Welk onderzoek je krijgt, hangt af van jouw situatie. Het bloedonderzoek kan bestaan uit:
Chromosoomonderzoek
Met een chromosoomonderzoek komen we erachter of jij of je partner een chromosoomafwijking hebt. Hiervoor doen we bij jullie beiden bloedonderzoek.
Chromosomen bestaan uit DNA. Met de informatie uit het DNA ontwikkelen cellen zich. Iedereen kan 'drager' zijn van een chromosoomafwijking, zonder dat hij of zij het weet. Als één van de partners de afwijking doorgeeft, gaat daarbij iets niet goed in het vroege embryo. De cellen van het embryo krijgen dan verkeerde informatie over hoe ze zich moeten ontwikkelen. Dit kan de oorzaak zijn van de herhaalde miskraam.
De gynaecoloog overlegt met jou of dit onderzoek voor je zinvol is. Dit hangt af van je leeftijd, het aantal miskramen, en herhaalde miskramen in de familie. Soms vallen de kosten van dit onderzoek onder het eigen risico.
Geeft de uitslag van het chromosoomonderzoek aan dat de kans op een miskraam groot is. Of dat er een grote kans is op een kind met een aangeboren afwijking. Dan is een IVF-behandeling met PGT mogelijk.
Onderzoek naar antifosfolipidensyndroom
Door bloedonderzoek kunnen we er achter komen of je antifosfolipidensyndroom hebt. Bij dit syndroom maken mensen verkeerde antistoffen aan. Hierdoor hebben ze een grotere kans op trombose. Trombose is een afsluiting van een bloedvat. Als dit de vroeg in de ontwikkeling van de placenta (moederkoek) gebeurt, ontstaat een miskraam. Ongeveer 2% van alle vrouwen heeft antifosfolipide-antistoffen. Bij vrouwen met een herhaalde miskraam is dat ongeveer 15%. We kunnen dit behandelen met bloedverdunners. Die voorkomen trombose in de bloedvaten van de placenta. Hierdoor is de kans op een volgende miskraam kleiner, maar niet helemaal weg.
Onderzoek naar stollingsafwijkingen
Soms doen we onderzoek naar stollingsafwijking. Dit doen we door bloedonderzoek. Bij een stollingsafwijking stolt het bloed te snel. Dan kan er een bloedpropje komen, dat een bloedvat afsluit (trombose). Als dit vroeg in de zwangerschap in de placenta komt, kan een miskraam ontstaan. Dit onderzoek doen we alleen als een van je ouders of broers of zussen een trombose heeft gehad. Of als je zelf herhaalde miskramen en een trombose hebt gehad.
Onderzoek naar de vorm van de baarmoeder
Dit onderzoek doen we met een echo. We kijken naar de vorm van de baarmoeder. Sommige vrouwen hebben afwijkingen aan de baarmoeder. Zoals een andere vorm, een dubbele baarmoeder of een tussenschot in de baarmoederholte. Het verschilt per situatie of dit de oorzaak kan zijn van de herhaalde miskraam.