Mastocytose: te veel mestcellen in het lichaam

Iedereen heeft mestcellen in het lichaam. Die zijn belangrijk voor je afweer. Bij mastocytose zijn de mestcellen extra gevoelig voor prikkels en er zijn te veel mestcellen in het lichaam. Dit kan voor veel verschillende klachten zorgen. Mastocytose is een zeldzame ziekte.

Wat is een mestcel?

Mestcellen zijn een bepaald soort witte bloedcellen. Ze zijn een onderdeel van het afweersysteem. Ze werken bijvoorbeeld bij het genezen van wondjes. De mestcellen kunnen allerlei stoffen afgeven, zoals histamine. 
Een mestcel heeft een receptor. Dit kan je zien als een soort antenne, waarmee de mestcel signalen opvangt. In een normale situatie krijgt een mestcel soms een signaal op de receptor om een stof af te geven of op een andere receptor met het signaal om zich te gaan delen. Het signaal om te delen heet stamcelfactor. Dat is een eiwit dat in het lichaam kan binden aan de receptor van mestcellen. 

Wat gebeurt er bij mastocytose?

Bij mastocytose zit er een mutatie in de receptor van de mestcel. Hierdoor staat de mestcel constant 'aan'. En denkt de mestcel constant dat hij moet groeien of zich delen. Ook als er geen stamcelfactor aan de receptor koppelt. Zo ontstaan er veel meer mestcellen dan nodig. 

Mastocytose is dan ook een mestcelziekte. Bij mastocytose stapelen mestcellen zich op. Dat gebeurt vooral in het beenmerg, de huid, lever, milt, botten en darmen. Deze mestcellen liggen vaak dicht bij zenuwcellen. Zenuwcellen geven signalen af in het lichaam, dit noemen we ook wel prikkels. Bij mastocytose zijn de mastocytose extra gevoelig voor prikkels en dus ook voor die van het zenuwstelsel. Dan geven de mestcellen stoffen af zoals histamine. Hierdoor kan je klachten krijgen.

Zeldzame ziekte

Mastocytose is een zeldzame ziekte, en een diagnose krijgen duurt vaak lang. Daarom denken we dat er meer mensen met mastocytose zijn dan we weten. Elk jaar krijgen ongeveer 10 tot 20 mensen in Nederland te horen dat ze mastocytose hebben. In totaal krijgen er zo'n 750 tot 1000 volwassenen en kinderen een behandeling voor mastocytose. Mastocytose is niet erfelijk. Je kunt de ziekte dus niet doorgeven aan je kinderen.

Soorten mastocytose

Er zijn 2 hoofdvormen van mastocytose: 

  • Cutane mastocytose: hierbij zitten er te veel mestcellen in de huid. 
  • Systemische mastocytose: hierbij zitten er te veel mestcellen in het beenmerg en/of andere organen, zoals de darmen, lever of milt. 

Kinderen hebben meestal mastocytose van de huid, zonder systemische mastocytose. Volwassenen hebben meestal systemische mastocytose.

  • Mastocytose van de huid heet ook wel cutane mastocytose. Bij mastocytose van de huid zitten er te veel mestcellen in de huid. Bij de meeste kinderen ontstaat dit al voor het eerste levensjaar. Er zijn ook weer verschillende soorten mastocytose van de huid: 

    • Solitair mastocytoom: bij deze vorm van mastocytose komt er een grote zwelling op een arm of been. Dit komt vooral voor bij baby's en jonge kinderen. De zwelling vermindert meestal binnen 1 of 2 jaar en verdwijnen vaak helemaal. Soms blijft er een klein litteken achter, hier heb je geen last van. 
    • Diffuse cutane mastocytose: hierbij wordt de huid dikker. Soms komen er ook blaren of andere klachten. Dit komt vooral voor bij kinderen jonger dan 3 jaar. 
    • MPCM: dit staat voor maculo paulaire cutane mastocytose. Deze vorm van cutane mastocytose komt het meest voor. Het kan zowel bij kinderen als volwassenen ontstaan. Hierbij krijg je kleine vlekjes, vaak over het hele lichaam maar vooral op de armen, benen en buik. De vlekjes zijn vlak, er zijn dus geen bultjes. Ze lijken op moedervlekken, maar hebben vaak een andere kleur, zoals rood, paars of bruin. Soms zwelt de huid, als je eroverheen wrijft (we noemen dit het teken van Darrier). De vlekjes kunnen ook jeuken. Bij de meeste kinderen gaat dit voor of tijdens de pubertijd weer over. De meeste volwassenen krijgen deze vorm van mastocytose als ze ongeveer 30 zijn. Volwassenen hebben dan ook vaak systemische mastocytose. Soms is dit bij kinderen ook zo. Bij volwassenen gaat deze vorm van mastocytose vaak niet meer over. 
  • Bij systemische mastocytose zitten er te veel mestcellen in 1 of meer organen. Dit zit vaak in het beenmerg. Maar ook in andere organen zoals de darmen, de lever, de milt of lymfeklieren. Systemische mastocytose komt minder vaak voor dan mastocytose van de huid. Er zijn verschillende soorten systemische mastocytose: 

    • Indolente Systemische mastocytose (ISM): deze vorm van systemische mastocytose komt het meest voor. Er zijn vaak teveel mestcellen in verschillende organen bij deze vorm. De meeste mensen die deze vorm van systemische mastocytose hebben, krijgen eerst klachten aan de huid (MPCM). Als iemand wel systemische mastocytose heeft maar geen MPCM, dan noemen we het beenmerg mastocytose. 
    • Agressieve mastocytose (ASM): deze vorm komt erg weinig voor. De lymfeklieren, lever en milt kunnen opzwellen doordat er teveel mestcellen zijn. Er zijn meestal geen klachten aan de huid. 
    • Mestceltumoren en mestcelleukemie (MCL): dit zijn hele zeldzame aandoeningen. Mestceltumoren zijn een vorm van huidkanker. Bij mestcelleukemie vinden we mestcellen in het bloed. 

