Nierdonatie door een levende donor

Voor een patiënt met een nierziekte zijn er in principe 2 behandelmogelijkheden: dialyse of transplantatie. Het dialyseren is voor patiënten en hun naasten vaak heel belastend. Op termijn kan een transplantatie dan een betere optie zijn.

In 1968 was de eerste transplantatie die in het UMCG werd uitgevoerd een niertransplantatie. Sindsdien zijn er ruim 4000 nierpatiënten in het UMCG getransplanteerd.

Bij de start van het levende donor-niertransplantatieprogramma in de jaren ’90 was het de schaarste aan donororganen die ons dreef, maar tegenwoordig zijn het vooral de betere resultaten die een transplantatie met een nier van een levende donor geeft.
Als voorbeeld: een goede nier van een overleden donor gaat ongeveer 10 jaar mee die van een levende donor ongeveer het dubbele.

Daarnaast hebben patiënten die met een levende donor worden getransplanteerd een korte wachttijd voor transplantatie. Hierdoor zijn zij beter in conditie voor de transplantatie, waardoor de uitgangssituatie na transplantatie ook beter is.

In het UMCG is alleen een niertransplantatieprogramma voor volwassenen. Niertransplantaties bij kinderen worden alleen gedaan in de transplantatiecentra in het Emma Kinderziekenhuis (Amsterdam UMC), het Sophia Kinderziekenhuis (Erasmus MC te Rotterdam) en het Amalia Kinderziekenhuis ( RadboudMC te Nijmegen).

  • In principe kan iedereen een nier doneren, als je gezondheid dat toelaat. Naast de wettelijke criteria (zoals eerder genoemd) zijn er een aantal voorwaarden als het gaat om gezondheid. Je komt niet in aanmerking voor levende donatie bij:

    • suikerziekte
    • een nierziekte
    • een ernstige darmziekte
    • hoge bloeddruk die met meer dan 2 soorten medicijnen niet goed onder controle is
    • ernstige hart- en/of vaatziekte
    • een kwaadaardige aandoening
    • een besmettelijke ziekte, zoals chronische hepatitis of HIV
    • ernstig overgewicht (BMI >30)
    • een ernstig psychische aandoening
    • drugsgebruik en/of overmatig alcoholgebruik
    • wettelijk niet toerekeningsvatbaar

    Onderstaande factoren maken dat iemand minder geschikt is om een nier te doneren:

    • roken
    • grote buikoperaties in verleden
    • urinewegproblemen
    • medicatiegebruik (bepaalde medicatie heeft een nadelige invloed op de nierfunctie).
  • Als je aan de criteria voldoet kun je met het formulier een aantal gegevens over jezelf en je gezondheid aan ons opsturen. Natuurlijk gaan wij vertrouwelijk om met je medische gegevens.

    Het traject om te kijken of je in aanmerking komt om bij leven een nier te doneren bestaat uit een aantal verschillende contactmomenten in het UMCG:

    • Informatie- en voorlichtingsgesprek met de coördinator nierdonatie, al dan niet gecombineerd met een bloedafname. Na dit gesprek heb je een wettelijke bedenktijd van minimaal 1 dag om, volledig voorgelicht, na te denken over nierdonatie. Daarna kun je contact opnemen met de coördinator nierdonatie om de screening in te plannen.
    • Screeningsonderzoeken, geland op twee achtereenvolgende dagen, met o.a. uitgebreid bloed- en urineonderzoek, nierfunctieonderzoek, CT-scan, longfoto, hartfilmpje en gesprekken met de transplantatienefroloog, de transplantatiechirurg en het medisch maatschappelijk werk.
    • Eventueel aanvullend vervolgonderzoek n.a.v. de bevindingen tijdens de screening.

    Of je donor kunt zijn hangt af van de resultaten van de onderzoeken en de gesprekken. Dit wordt uitgebreid in het nierdonatieteam besproken en daarna uiteraard met jou. Alleen jij en je huisarts krijgen een terugkoppeling van de onderzoeken. Het is van belang dat je je bewust bent van het feit dat bij een dergelijke uitgebreide medische screening ook onverwachte medische bevindingen naar voren kunnen komen.

    Bij een positief advies kan de operatie worden gepland. Dit gebeurt in overleg met jou en de ontvanger. Als je een nier gaat doneren aan iemand die je niet kent, kijken we naar een geschikte ontvanger op de wachtlijst in ons centrum.

    We onderzoeken ook of er meer mensen geholpen kunnen worden met een zogeheten ‘domino-transplantatie’. Daarbij doneert de anonieme donor aan een ontvanger en diens donor (die om verschillende redenen niet rechtstreeks aan zijn/haar bekende kan doneren) aan iemand van de wachtlijst.

    Voor anonieme donoren is er ook een mogelijkheid om meerdere mensen te helpen in het landelijke cross-over programma. Meer informatie over dit programma staat op de website van de transplantatiestichting.

