Zaaddonatie: informatie voor de wensouders

Soms is een zwangerschap met eigen zaadcellen niet mogelijk. Daar kunnen veel verschillende oorzaken voor zijn. Een mogelijkheid om toch zwanger te worden, is met zaadcellen van een donor. Dit heet ook wel zaadceldonatie.

Soms kun je geen kinderen krijgen met eigen zaadcellen. Bijvoorbeeld omdat je een alleenstaande vrouw bent, of omdat je een lesbisch stel bent. Soms zijn er andere redenen, bijvoorbeeld als uit onderzoek blijkt dat een zwangerschap met het zaad van je partner niet mogelijk is, omdat er geen zaadcellen in de ballen worden aangemaakt. Een andere reden kan zijn dat je niet met de eigen zaadcellen een kind wilt krijgen omdat je partner drager is van een ernstige, erfelijke ziekte. En er een hoog risico bestaat om de ziekte aan jullie kind door te geven.

Je kunt dan een voor jou bekende man vragen om zaadcellen te doneren, zodat je misschien toch zwanger kunt worden. Er zijn wel een paar voorwaarden:

  • je bent niet ouder dan 40 jaar
  • je hebt minstens 2 jaar een vaste relatie (dit geldt alleen voor paren)
  • of je bent alleenstaand en kunt alleen voor een kind zorgen
  • jouw huisarts is het eens met de aanvraag van een behandeling met donorzaad
  • jij en je partner zijn beide akkoord met het gebruiken van donorzaad voor een zwangerschap
  • je hebt geen verhoogd risico op problemen tijdens een zwangerschap, bevalling of in het kraambed
  • jij en je partner kunnen goed voor een kind zorgen

Voor je zaadcellen kunt ontvangen

Eerst hebben jij en jouw eventuele partner hebben apart een eerste gesprek met de gynaecoloog over de behandeling. Als jullie besluiten het donortraject in te gaan, nodigen we donor uit voor een gesprek. Dit kan alleen met een verwijzing van zijn huisarts. Als jullie samen besluiten dit te willen, hebben jullie apart van elkaar nog een gesprek met een medisch maatschappelijk werker. Daarna schrijven de gynaecoloog en medische maatschappelijk werker samen een rapport voor het IVF-team. Dit team bespreekt het rapport en beslist of het behandeltraject door kan gaan.

Verklaring

Jij mag de gedoneerde zaadcellen alleen voor jezelf gebruiken. Je vult daarvoor een verklaring in. Hierin staat van wie je de zaadcellen hebt gekregen. Dat doe je voor de behandeling begint.

Hoe werkt het?

Bij kunstmatige inseminatie met donorzaad gebruiken we alleen ingevroren en ontdooid zaad. De donor is voor de inseminatiebehandeling getest op SOA's en infectieziekten. Het donorzaad kun je alleen gebruiken voor jezelf.

Het ingevroren donorzaad bewaren we in rietjes. Voor donatie ontdooien we 1 van de ingevroren rietjes om de kwaliteit ná het ontdooien te beoordelen. Dit doen we een paar dagen na het invriezen. Na ontdooien wordt duidelijk welke behandeling nodig is met het ingevroren zaad. Dit kan intra-uterine inseminatie zijn of IVF-ICSI.

Het ingevroren zaad gaat meestal eerst 6 maanden quarantaine. Dit is wettelijk bepaald. Soms is de een kortere quarantaine mogelijk. Tijdens jouw afspraak op de polikliniek bespreken we dit met je. Pas na de quarantaine kan het zaad worden gebruikt. Als de testuitslagen van de donor op infectieziektes goed zijn.

De kwaliteit van het ontdooide zaad en de soort behandeling bepalen hoeveel rietjes er per keer nodig zijn. Dit geeft aan hoeveel voorraad we uiteindelijk nodig hebben.

Zeggenschap over de zaadcellen

De donor vult elke keer als jullie de zaadcellen willen gebruiken voor een volgend kind, een verklaring in. Zo weten wij dat de donor de nieuwe kinderwens steunt.

Het aantal kinderen dat met donorzaad ontstaat mag niet te groot zijn. Dit is om te zorgen dat de kans op erfelijke afwijkingen door inteelt klein blijft. We vragen de donor daarom of en waar hij al eerder donor is geweest en of hoeveel kinderen hij zelf heeft. Op 2 of meer plaatsen tegelijkertijd donor zijn is niet gewenst.