Klachten en symptomen

Niet iedereen heeft dezelfde klachten. Iemand hoeft ook niet de hele tijd klachten te hebben. Klachten die kunnen voorkomen zijn: 

  • Rood bruine vlekjes (urticaria pigmentosa). Soms vlammen de vlekjes op, bijvoorbeeld na het zwemmen 
  • blaren op de vlekjes 
  • jeuk 
  • ineens rood worden, vooral in je gezicht (flushing) 
  • heel erg moe zijn 
  • hartkloppingen 
  • buikklachten: buikpijn, buikkrampen, diarree 

Bij systemische mastocytose ook: 

  • spierpijn of botpijn 
  • botontkalking (osteoporose)
  • heftige allergische reacties, vooral na wespensteken maar soms ook door bepaalde medicijnen of spontaan. Heel soms ook na bepaald voedsel. 
  • niet lekker in je vel zitten 
  • soms: lage bloeddruk, bewusteloos raken. Dit heet ook wel anafylactische shock 

Ga bij deze klachten altijd voor de zekerheid naar uw (huis)arts. Die kan je verwijzen naar de afdeling Allergologie als dat nodig is.

Triggers 

Bij mastocytose staat de mestcel dus constant 'aan'. Hierdoor reageert de mestcel veel sneller op prikkels in en op het lichaam dan bij iemand zonder mastocytose. Deze prikkels noemen we ook wel 'triggers'. Deze triggers zorgen ervoor dat er stof zoals histamine uit de mestcel vrijkomt waardoor je klachten kunt krijgen. Triggers die veel voorkomen zijn bijvoorbeeld: 

  • inspanning 
  • warmte of kou, of de overgang hiertussen 
  • wrijven of krabben 
  • infecties, zoals verkoudheid 
  • steken of beten van insecten 
  • sommige voedingsmiddelen 
  • sommige medicijnen kunnen de afgifte van histamine versterken. Zoals pijnstillers (NSAID’s), spierverslappers of antibiotica 
  • vermoeidheid 
  • stress 
  • hormonale veranderingen, zoals bij menstruatie, zwangerschap of een behandeling met hormonen 

Deze triggers kunnen per persoon verschillen. Ook de klachten die je van bepaalde triggers krijgt en hoe erg de klachten zijn, verschillen. Als je een poosje last hebt van stress of ziek bent, kan je heftiger reageren op bepaalde triggers dan in een 'normale' periode. 

Meer klachten door voeding?

Heb je het idee dat je door mastocytose niet goed tegen histamine uit voeding kan? Er is nog geen wetenschappelijk bewijs dat dit met elkaar te maken heeft.

Toch hebben sommige mensen met mastocytose het idee dat ze door bepaalde voedingsmiddelen meer klachten krijgen. Ze eten dan die voedingsmiddelen niet meer en krijgen dan soms te weinig belangrijke voedingsstoffen binnen. Hierdoor kan iemand weer andere klachten krijgen. 

Denk je dat sommige voedingsmiddelen de klachten erger maken? Overleg dan met je arts of je diëtist. Dan krijg je hulp bij het maken van een persoonlijk plan voor een gezond en afwisselend voedingspatroon waar je zo weinig mogelijk klachten van krijgt.

Mastocytose en botontkalking

In onze botten wordt altijd bot afgebroken en nieuw bot aangemaakt. Normaal gesproken is dit in evenwicht. Maar mensen met mastocytose hebben een hoger risico op botontkalking (osteoporose). Dan wordt er meer bot afgebroken dan opgebouwd. Dit komt omdat de stoffen die de mestcellen afgeven, zoals histamine, invloed hebben op de botten. 

Door botontkalking worden de botten dunner, en ook minder dicht (stevig). Hierdoor is er een grotere kans op botbreuken. Dit kunnen ook botbreuken zijn bij kleine ongelukjes zoals vallen van een lage hoogte, of gewone dagelijkse dingen. Van de botontkalking merken mensen meestal niks, tot dat ze een botbreuk krijgen. Dit zien we vooral in de lendewervels (de wervels onderin de rug). Bij sommige mensen is botontkalking het eerste teken van systemische mastocytose. 

UMCG Expertisecentrum voor Mastocytose

Het UMCG is een expertisecentrum voor de zeldzame aandoening mastocytose bij kinderen en volwassenen. Een zeldzame aandoening is een ziekte die minder dan 1 op de 2.000 mensen heeft. Het ministerie van VWS heeft het UMCG aangewezen als expert in deze zorg.

Heb je nog vragen?

Volwassenen

Volwassenen kunnen bellen naar polikliniek Long- en systeemziekten van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.30 en 12.00 uur en tussen 13.00 en 16.00 uur.

Kinderen

Kinderen en hun ouders kunnen bellen met de afdeling Kinderlongziekten/allergologie van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?