Onderzoekers van het UNO-UMCG hebben een screeningsvragenlijst ontwikkeld die als hulpmiddel kan dienen om een delier te herkennen. Deze screeningsvragenlijst heet de DCQ; de Delirium Caregiver Questionnaire, wat staat voor Delier Mantelzorger Vragenlijst. Met de antwoorden die de partner of mantelzorger op de vragen geeft kan een zorgverlener inschatten of een thuiswonende cliënt een delier heeft.
De DCQ is ontwikkeld en getest op een polikliniek voor ouderenpsychiatrie. In het onderzoek wordt gekeken of de screeningsvragenlijst ook geschikt is voor de wijkzorg. Verder wordt onderzocht wat wijkverpleegkundigen nodig hebben voor een goede implementatie van de DCQ.
Subtiele symptomen
Onderzoeker Marike Schokker: “Een delier is lastig te herkennen, omdat de symptomen soms subtiel zijn en kunnen wisselen gedurende de dag. Het is niet gek dat een delier daardoor regelmatig wordt gemist. Vroegtijdige herkenning is juist zo belangrijk: dat bevordert een snelle behandeling, waardoor negatieve gevolgen van een delier beperkt of zelfs voorkomen kunnen worden.”
Door HBO-V-studenten is, in het kader van hun afstudeeronderzoek, eerst bij de beoogde gebruikers getoetst of er behoefte was aan meer kennis over delier en een hulpmiddel om delier te herkennen. Daar antwoordden de zorgverleners uit de wijkzorg met een volmondig ‘ja’ op. Daarna zijn Marike Schokker en implementatieadviseur Henriëtte van der Kloet in het najaar van 2021 met wijkteams om de tafel gegaan, met als doel: inventariseren welke handvatten zij nodig hebben om de DCQ te kunnen gebruiken bij thuiswonende ouderen.
Op zoek
Marike Schokker: “We hebben gevraagd waar hun behoefte ligt en zijn vervolgens op zoek gegaan naar wat er al was. Zo heeft collega-netwerk UKON een delierprotocol ontwikkeld voor de intramurale zorg. Hierin staan diverse tips voor verpleegkundigen en verzorgenden. Dit protocol met de tips hebben we voorgelegd aan de wijkteams en vervolgens waar nodig afgestemd op hun werksituatie.”
Uit de bijeenkomst met wijkteams kwam ook de behoefte aan scholing naar voren. Door de implementatieadviseurs Leren & Ontwikkelen van het UNO-UMCG is een scholing ontwikkeld, die voor het eerst plaatsvond in maart van dit jaar. Daarnaast is er op verzoek van de wijkteams informatiemateriaal ontwikkeld voor de zorgverleners die meedoen aan het onderzoek, zoals een jaszakkaartje met de DCQ en een map met belangrijke informatie over het omgaan met een delier en de vervolgstappen na een positieve score op de DCQ.
Aan de slag
De wijkteams gaan nu in de praktijk aan de slag. Aan het onderzoek ‘Delier in de wijk’ doen drie wijkteams van ZINN, twee wijkteams van Noorderboog en een wijkteam van de KwadrantGroep mee. Zij gaan drie maanden lang de DCQ afnemen: eenmalig bij een geselecteerde groep cliënten met geheugenproblemen, omdat die het risico op delier verhogen, en bij cliënten waarbij ze een niet-pluisgevoel hebben. Na die drie maanden wordt het gebruik van de DCQ geëvalueerd. Dan wordt besproken of de DCQ voor een verbeterde herkenning van delier zorgt en hoe het wijkteams bevalt om de DCQ te gebruiken. Ook vindt er een evaluatie plaats met mantelzorgers en huisartsen van cliënten bij wie een delier is vastgesteld, om na te gaan hoe zij het (zorg)traject hebben ervaren.
Meer over het onderzoek Delier in de wijk