  • De meeste mensen worden geboren met 2 nieren. Als je een nierdonatie bij leven doet dan hou je nog één nier over, en dat is in principe voldoende. Dat we met 1 nier kunnen leven heeft te maken met reservecapaciteit. Dit betekent dat de overgebleven nier zijn filtratievermogen (functie) kan opschroeven, waardoor de donor gemiddeld 30% aan functie verliest en niet de verwachte 50%. Maar er zijn wel risico’s verbonden aan het doneren van een nier. Zo is er een klein risico op nierfalen. Ongeveer 1 op de 450 donoren ontwikkelt binnen 15 jaar na nierdonatie extra nierfalen.

    Behalve het risico op nierfalen bestaan er ook operatierisico’s. De donornier wordt uit het lichaam gehaald met een zogenoemde handgeassisteerde kijkoperatie. Deze operatie duurt zo’n 3 tot 3,5 uur. De nier ligt onder in de buik, bijna tegen de ruggengraat aan. Via een kijkoperatie in de buikwand wordt de nier geopereerd en daarna door een snede van zo’n 10-12 cm onderin de buik (‘onderbroek-lijn’) uit het lichaam gehaald.

    Je moet je realiseren dat er bij een nierdonatie een kleine kans op overlijden is, zelfs bij de meest zorgvuldige screening van de gezonde donor en bij de meest ervaren chirurgische teams. Dit risico ligt rond de 0,03% wat betekent dat ongeveer 3 op de 10.000 mensen overlijdt door deze operatie.

    Mogelijke complicaties

    Zoals bij elke operatie kunnen zich bij een nierdonatie verschillende complicaties voordoen. Het is van te voren niet aan te geven óf en in welke mate je hiermee te maken krijgt. Voorbeelden van mogelijke complicaties zijn:

    • bloedingen
    • infecties
    • abces (een met pus gevulde holte als gevolg van een ontsteking)
    • slechte wondgenezing of andere wondproblemen
    • littekenbreuk
    • schade aan bloedvaten, zenuwen en naastgelegen organen
    • trombose/embolie (het ontstaan van een bloedpropje in één van de bloedvaten)
    • pijn
    • misselijkheid

    De kans op complicaties is ongeveer 10% waarvan het grootste deel mild is en overgaat. Er is ook een risico dat de genoemde complicaties blijvende schade tot gevolg hebben. Dit betekent dat je toekomst en je kwaliteit van leven kunnen veranderen. Dit heeft niet alleen consequenties voor jouzelf maar ook voor je naasten.

    Video bekijken Scannen
  • Na de operatie blijf je in het algemeen 4 tot 5 dagen opgenomen in het ziekenhuis. Daarna ben je in staat om jezelf te wassen en aan te kleden en thuis verder te herstellen. In de eerste week na thuiskomst is hulp van naasten zeer wenselijk, met name voor o.a. huishoudelijke taken, het verzorgen van maaltijden en boodschappen doen.

    Het advies is daarna minimaal 6 tot 8 weken fysiek rustig aan te doen. Dit houdt in dat je bijvoorbeeld wel kunt wandelen en eventueel fietsen, maar dat zware activiteiten zoals fanatiek sporten, maar ook stofzuigen en dweilen, worden afgeraden. Voor het volledige herstel mag je op ongeveer 3 maanden rekenen. Lukt het thuis niet met bijvoorbeeld de huishoudelijke werkzaamheden, dan kun je hulp aanvragen bij de gemeente of zelf hulp inhuren. De kosten hiervan worden tot maximaal 300 euro vergoed. Bekijk de kosten en vergoedingen.

    Helaas is het ook mogelijk dat je niet helemaal herstelt na een nierdonatie. Sommige donoren houden bijvoorbeeld pijnklachten. Dit is bij ongeveer 10% van de donoren het geval, variërend van dagelijkse pijn tot alleen pijn bij fanatiek sporten of langdurige beweging.

    Controle na transplantatie

    Na ontslag na de nierdonatie hoef je de eerste weken niet naar het UMCG te komen en is er alleen telefonisch contact met de coördinator nierdonatie bij leven en eenmalig met de transplantatiechirurg. Uiteraard is dit alleen het geval bij een ongecompliceerd beloop. Als er problemen ontstaan, moet je wel naar het UMCG komen. Omdat donoren vaak wat verder van het UMCG wonen, doen we de nacontroles zoveel mogelijk telefonisch.

    Na 8-10 weken kom je voor controle terug bij de coördinator nierdonatie, gecombineerd met een uitgebreide nierfunctie meting. Deze meting wordt verricht als uitgangspunt van de nieuwe situatie, namelijk het leven met 1 nier.
    Ongeveer 12 weken na de operatie zal er nog een laatste telefonische afspraak worden gepland om de uitslagen van de controle door te nemen en het traject, bij geen problemen, af te ronden.

    Laat ook elk jaar een controle doen van de bloeddruk. En een bloed- en urine onderzoek voor bijvoorbeeld het meten van de nierfunctie en het inschatten van risicofactoren op het ontwikkelen van nierfalen. Deze jaarlijkse controle doen we het liefst in het UMCG.

Contact?

Bel voor vragen met 050 361 46 45. Bereikbaar tijdens het telefonisch spreekuur op maandag, woensdag en donderdag van 9.00 tot 11.00 uur.

U kunt een mail sturen naar [email protected]
Of u stuurt een bericht naar de coördinator levende nierdonatie via onderstaand formulier.