Met een Curver-bak vol sensoren onder de arm komt promotieonderzoeker Jan Kleine Deters vergaderzaal De Kruisweg van Zonnehuis De Hoorn binnenlopen. Vandaag is daar, bij Zonnehuisgroep Noord, de kick-off-bijeenkomst met het zorgteam. De komende weken gaan ze van start met de derde pilot van het onderzoeksproject MOOD-Sense.

MOOD-Sense staat voor MOnitoring Onbegrepen gedrag bij Dementie met Sensortechnologie. Doel van de pilot is het verder doorontwikkelen en beter afstemmen van de technologie op de eerste signalen van onbegrepen gedrag van mensen met dementie.

Veranderingen in gedrag

De onderzoekers van MOOD-Sense ontwikkelen een waarschuwingssysteem waarmee vroegtijdig veranderingen in gedrag opgemerkt kunnen worden. Daarvoor gebruiken ze sensortechnologie én de kennis van zorgmedewerkers. Mogelijke voorspellers van onbegrepen gedrag zijn bijvoorbeeld een verhoogde hartslag en ademhaling of toenemende motorische onrust. Wanneer zorgmedewerkers al bij de eerste veranderingen gewaarschuwd worden, kunnen zij sneller handelen en daarmee escalaties voorkomen. Het zorgteam in Marum mag hier nu mee aan de slag. Jan: “Het is de bedoeling dat we leren van de pilot, van het proces. Dat geldt voor de techniek, maar ook voor jullie input  over het zorgproces.”

Leefsituatie van de bewoner

Uit de bak komen verschillende sensoren: omgevingssensoren voor aan de muur om te meten of het licht aan of uit is, een sensor voor op de deur die laat zien of de deur open of dicht is, en sensoren voor het meten van temperatuur en luchtvochtigheid. Dan volgt de draagbare sensor, een smartwatch. De sensoren verwerkt in de MOOD-Sense smartwatch meten onder andere de ademhaling en hartslag van een bewoner. De smartwatch staat in verbinding met de omgevingssensoren. 

Privacy en gegevensbescherming

De sensoren leveren veel data op mét persoonsgegevens. Een onderzoek waarbij gewerkt wordt met persoonsgegevens voldoet aan de eisen van de Medisch Ethisch Toetsingscommissie (METC). Bewoners kunnen dan ook alleen meedoen met toestemming van hun eerste vertegenwoordiger, vaak een familielid of naaste. Ook heeft het onderzoeksteam afspraken gemaakt met Zonnehuisgroep Noord over privacy en het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens en data. De onderzoekers gebruiken de data om de volledige leefsituatie, en daarmee het gedrag van de bewoner, in kaart te brengen. 

Zorgmedewerkers aan zet

Zodra de onderzoekers met de data de leefsituatie in kaart hebben gebracht, zijn de zorgmedewerkers aan zet. De sensoren kunnen dan mogelijke afwijkingen gaan meten. Als de sensoren een afwijking meten, ontvangen de zorgmedewerkers een melding op hun werktelefoon. Zij kunnen dan gaan kijken bij de bewoner om te zien waarom er een afwijkende meting is en of er daadwerkelijk iets aan de hand is. Vervolgens kunnen zij, via hun werktelefoon, laten weten wat zij waarnemen op basis van de melding: is er sprake van een gedragsverandering? Of vals alarm? Met behulp van de waarneming van de zorgmedewerker kunnen de sensoren verder afgesteld worden en daarmee doorontwikkeld. 

Doel van het afstellen is dat toekomstige gebruikers van het vroegtijdige waarschuwingssysteem zoveel mogelijk meldingen ontvangen van daadwerkelijk veranderend gedrag. “Het zou heel mooi zijn wanneer de sensoren de voortekenen van onbegrepen gedrag eerder zien dan wat wij nu zelf kunnen”, zegt één van de aanwezige zorgmedewerkers. “Mogelijk zorgt dat voor meer rust bij de bewoners.” 

Smartwatch

Jan legt uit dat de zorgmedewerkers de smartwatch ’s ochtends om kunnen doen bij bewoners en dat deze ’s avonds weer af moet. Dat is jammer, want één van de bewoners is juist ’s nachts erg onrustig. “Dat begrijp ik”, zegt Jan, “maar dit heeft een puur praktische reden: het horloge moet in de nacht aan de oplader. Op dit moment zitten we nog in de voorfase van het onderzoek. Het horloge als draagbare sensor is mogelijk niet het uiteindelijke product. In de toekomst kan dit er nog heel anders uit gaan zien, maar voor nu is het de beste optie.” Een zorgmedewerker vraagt: “Kan het horloge ook mee onder de douche?” “Jazeker!” zegt Jan, “maar doe het voor de zekerheid maar wel af als een bewoner in bad gaat.”

Meer over het onderzoeksproject sensortechnologie MOOD-Sense

MOOD-Sense

MOnitoring Onbegrepen gedrag bij Dementie met Sensortechnologie - is een samenwerkingsverband tussen het lectoraat Sensors en Smart Systems (prof. dr. Heinrich Wörtche) van de Hanzehogeschool Groningen en het Universitair Netwerk Ouderenzorg- UMCG (prof. dr. Sytse Zuidema), ouderenzorgorganisaties en bedrijven. Binnen MOOD-Sense wordt een monitoringsysteem ontwikkeld dat onbegrepen gedrag en andere zorgproblemen bij mensen met dementie opspoort, om tijdig passende zorg te kunnen bieden. Het monitoringsysteem is gebaseerd op sensortechnologie en de kennis van zorgmedewerkers.