Nienke Veenstra (links) en Tina van der Velde (rechts)

Niet wachten op ziekte maar samen bouwen aan gezondheid

Leefstijl en preventie een vaste plek geven binnen de huisartsenpraktijk. Aan dit doel werkt huisarts dr. Tina van der Velde van de Academische Huisartsenpraktijk Groningen (AHG) samen met bewegingswetenschapper dr. Nienke de Vries. Binnen de AHG krijgt die ambitie steeds meer vorm, juist in nauwe samenwerking met partners in de regio. Door initiatieven te ontwikkelen en te verbinden met onderzoek, onderwijs en lokale organisaties, wil de praktijk de impact van leefstijl en preventie op gezondheid breder uitdragen.

Visie op leefstijl en preventie

Leefstijl en preventie zijn een belangrijk speerpunt binnen de praktijk. “Hoe meer aandacht voor preventie, hoe gezonder mensen leven”, zegt Tina, die sinds twee jaar ook kaderhuisarts Bewegingsapparaat is. “Dit heeft als resultaat een sterkere, gezondere samenleving, een hogere kwaliteit van leven en minder druk op het zorgsysteem.” Daarmee ontstaat er ook meer ruimte binnen de zorg. “Dan kun je meer aandacht besteden aan mensen die de zorg het hardst nodig hebben. Tegelijkertijd zien we dat gezond gedrag niet vanzelfsprekend is. Het is heel lastig om gezonde keuzes te maken in een omgeving die uitnodigt tot ongezonde keuzes.”

Samenwerking met andere domeinen is daarom essentieel. Aandacht voor preventie en leefstijl verdient niet alleen een plek in de spreekkamer, maar ook in de wijk, op scholen en op de werkvloer. Juist daar ligt ook een belangrijke rol voor de samenwerking met de afdeling Bewegingswetenschappen van het UMCG, waarin kennis en onderzoek over gedragsverandering en leefstijlinterventies wordt gekoppeld aan de dagelijkse praktijk.

Nienke is naast bewegingswetenschapper ook fysiotherapeut, leefstijlcoach, en universitair hoofddocent op het gebied van actieve leefstijl en preventie bij Bewegingswetenschappen. “De samenwerking is ontstaan vanuit het onderwerp valpreventie. Toen Tina contact opnam over een mogelijke samenwerking met studenten, hebben we vrij snel besloten de krachten te bundelen”, vertelt Nienke. “Wat wij vanuit bewegingswetenschappen toevoegen, is dat we initiatieven ook kunnen monitoren en evalueren. Die combinatie van praktijk en onderzoek maakt dat je onderbouwde keuzes kunt maken voor de toekomst.”

Van wachtkamer naar beweging

Eén van de initiatieven binnen de praktijk is De Gezonde Wachtkamer . Daarmee willen ze patiënten op een laagdrempelige en vrijblijvende manier uitnodigen om in beweging te komen en aandacht creëren voor een gezonde leefstijl. “We willen wachttijd niet langer beschouwen als verloren tijd, maar juist als een kans om mensen te inspireren gezonder te leven”, legt Tina uit. “We willen mensen graag een keuze bieden; je mag zittend en lezend wachten, maar ook staand, fietsend of puzzelend. Een kleine aanpassing kan soms al een groot verschil maken.”

Een inspiratie hiervoor is de 1%-regel, een principe dat bekend werd door het boek Atomic Habits (Elementaire gewoontes) van James Clear. Het idee daarachter is dat kleine verbeteringen die je dagelijks maakt, zich op termijn opstapelen tot een groot verschil. Niet door de lat hoog te leggen, maar door gedurende de dag kleine beweeg- en bewustwordingsmomenten toe te voegen. Zo wordt wachten ook een moment waarop gezondheid en preventie kan beginnen en maakt het de overgang naar het leefstijlgesprek in de spreekkamer kleiner. “Vanuit ons vakgebied kijken we veel naar de rol van de omgeving”, legt Nienke uit. “We weten dat bewegen belangrijk is, maar ook dat het voor mensen lastig is om ermee te beginnen en dat vol te houden. Dan helpt het enorm als de omgeving uitnodigt tot bewegen. Zo’n gezonde wachtkamer is daar een mooi voorbeeld van. Daarnaast kun je dit soort initiatieven ook goed onderzoeken”, voegt ze toe. “Door patiënten te bevragen en te monitoren krijg je beter inzicht in wat werkt en wat mensen nodig hebben.”

