Ylse van Dijk verdedigde op 9 september haar proefschrift over de impact van de COVID-19-pandemie op medewerkers in de ouderenzorg en bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). In de laatste deelstudie van haar promotieonderzoek stond de vraag centraal: wat doet zorgen voor anderen, zowel op het werk als thuis, met zorgmedewerkers? We gingen met Ylse in gesprek over de energie die zorgen voor anderen kost en oplevert, en over hoe zorgorganisaties hun medewerkers hierin kunnen ondersteunen.
Promotie Ylse van Dijk

Wat was de aanleiding voor deze deelstudie?

"Uit mijn promotieonderzoek naar de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor medewerkers in de ouderenzorg bleek dat emotionele belasting een belangrijke rol speelde in hun welzijn. Ook bleek dat veel medewerkers moeite hadden om de zorg voor anderen op het werk te combineren met zorgtaken thuis. Dat riep de vraag op wat zorgen voor anderen, zowel op het werk als thuis, doet met zorgmedewerkers. Die vraag stond centraal in de laatste deelstudie van mijn promotieonderzoek, die zich richtte op de periode na de pandemie."

Hoe heb je dit onderzocht?

"We hielden interviews met helpenden, huiskamerassistenten, verzorgenden en verpleegkundigen uit verschillende verpleeghuizen in Noord-Nederland. In onderzoek naar de impact van zorgen op zorgmedewerkers ligt vaak veel nadruk op de negatieve kant van zorgen voor anderen. Wij onderzochten echter niet alleen wat zorgen kost, maar ook wat het oplevert. In de literatuur worden die twee kanten omschreven als compassiemoeheid en compassievoldoening. Daarbij keken we niet alleen naar de zorg voor anderen op het werk, maar ook naar zorgtaken thuis."

Wat viel je op in deze gesprekken?

"De emotionele belasting van zorgmedewerkers bleek veel breder te zijn dan alleen de zorg voor bewoners. Niet alleen bewoners, maar ook familieleden van bewoners, collega's, leidinggevenden, de organisatie en gebeurtenissen thuis bleken invloed te hebben. Daarnaast bleek hoe sterk werk en privé met elkaar verweven zijn. Zorgmedewerkers nemen ervaringen van hun werk mee naar huis, maar ook gebeurtenissen thuis hebben invloed op hoe iemand zich op het werk voelt en functioneert. Wat me verder opviel, was hoe graag zorgmedewerkers over het onderwerp wilden praten. De interviews liepen vrijwel altijd uit omdat mensen zoveel wilden vertellen. Dat bevestigde voor mij hoe belangrijk het is om aandacht te hebben voor de emotionele belasting die zorgmedewerkers ervaren, zowel op het werk als thuis."

Wat benoemden zorgmedewerkers als energiegevers en energievreters?

"Op het werk werden verschillende energievreters genoemd, zoals onbegrepen gedrag van bewoners, bijvoorbeeld fysieke of verbale agressie, spanningen met familieleden van bewoners en het gevoel voortdurend 'aan' te moeten staan. In de thuissituatie ging het over het zorgen voor en zorgen om kinderen. Ook mantelzorg voor ouders, familieleden of andere naasten werd regelmatig genoemd. Een belangrijke energiegever op het werk was de voldoening die zorgmedewerkers haalden uit het contact met bewoners. Dat hoefde niet eens iets groots te zijn. Een glimlach, een twinkeling in de ogen, een blijk van waardering of het gevoel dat de zorg bijdraagt aan kleine positieve veranderingen werd vaak genoemd. In de thuissituatie haalden zorgmedewerkers energie uit het gevoel dat zij thuis alles goed op orde hadden, uit trots op hun kinderen of uit de voldoening die het zorgen voor een kind, familielid of naaste kan geven. In sommige gevallen versterkte mantelzorg zelfs de band tussen familieleden."

Wat kunnen zorgmedewerkers doen om emotioneel in balans te blijven?

"Zorgmedewerkers noemden allerlei praktische manieren om goed met emotionele belasting om te gaan. Bijvoorbeeld door onderweg van werk naar huis bewust werkgerelateerde gedachten los te laten. Of eerst even rustig een kop thee te drinken voordat de aandacht weer naar het privéleven gaat. Leren om voor jezelf op te komen werd vaak genoemd als belangrijke strategie, zowel in het contact met bewoners en familie, collega's, leidinggevenden als thuis. Ook het durven vragen om hulp werd vaak genoemd. Dit begint vaak met het besef dat je niet overal zelf verantwoordelijk voor bent en dat verantwoordelijkheden gedeeld kunnen worden met collega’s op werk of familieleden in de thuissituatie. Open communiceren over kwetsbaarheden en situaties die je moeilijk vindt, vormt daarbij een belangrijke eerste stap. Tegelijkertijd vraagt dit om een werkomgeving waarin medewerkers zich veilig voelen om zulke onderwerpen bespreekbaar te maken."

Hoe kunnen zorgorganisaties zorgmedewerkers hierin ondersteunen?

"Het begint met een omgeving waarin medewerkers zich veilig voelen om zich uit te spreken over wat hen bezighoudt, zowel op het werk als thuis. Als medewerkers iets aangeven, is het belangrijk dat leidinggevenden of organisaties daar iets mee doen of terugkoppelen wat ermee gebeurt. Zich gehoord voelen is hierin voor medewerkers erg belangrijk. Om dat gesprek te ondersteunen, hebben we de gespreksstarter Open Blik ontwikkeld. Die helpt zorgmedewerkers, leidinggevenden en organisaties om op een laagdrempelige manier met elkaar in gesprek te gaan over wat energie kost, wat energie geeft en hoe werk en privé elkaar beïnvloeden."

Bekijk hier de Nederlandse samenvatting van Ylses proefschrift.