Nog even in het kort: het project Spiegelinformatie is erop gericht een generieke, doelmatige aanpak te ontwikkelen waarmee spiegelinformatie kan worden gegenereerd op basis van de data uit de AHON-database. Zo kunnen rapportages, met reële cijfers die beter overeenkomen met de werkelijkheid, proactief beschikbaar worden gesteld aan huisartsen.
Een van de mensen die dit mogelijk maakt is data scientist Lucas van Assen. Hij zorgt dat onderzoekers data in de AHON-database goed kunnen gebruiken. Lucas begon dit project met het reproduceren van het onderzoek van initiatiefnemer Lukas Brouw. Wat Lukas handmatig deed met zijn eigen data, reproduceerde data scientist Lucas met de gegevens van de honderd praktijken in de AHON-database. Dat betekende het opschonen, transformeren en koppelen van de data, om die vervolgens in samenspraak met Boudewijn en Lukas wetenschappelijk te valideren. Zo krijgen we nauwkeurigere gegevens dan de ruwe data die nu worden aangeleverd door andere partijen. “Onze analyses geven een meer realistisch beeld van de klinische werkelijkheid.”
Huisarts en onderzoeker Boudewijn werkt binnen de afdeling ELZ van het UMCG aan de doelmatigheid van diagnostiek en is ook onderdeel van de projectgroep. Hij vertelde in het vorige artikel al over het algoritme dat werkt als een zeef. “We gaan nu in de projectgroep beginnen met het fijnmaziger maken van die zeef, door middel van AI, zodat ook vrije tekstvelden kunnen worden meegenomen.” Data scientist Lucas: “In zo’n vrije tekst kan vaak de reden staan waarom iemand niet de behandeling krijgt die normaal gesproken wordt voorgeschreven. AI kan dan zien welke patiënten terecht niet volgens de standaard behandeld zijn.”
De AI die wordt gebruikt is een lokaal AI-model. “Deze AI is misschien niet zo goed als commerciële modellen, maar het voordeel is dat we hem lokaal laten draaien en onze data niet de cloud in gaat. Er zijn daardoor geen issues met privacy; dat is bij dit werk wel echt essentieel”, legt Lucas uit. De zeef moet in een later stadium ook makkelijk aan te passen zijn voor andere onderwerpen en standaarden. “Mijn collega Maarten Brilman en ik bouwen de onderliggende code daarom zo generiek en modulair mogelijk op. Daardoor kunnen veel onderdelen later worden hergebruikt en aangepast voor andere toepassingen.”