In de verklaring geef de donor ook aan wat er met het zaad moet gebeuren als de donor overlijdt. Er zijn 2 opties:

  • het zaad vernietigen, dit gebeurt dan meteen na het overlijden
  • het zaad bewaren. De vrouw beslist wat er met het zaad gebeurt. Maar ze mag het zaad alleen gebruiken voor haarzelf. Dus niet voor andere vrouwen.

De zaaddonor kan altijd besluiten zich terug te trekken als donor en het zaad te laten vernietigen.

De behandeling stap voor stap

  1. Voor de behandeling ga je naar het Centrum voor Voorplantingsgeneeskunde. De eerste 6 behandelingen doen we meestal in jouw eigen cyclus. Op de eerste dag van de menstruatie (cyclusdag 1) bel je het Centrum voor Voorplantingsgeneeskunde om een afspraak te maken voor echoscopisch onderzoek. Als je de IUI behandeling in de natuurlijke cyclus krijgt, bel je het secretariaat aan het begin van de menstruatie. De eerste cylcus kijken we meestal mee met de echo.

    Als de eiblaasjes groot genoeg zijn, doe je zelf elke dag een LH-test in jouw urine. Hiermee bepalen we je eisprong. Als de LH-test positief is bel je het secretariaat van Voortplantingsgeneeskunde om je inseminatie te plannen. Als je meer behandelingen krijgt in de eigen cyclus, zijn meestal alleen LH-testen nodig. En kom je alleen naar het ziekenhuis voor de inseminatie zelf.

    Als je na 6 IUI behandelingen nog niet zwanger bent doen we vaak een eileideronderzoek. Als de eileiders er normaal uitzien doen we meestal nog maximaal 6 IUI-behandelingen met milde hormoonstimulatie.

    Als je een IUI behandeling krijgt met milde hormoonstimulatie krijg je een afspraak voor cyclusdag 2, 3 of 4 en de eiblaasje vervolgen we dan altijd met een echo (niet met LH-testen)

    Ben je na totaal 12 inseminatiebehandelingen nog niet zwanger? Dan kun je verder gaan met IVF/ICSI als je dit wil.

  2. Het plaatsen gaat makkelijker als de blaas een beetje vol is. Plas daarom niet van tevoren.

    Je kleed je je van onderen uit. Je ligt op een onderzoeksbank je benen in de beensteunen. We brengen een speculum (spreider) in je vagina om de baarmoedermond te zien. Daarna schuiven we een dun slangetje door de baarmoedermond in de baarmoederholte. Dat is niet pijnlijk, maar soms geeft dit een gevoel van kramp in je onderbuik.

    We brengen het zaad in je baarmoeder via het slangetje.

  3. Na de behandeling kun je meteen opstaan en ga je weer naar huis. Je hoeft niet iets speciaals te doen of te laten.

  4. Na de inseminatie wacht je thuis ongeveer 2 weken af of je wel of niet ongesteld wordt. Als je niet ongesteld wordt, doe je ongeveer 2 weken na de behandeling een zwangerschapstest. Geef het aan ons door als de test aangeeft dat je zwanger bent. Bel het secretariaat van het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde op (050) 361 30 86. We maken dan een afspraak voor een echo. Meestal is de echo 5 weken na de behandeling.

    Geeft de test aan dat je niet zwanger bent, maar je bent ook niet ongesteld? Doe de test dan een paar dagen later nog een keer.

    Word je wel ongesteld? Bel dan (050) 361 30 86 voor een nieuwe afspraak.

  • Bij elke behandeling kunnen er problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Een mogelijke complicatie is een infectie. Dit komt bijna nooit voor.

    Je hebt door hormoonstimulatie iets meer kans op een tweeling. Als we bij de controle zien dat je kans hebt op meer dan 2 baby's, raden we af om die cyclus zwanger te raken. Zo'n zwangerschap heeft namelijk meer risico's dan van een tweeling.

    Wanneer bellen?

    Bel ons als:

    • je buikpijn of afscheiding hebt die anders is dan normaal
    • je koorts hebt boven de 38,5°C of langer dan 24 uur boven de 38°C

    Bel naar de polikliniek Voortplantingsgeneeskunde: (050) 361 31 28. Buiten deze tijden bel je naar (050) 361 61 61. Vraag naar de gynaecoloog die dienst heeft.

