Het is niet altijd nodig om een Barrett-slokdarm meteen te behandelen. U krijgt wel altijd zuurremmende medicijnen om te voorkomen dat het Barrett-slijmvlies zich uitbreidt.
We controleren u ook regelmatig. U krijgt dan een gastroscopie. Dit doen we omdat mensen met een Barrett-slokdarm een iets grotere kans op slokdarmkanker hebben, dan mensen met een gezonde slokdarm. Die kans is nog steeds erg klein; minder dan 5% van de mensen met een Barrett-slokdarm krijgt slokdarmkanker.
Hoe vaak u terugkomt voor controle en bij wie, hangt af van de uitslag van het weefselonderzoek en de lengte van het Barrett-slijmvlies. Dit gebeurt in het UMCG als:
- uw Barrett-slijmvlies 10 cm of langer is
- u dysplasie of een vroege vorm van slokdarmkanker heeft
Als dit voor u niet geldt, kunt u voor controle naar het ziekenhuis dat u heeft verwezen.
Onrustige cellen
In een Barrett-slokdarm kunnen onrustige cellen ontstaan. Dit heet dysplasie. Het is een voorstadium van slokdarmkanker. Er zijn verschillende mogelijkheden:
- het is onduidelijk of er onrustige cellen zijn
- laaggradige dysplasie (LGD)
- hooggradige dysplasie (HGD)
Bij hooggradige dysplasie is er meer 'onrust' dan bij laaggradige dysplasie. Onrustige cellen in de Barrett-slokdarm kunnen veranderen in slokdarmkanker. Soms is het nodig om dysplasie te behandelen.