als de HSMR-uitkomst 100 is, dan is de werkelijke sterfte gelijk aan de verwachte sterfte. Bij een score boven de 100, dan is de werkelijke sterfte hoger dan de verwachtte sterfte. Bij een HSMR onder de 100, dan is de werkelijke sterfte lager dan de verwachtte sterfte.

Omdat ziekenhuizen fors van elkaar verschillen in omvang en patiëntenpopulatie wordt bij het berekenen van het te verwachten aantal overleden patiënten rekening gehouden met relevante kenmerken van de patiënten en opnamegegevens. Factoren zoals onder andere leeftijd, ernst van de aandoening, extra aandoeningen en urgentie van opname worden meegewogen, omdat ze een rol spelen bij de kans op overleving. Op basis van al deze factoren wordt een ‘verwachte sterfte’ per diagnosegroep berekend.

Hoe wordt het sterftecijfer berekend?

Het sterftecijfer van ziekenhuizen wordt berekend in de Hospital Standardized Mortality Ratio (HSMR).

HSMR = 100x werkelijk percentage overleden patiënten gedeeld door verwachte percentage overleden patiënten volgens het profiel

Dit getal geeft aan of in een ziekenhuis meer of minder patiënten overlijden dan men zou verwachten op basis van het patiëntenprofiel. Bij een uitkomst van 100 is het percentage overleden patiënten precies zoals verwacht. De analyse en rapportage over deze cijfers wordt door de onafhankelijke instantie Dutch Hospital Data gedaan, in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek.

SMR

De SMR’s zijn berekend voor bepaalde diagnosegroepen waaruit de HSMR is opgebouwd en voor een aantal kenmerken van de patiënt en de opname. Bij dit laatste gaat het om leeftijd, geslacht en de urgentie van de opname (wel/niet acuut).