Mogelijke onderzoeken bij mastocytose
We doen meestal bloedonderzoek en onderzoeken de urine. We kijken hoeveel mestcellen er inzitten. We onderzoeken ook vaak de huid. Meestal kunnen we dan al zeggen of er mastocytose van de huid is of niet.
Of we nog andere onderzoeken doen, hangt af van de klachten. Bijvoorbeeld als we denken dat je systemische mastocytose hebt. Voor deze onderzoeken krijg je een aparte afspraak. We maken dan vaak ook foto's van de huid.
Om zeker te weten dat de diagnose mastocytose is, is meestal een beenmergpunctie nodig. Hierbij halen we een stukje weefsel uit het beenmerg, dat we onderzoeken op mestcellen. Bij kinderen doen we dit onderzoek meestal niet.
Mogelijke andere onderzoeken zijn:
Heb je allergische reacties gehad? Dan doen we ook onderzoek naar waar je allergisch voor bent. Bijvoorbeeld voor insecten, medicijnen of bepaald voedsel.
Diagnostisch onderzoek in het UMCG
We onderzoeken het bloed en beenmerg in ons laboratorium. Dit heet ook wel diagnostisch onderzoek. De pathologen (artsen die dit onderzoek doen) gebruiken hiervoor speciale apparatuur en methodes die heel gevoelig zijn, zodat ze heel kleine afwijkingen al kunnen opsporen.
Onderzoek naar de botten
Soms doen we extra onderzoek naar je botten. Bijvoorbeeld als je rugklachten hebt of pijn in je botten, kleiner bent geworden in lengte, of een botbreuk hebt gehad. Dan onderzoeken we of je botontkalking (osteoporose) hebt. Onderzoeken die we kunnen doen zijn:
- Botdichtheidsmeting (DEXA-scan): hiermee bekijken we hoe sterk je botten zijn.
- Röntgenfoto’s van de wervelkolom: om te onderzoeken of er wervelinzakkingen zijn. Een wervelinzakking heet ook wel een compressiefractuur of een inzakkingsfractuur.
- Extra bloedonderzoek, waarbij we kijken naar stoffen in het bloed zoals calcium en vitamine D die te maken hebben met botopbouw. En de stof CTX, die te maken heeft met botafbraak.