Mitralis- en of tricuspidalisklepbehandeling via de lies

De mitralis- en tricuspidalisklep zijn hartkleppen. De mitralisklep zit tussen de linker boezem en de linker hartkamer. De tricuspidalisklep zit tussen de rechter boezem en de rechter hartkamer. Als 1 of beide kleppen lekken, kunnen we deze behandelen.

U heeft een percutane mitralis- of een tricuspidalisklepbehandeling nodig als u een hartklepaandoening heeft. Percutaan betekent 'door de huid' heen. Lekkage aan de mitralisklep behandelen we met de MitraClip. Lekkage aan de tricuspidalisklep met een TriClip. Dit zijn een soort klemmen die we op de zieke klep zetten. De clip bestaat uit een metalen klemmetje met zacht kunststof er omheen.

U krijgt deze behandeling meestal als een open hart operatie een te groot risico voor u is. Het voordeel is dat u daarmee geen grote borstwond krijgt. Ook gaat het herstel sneller. Uw arts bespreekt met u of dit voor u de beste behandeling is.

Percutane mitralisklep
Percutane mitralisklep

Voorlichtingsgesprek

Uw cardioloog heeft u verwezen naar het Hartcentrum. Tijdens het voorbereidende gesprek krijgt u informatie over de behandeling, de nabehandeling en mogelijke problemen na de behandeling.

De behandeling stap voor stap

  1. Na de verwijzing door uw cardioloog krijgt u een brief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Bijvoorbeeld wat u mag eten en drinken op de ochtend van uw behandeling. En welke medicijnen u wel of niet mag gebruiken.

    Contactlenzen, sieraden en piercings moeten uit of af voor de behandeling. Laat de sieraden thuis. Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Haal dit weg voor u naar het ziekenhuis komt. Tijdens de behandeling krijgt u een soort knijpertje op uw vinger. Daarmee kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Dat lukt niet goed als er iets op de nagels zit.

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de narcose. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

    U kunt na de behandeling niet alleen naar huis. Vraag daarom voor de behandeling iemand die u thuis kan brengen.

  2. Voor het plaatsen van de clip gaat u eerst naar de verpleegafdeling Cardiologie. We nemen u een dag voor de behandeling op. Voor de behandeling blijft u ongeveer 3 tot 5 dagen in het ziekenhuis.

    Voor de behandeling heeft u gesprekken met onder andere de arts-assistent en de verpleegkundige. We onderzoeken u ook. We nemen bloed af en maken een hartfilmpje. Soms maken we ook een foto van uw borstkas. Verder krijgt u een infuus in uw hand of arm.

    Om te voorkomen dat er bloedklontjes komen in de nieuwe hartklep, krijgt u bloedverdunnende medicijnen. Als u deze al gebruikt krijgt u deze extra medicijnen niet.

    Vanaf 6 uur voor de operatie mag u niets meer eten of drinken. U mag wel medicijnen nemen met een klein slokje water.

  3. Voor de behandeling gaat u onder narcose. U krijgt een slangetje in de blaas om de urine op te vangen. Ook krijgt u een slang in de slokdarm, zodat we de hartecho via de slokdarm kunnen maken.

    We plaatsen eerst een buisje (katheter) in de lies. Door dit buisje brengen we een dun, soepel slangetje in de ader. In de katheter zit de clip. Via de katheter in de lies brengen we de clip naar de juiste plek in het hart. Bij de mitralisklepbehandeling gaat de katheter ook nog door het tussenschot van de boezem naar de juiste plek in het hart.

    Tijdens het plaatsen controleren we met een hartecho via de slokdarm de juiste plaats voor de clip. Als we op de juiste plek zijn, plaatsen we de clip. Als we zeker weten dat de clip goed zit, maken we deze vast op de hartklep met een klemmetje. Soms moeten we 2 clips gebruiken. Dit bepalen we tijdens de behandeling.

    Na de behandeling halen we de buisjes uit de lies. De prikplekken hechten we we doen er een drukverband op.

    Het plaatsen van de clip duurt ongeveer 3 uur.

  4. Na de operatie gaat u naar de Hartbewaking. Hier blijft u ongeveer 4 uur. We controleren steeds uw bloeddruk en hartritme, zuurstof in uw bloed, ademhaling en temperatuur.

    Ook controleert de verpleegkundige de lies op nabloeden. Het drukverband en de hechting halen we de dag na de behandeling weg. Ook controleren we de doorbloeding van het been. En maken we een röntgenfoto van de borst.

    Als alles goed gaat, mag u naar de verpleegafdeling. Na de operatie moet u 12 uur in bed blijven. Hiervan moet u eerst 4 uur plat blijven liggen. Na 12 uur mag u weer uit bed, tenzij we u wat anders vertellen.

