Klachten en symptomen
Niet iedereen heeft dezelfde klachten. Iemand hoeft ook niet de hele tijd klachten te hebben. Klachten die kunnen voorkomen zijn:
- Rood bruine vlekjes (urticaria pigmentosa). Soms vlammen de vlekjes op, bijvoorbeeld na het zwemmen
- blaren op de vlekjes
- jeuk
- ineens rood worden, vooral in je gezicht (flushing)
- heel erg moe zijn
- hartkloppingen
- buikklachten: buikpijn, buikkrampen, diarree
Bij systemische mastocytose ook:
- spierpijn of botpijn
- botontkalking (osteoporose)
- heftige allergische reacties, vooral na wespensteken maar soms ook door bepaalde medicijnen of spontaan. Heel soms ook na bepaald voedsel.
- niet lekker in je vel zitten
- soms: lage bloeddruk, bewusteloos raken. Dit heet ook wel anafylactische shock
Ga bij deze klachten altijd voor de zekerheid naar uw (huis)arts. Die kan je verwijzen naar de afdeling Allergologie als dat nodig is.
Triggers
Bij mastocytose staat de mestcel dus constant 'aan'. Hierdoor reageert de mestcel veel sneller op prikkels in en op het lichaam dan bij iemand zonder mastocytose. Deze prikkels noemen we ook wel 'triggers'. Deze triggers zorgen ervoor dat er stof zoals histamine uit de mestcel vrijkomt waardoor je klachten kunt krijgen. Triggers die veel voorkomen zijn bijvoorbeeld:
- inspanning
- warmte of kou, of de overgang hiertussen
- wrijven of krabben
- infecties, zoals verkoudheid
- steken of beten van insecten
- sommige voedingsmiddelen
- sommige medicijnen kunnen de afgifte van histamine versterken. Zoals pijnstillers (NSAID’s), spierverslappers of antibiotica
- vermoeidheid
- stress
- hormonale veranderingen, zoals bij menstruatie, zwangerschap of een behandeling met hormonen
Deze triggers kunnen per persoon verschillen. Ook de klachten die je van bepaalde triggers krijgt en hoe erg de klachten zijn, verschillen. Als je een poosje last hebt van stress of ziek bent, kan je heftiger reageren op bepaalde triggers dan in een 'normale' periode.
Meer klachten door voeding?
Heb je het idee dat je door mastocytose niet goed tegen histamine uit voeding kan? Er is nog geen wetenschappelijk bewijs dat dit met elkaar te maken heeft.
Toch hebben sommige mensen met mastocytose het idee dat ze door bepaalde voedingsmiddelen meer klachten krijgen. Ze eten dan die voedingsmiddelen niet meer en krijgen dan soms te weinig belangrijke voedingsstoffen binnen. Hierdoor kan iemand weer andere klachten krijgen.
Denk je dat sommige voedingsmiddelen de klachten erger maken? Overleg dan met je arts of je diëtist. Dan krijg je hulp bij het maken van een persoonlijk plan voor een gezond en afwisselend voedingspatroon waar je zo weinig mogelijk klachten van krijgt.
Mastocytose en botontkalking
In onze botten wordt altijd bot afgebroken en nieuw bot aangemaakt. Normaal gesproken is dit in evenwicht. Maar mensen met mastocytose hebben een hoger risico op botontkalking (osteoporose). Dan wordt er meer bot afgebroken dan opgebouwd. Dit komt omdat de stoffen die de mestcellen afgeven, zoals histamine, invloed hebben op de botten.
Door botontkalking worden de botten dunner, en ook minder dicht (stevig). Hierdoor is er een grotere kans op botbreuken. Dit kunnen ook botbreuken zijn bij kleine ongelukjes zoals vallen van een lage hoogte, of gewone dagelijkse dingen. Van de botontkalking merken mensen meestal niks, tot dat ze een botbreuk krijgen. Dit zien we vooral in de lendewervels (de wervels onderin de rug). Bij sommige mensen is botontkalking het eerste teken van systemische mastocytose.