Medicatieveiligheid


 

Medicatieveiligheid richt zich op onderzoek wat helpend kan zijn bij het maken van afwegingen tussen de voor- en nadelen van medicijnen bij kwetsbare ouderen. Bijvoorbeeld middelen die gebruikt worden om het risico op hart- en vaatziekten te verlagen, de zogenoemde preventieve cardiovasculaire medicatie zoals cholesterol- en bloeddrukverlagers. En medicatie die bij onbegrepen gedrag bij dementie wordt gebruikt: psychofarmaca. Ook doen we onderzoek naar procedures voor het veilig toedienen van medicatie, het signaleren van medicatiefouten en bijwerkingen, en het verantwoord afbouwen van dubbele medicatiecontrole waar dit veilig kan.

Lopend onderzoek

  • Wat zijn de effecten van middelen die vaak worden voorgeschreven tegen onrust bij dementie, en niet in de richtlijnen worden geadviseerd? Lees meer over het ADAPT onderzoek.

     

     

  • Hoe worden in de praktijk de standaard dubbele medicatiecontroles uitgevoerd? Kunnen deze op een verantwoorde en veilige manier worden 'losgelaten' en hoe doe je dat dan?

    Met deze vragen gaan onderzoekers van het onderzoek ‘Dubbele medicatiecontrole in de VVT-sector: veilig van moeten naar mogen’ aan de slag.

  • Met het onderzoek 'Preventieve cardiovasculaire medicatie; de huidige praktijk van stoppen' proberen we inzicht te krijgen in het gebruik van preventieve cardiovasculaire medicatie bij verpleeghuisbewoners. Onder deze medicatie wordt verstaan: bloeddruk- en cholesterolverlagers en bloedverdunners. Met deze inzichten hopen we een gepast gebruik en tijdig stoppen van preventieve cardiovasculaire medicatie bij verpleeghuisbewoners te ondersteunen. 

  • Bij verpleeghuisbewoners met dementie worden regelmatig psychofarmaca 'zo nodig' voorgeschreven. Dat houdt in dat deze medicatie alleen gegeven wordt op het moment dat zorgmedewerkers dat noodzakelijk vinden. Komen het voorschrijven en het gebruik van deze 'zo nodig' medicatie overeen met de richtlijnen en adviezen? Op deze vraag proberen we met het onderzoek 'Zo nodig-gebruik van psychofarmaca bij verpleeghuisbewoners met dementie' antwoord te krijgen. 

Afgerond onderzoek

  • Het onderzoek Benzodiazepinen bij verpleeghuisbewoners met dementie heeft als doel inzicht krijgen in het gebruik van Benzodiazepinen: hoeveel worden ze gebruikt, bij welke vormen van probleemgedrag worden ze voorgeschreven en in hoeverre voldoen de voorschriften aan de richtlijnen? Met deze informatie hopen we uiteindelijk gepast gebruik van Benzodiazepinen te bevorderen.

  • Samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Bijwerkingencentrum Lareb is een methode ontwikkeld en getest om bijwerkingen van medicatie bij ouderen in het verpleeghuis systematisch in kaart te brengen. Het onderzoek 'Bijwerkingen van medicatie bij verpleeghuisbewoners' heeft suggesties opgeleverd voor het bevorderen van het melden van bijwerkingen bij verpleeghuisbewoners. 

  • Binnen het onderzoek 'Monitoren van psychofarmaca in verpleeghuizen' wordt in kaart gebracht welke parameters worden gebruikt voor monitoring tijdens pscyhofarmacagebruik, wanneer en hoe vaak. Dit wordt vergeleken met de adviezen uit de richtlijnen.

     

  • In hoeverre is preventieve cardiovasculaire medicatie bij verpleeghuisbewoners met dementie zinvol? En hoe kan verantwoord gebruik van deze medicatie bij patiënten met dementie in het verpleeghuis bevorderd worden?Bij  het literatuuronderzoek 'Preventieve cardiovasculaire medicatie' is gekeken naar wat uit wetenschappelijk onderzoek bekend is over de werkzaamheid van preventieve cardiovasculaire medicatie bij kwetsbare ouderen. En wat er gebeurt als deze medicatie wordt gestopt.