    Het is mogelijk dat u nog zuurstof nodig hebt. Dit krijgt u via een slangetje in de neus. Soms krijgt u een kastje (telemetriekastje) die uw hartritme in de gaten houdt. Deze krijgt u van ons.

  5. U mag na 2 tot 5 dagen naar huis. Dit hangt af van hoe snel u herstelt. Voordat u naar huis gaat, maken we een hartecho. We controleren dan of uw hart en de mitralisklep of de tricuspidalisklep goed werken. Als het nodig is, kan de verpleegkundige extra verzorging regelen voor thuis.

    We vertellen u welke medicijnen u thuis moet gebruiken. Hiervoor krijgt u een recept mee voor de apotheek. En als het nodig is ook een brief voor de huisarts.

    U krijgt een kaartje waarop uw naam staat, het unieke nummer van de clip en de datum wanneer we deze in uw hart hebben geplaatst. Met deze gegevens kan de cardioloog u helpen als dat nodig is. Draag dit kaartje altijd bij u.

  6. Na 1 maand heeft u een afspraak voor controle bij de polikliniek Hart en Vaten in het UMCG. De volgende controle heeft u weer bij uw eigen cardioloog.

  • Bekijk de wachttijden

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

    • een TIA of herseninfarct
    • een hartinfarct
    • een infectie
    • een (na)bloedingin de lies
    • een zwelling of een blauwe plek in de lies

    Wat te doen bij klachten

    U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

    • klachten krijgt die passen bij een herseninfarct of TIA. Deze klachten zijn hoofdpijn, moeite met lopen, zien, praten, het hebben van een scheef hangende mondhoek en een verlamming of doof gevoel van het lichaam
    • opeens meer dan een kilo aankomt
    • moeite krijgt met ademen en kortademig bent
    • opgezette handen hebt of een opgezette buik
    • een bloedneus of bloedend tandvlees krijgt
    • bloed plast of poept. Of als uw ontlasting een zwarte kleur heeft
    • hartkloppingen heeft
    • koorts krijgt (temperatuur boven de 38 graden Celcius)
    • een zwelling in de lies ziet die steeds groter wordt. Of als de wond in de lies pijn gaat doen
    • pijn op de borst krijgt

Wachttijden

Bekijk de wachttijden

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • een TIA of herseninfarct
  • een hartinfarct
  • een infectie
  • een (na)bloedingin de lies
  • een zwelling of een blauwe plek in de lies

Wat te doen bij klachten

U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

  • klachten krijgt die passen bij een herseninfarct of TIA. Deze klachten zijn hoofdpijn, moeite met lopen, zien, praten, het hebben van een scheef hangende mondhoek en een verlamming of doof gevoel van het lichaam
  • opeens meer dan een kilo aankomt
  • moeite krijgt met ademen en kortademig bent
  • opgezette handen hebt of een opgezette buik
  • een bloedneus of bloedend tandvlees krijgt
  • bloed plast of poept. Of als uw ontlasting een zwarte kleur heeft
  • hartkloppingen heeft
  • koorts krijgt (temperatuur boven de 38 graden Celcius)
  • een zwelling in de lies ziet die steeds groter wordt. Of als de wond in de lies pijn gaat doen
  • pijn op de borst krijgt

Leefregels

Als u weer thuis bent, moet u met een aantal dingen rekening houden:

  • U mag de eerste week geen druk op de lies zetten, niet persen, niet zwaarder dan 5 kilo tillen.
  • De eerste week moet u rustig aan doen met bewegen. Vanaf de tweede week mag u het bewegen rustig aan weer opbouwen.
  • U mag de eerste 4 weken na de behandeling niet fietsen en autorijden. Tijdens de 1e controleafspraak bespreken we of u weer kunt fietsen en autorijden.
  • De eerste week na de behandeling mag u kort douchen. Dit is minder dan 5 minuten. U mag na 7 dagen weer langer douchen en in bad.
  • U kunt zich na de behandeling mentaal onstabiel en onzeker voelen. Dat is een veel voorkomend gevoel en heel gewoon. Voor uw herstel is het goed om deze emoties er te laten zijn.

De MitraClip geeft geen problemen bij beveiligingspoortjes in winkels en bij de douane. Ook mag u nog gewoon in een MRI-scanner.

Tandheelkundige en/of medische behandeling in de toekomst

Als u een clip heeft, heeft u antibiotica nodig bij sommige (tandarts)behandelingen. Vooral bij behandelingen waar bloed bij vrij komt. Dus niet bij het boren van een gaatje. U krijgt dan meestal antibiotica voor en na de (tandarts)behandeling. U krijgt deze om te voorkomen dat een ontsteking naar het hart en de hartkleppen toe gaat.

Heeft u nog vragen?

U kunt polikliniek Hart en Vaten bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?