Gezondheidsmarkt en valpreventie

Een concreet voorbeeld van die samenwerking is de Gezondheidsmarkt, die in 2025 voor de tweede keer werd georganiseerd na de jaarlijkse griepprik. Tijdens deze middag komen verschillende zorg- en welzijnspartners samen rondom een preventie thema – in 2025 was dat thema valpreventie. Tijdens de valpreventie carrousel konden 65-plussers hun valrisico laten testen en informatie krijgen over gezond bewegen.

De betrokkenheid van Bewegingswetenschappen zorgde ervoor dat deze praktijkinitiatieven ook een onderzoekscomponent kregen. “Studenten hielpen bijvoorbeeld met het uitvoeren van de valscreening en het verzamelen van data”, vertelt Nienke. “Ze hebben ook een database opgezet waarin die gegevens worden opgeslagen. Nieuwe studentengroepen kunnen daar weer op voortbouwen en het verder analyseren en evalueren.”

De reacties van patiënten waren vooral positief. “Het was voor sommige patiënten echt een eyeopener”, vertelt Tina. Een paar reacties: “Ik dacht goed mobiel te zijn, maar ik heb toch een hoog valrisico.” “Ik ben bang om te vallen, toch zijn mijn balanstesten heel goed.” De combinatie met de griepprik maakt het laagdrempelig, vonden meerdere patiënten: “Je kunt gewoon naar de griepprik gaan en daarna meteen je valrisico laten meten en advies krijgen.”

Samenwerking met de regio

De praktijk zoekt actief de samenwerking op met partners in de regio, zoals de gemeente Groningen, fysiotherapeuten, diëtisten, Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) aanbieders, Healthy Ageing Network Northern Netherlands (HANNN), WIJ Groningen, studenten en onderzoekers. “Veel partijen waren bijvoorbeeld al bezig met valpreventie, maar iedereen op zijn eigen eilandje”, zegt Tina. “Wat wij wilden, is iedereen bij elkaar brengen en valpreventie een keer met z’n allen doen.”

Voor patiënten heeft dat duidelijke voordelen. “Je hebt in ieder geval op bepaalde momenten alle zorgverleners onder één dak. Dan hoef je niet op maandag naar de fysio, op dinsdag naar de ergotherapeut en op vrijdag naar de huisarts.” Die samenwerking gaat verder dan alleen het betrekken van zorgprofessionals. Door ook onderzoekers, studenten én patiënten te betrekken, ontstaat een bredere aanpak waarin praktijkervaring, patiëntbeleving, onderzoek en onderwijs samenkomen.

“Wat ik heel mooi vind aan deze samenwerking is dat de wetenschap aansluit bij praktijkinnovaties die er al zijn”, vertelt Tina. “Je versterkt elkaar, omdat je vragen uit de praktijk direct kunt onderzoeken en de uitkomsten weer kunt gebruiken om de zorg te verbeteren.” “We verzamelen bijvoorbeeld data op verschillende plekken in de regio”, legt Nienke uit. “Zowel in de huisartsenpraktijk als in het ziekenhuis en bij mensen thuis. Als je die gegevens combineert, krijg je een veel beter beeld van de doelgroep en kun je gerichter verbeteren.”

Blik op de toekomst

De komende jaren wil de praktijk deze koers verder uitbouwen en meer aandacht creëren voor het belang van preventie. De samenwerking met andere zorgprofessionals, de patiënt, de wijk, onderwijs en Bewegingswetenschappen blijft daarin een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld bij het vertalen van praktijkvragen naar onderzoeksvragen en het ontwikkelen van onderbouwde interventies. “Met valpreventie willen we zeker verder”, zegt Nienke. “We hebben nu patiënten op één moment gemeten, maar het zou juist interessant zijn om ze in de tijd te volgen. Bijvoorbeeld om te kijken wat de beste begeleiding is voor mensen met een hoog valrisico. Daarnaast willen we de samenwerking ook uitbreiden naar andere thema’s. Het is heel inspirerend om vanuit verschillende perspectieven naar vraagstukken te kijken en samen te werken aan oplossingen.”

Ook hopen ze andere praktijken te inspireren. “Tijdens de griepprik zijn er veel patiënten tegelijkertijd in de praktijk. Als je de middelen en de ruimte hebt, nodig dan je samenwerkingspartners uit en benut die kans om mensen bewust te maken van het belang van preventie”, zegt Tina. Tegelijkertijd blijven de verwachtingen realistisch. “Je moet niet meteen grote veranderingen verwachten”, zegt ze. “Als je al een paar mensen bereikt die een stapje zetten in de goede richting, dan is dat al winst.” Juist in steeds weer kleine stappen zetten en in de samenwerking tussen praktijk en wetenschap zit volgens de initiatiefnemers de kracht van duurzame verandering.