Bijwerkingen en risico's

Bij elke behandeling kunnen er problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Een mogelijke complicatie is een infectie. Dit komt bijna nooit voor.

Je hebt door hormoonstimulatie iets meer kans op een tweeling. Als we bij de controle zien dat je kans hebt op meer dan 2 baby's, raden we af om die cyclus zwanger te raken. Zo'n zwangerschap heeft namelijk meer risico's dan van een tweeling.

Wanneer bellen?

Bel ons als:

  • je buikpijn of afscheiding hebt die anders is dan normaal
  • je koorts hebt boven de 38,5°C of langer dan 24 uur boven de 38°C

Bel naar de polikliniek Voortplantingsgeneeskunde: (050) 361 31 28. Buiten deze tijden bel je naar (050) 361 61 61. Vraag naar de gynaecoloog die dienst heeft.

Hoe groot is de kans op zwangerschap?

Bij 1 op de 10 behandelingen met IUI-D is er een kans op een zwangerschap. Na 6 behandelingen is de kans dat je zwanger bent geraakt ongeveer 30 - 35%.

IVF-D en ICSI-D leveren ongeveer 25% succes per gestarte behandeling.

Kosten

Het is wettelijk verboden een donor te betalen voor zijn donatie. Maar je mag de kosten die hij maakt wel vergoeden. Het opslaan, bewerken en bewaren van donorzaad kost geld. Dit vergoedt de verzekering niet. De kosten hangen af van de hoeveelheid zaad dat wordt ingevroren. Per ejaculaat is dat ongeveer 250 euro. Meestal zijn er 3 tot 4 ejaculaten nodig. Tijdens de behandeling maar ook in de periode daarna, kun je het donorzaad reserveren voor een volgend kind. Je krijgt dan jaarlijks een rekening. Je kunt de exacte kosten vóór jouw behandeling opvragen bij de afdeling facturatie.

Subsidieregeling KID

Behandelingen voor vrouwen zonder mannelijke partner en zonder medische indicatie worden per 1 april 2020 vergoed vanuit de ‘Subsidieregeling kunstmatige inseminatie met donorsemen’. Het maakt niet uit of je hierbij gebruik maakt van donorzaad uit een spermabank. Of van het zaad van een bekende donor. We geven u hierover meer informatie als dit voor u geldt.

Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting

Volgens de wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting moeten behandelaars een aantal gegevens van donoren vastleggen. Deze gegevens worden landelijk geregistreerd bij Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (Sdkb). De wet maakt het mogelijk dat een donorkind kan achterhalen van wie hij of zij afstamt. Het is hierdoor voor donoren sinds 2004 niet meer mogelijk om anoniem te doneren. Meer informatie staat op de website van het landelijk informatiepunt donorconceptie.

Relatie zaaddonor - donorkind

De vrouw die het kind baart is volgens de wet de (juridische) moeder. De moeder heeft het recht tot uitoefenen van gezag, omgang en erven en de plicht om het kind te onderhouden. Tussen de zaaddonor en het donorkind bestaat geen juridische relatie. De zaaddonor heeft dan ook geen rechten of plichten tegenover het kind. Ook niet als het kind ouder is. 

Afkomst kinderen

Kinderen hebben recht om te weten van wie ze afkomstig zijn. Het niet weten kan namelijk zorgen voor vragen en verwarring over de afkomst bij het kind. Het is daarom belangrijk dat donorkinderen deze informatie van hun ouders krijgen. Bij FIOM kun je terecht voor advies, begeleiding en informatie. 

Zijn jullie wensouders van een kind dat is ontstaan met zaad van een voor jullie bekende donor. En willen jullie vertellen dat jullie kind is ontstaan met behulp van donorzaad. Dan is het wel belangrijk dat de donor weet wanneer en hoe jullie dat doen. Zodat hij zich daar op kan voorbereiden. Een goed contact tussen wensouders en de zaaddonor is daarom ook belangrijk.

Zorg voor balans in je dagelijks leven

De keuzes die je maakt in je dagelijks leven hebben invloed op je gezondheid en je gevoel van welbevinden. Als je gezond bent maar ook als je ziek bent of aan het herstellen bent. Bekijk wat je zelf kunt doen op het gebied van leefstijl.

Heb je nog vragen?

Je kunt het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?