Delier in de wijk

Het delier herkenningsinstrument DCQ, dit staat voor Delirium Caregiver Questionnaire, is een vragenlijst voor mantelzorgers om een delier beter te herkennen. In het onderzoek Delier in de wijk wordt gekeken of de DCQ ook geschikt is voor de wijkzorg. Verder wordt onderzocht wat wijkverpleegkundigen nodig hebben voor een goede implementatie van de DCQ.

Achtergrond van het onderzoek

Het is belangrijk om een delier bij thuiswonende ouderen snel te herkennen. Een delier is een tijdelijke verwardheid veroorzaakt door een lichamelijke ziekte. Een delier kan grote gevolgen hebben, zoals (meer) geheugenproblemen, stress, langere ziekenhuisopnames, functionele achteruitgang, opname in een zorginstelling en zelfs overlijden. Snelle herkenning van een delier kan helpen om deze gevolgen te verminderen of voorkomen. Maar een delier herkennen is moeilijk. De klachten kunnen subtiel zijn, gedurende de dag wisselen en vaak lijken op klachten van een depressie of dementie. 

Wijkverpleegkundigen en verzorgenden

Wijkverpleegkundigen en verzorgenden zijn belangrijk bij het herkennen van een delier bij thuiswonende ouderen, omdat zij veel contact hebben met hun cliënten en informatie kunnen delen met de huisarts. Meer kennis en het gebruik van een eenvoudige vragenlijst kunnen mogelijk helpen bij het herkennen van een delier.

Delirium Caregiver Questtionnaire (DCQ)

De Delirium Caregiver Questtionnaire (DCQ), in het Nederlands: Delier Mantelzorger Vragenlijst, is een vragenlijst waarmee je een delier mogelijk sneller herkent.  De lijst, die eerder getest is op een polikliniek voor ouderenpsychologie, bevat zeven vragen.

Doel van het onderzoek

Het onderzoek Delier in de wijk onderzoekt of de DCQ ook geschikt is voor wijkteams. De onderzoekers willen inzage krijgen in de ervaringen van wijkteams met het gebruik en de implementatie van de DCQ in hun dagelijkse werk. Het onderzoek bestaat uit twee deelonderwerpen:

  • Inzicht krijgen in de ervaringen van wijkverpleegkundigen en verzorgenden over de bruikbaarheid van de DCQ als herkenningsinstrument in hun dagelijkse werk.
  • Het inventariseren van belemmerende en helpende factoren die wijkverpleegkundigen en verzorgenden tegenkomen bij de toepassing en implementatie van de DCQ in de praktijk.

Methode

Scholing en toepassing in de praktijk

Zorgverleners van vijf wijkteams volgen een scholing over delier en over het gebruik van de DCQ. Deze scholing is ontworpen door onderzoekers en implementatieadviseurs van het UNO-UMCG. Ook ontvangen zij een informatiemap met uitleg en tips. Vervolgens gaan de vijf wijkteams drie maanden met de DCQ aan het werk. 

Tussen- en eindevaluatie

Halverwege en na de periode van drie maanden vindt er een evaluatie met de wijkteams plaats. 

Resultaten

In de eerste helft van 2025 worden de definitieve resultaten van het onderzoek verwacht. Dit zijn de eerste, voorzichtige ervaringen tot nu toe:

  • De DCQ is gebruiksvriendelijk: makkelijk en snel in te vullen
  • Deelnemers ervaren het als prettig dat zij kunnen meedenken over hoe ze met de DCQ willen werken
  • De DCQ helpt om een vast stappenplan te volgen bij het herkennen van een delier
  • De DCQ werkt ondersteunend in een gesprek met de huisarts of collega
  • Belemmerend voor een goede toepassing van de DCQ is wanneer ouderen alleenstaand zijn. Een partner of mantelzorger kan de vragen van de DCQ vaak beter beantwoorden. En met behulp van de DCQ signalen van een delier herkennen. 

Deelnemers

Twee wijkteams van ZINN, twee wijkteams van Noorderboog en een wijkteam van Kwadrant.

Contact

Karin van Os, promotieonderzoeker UNO-UMCG