Met trots verwelkomt het UMCG Transplantatiecentrum Cornelis Smit als transplantatieapotheker binnen ons centrum. Deze nieuwe rol is een belangrijke stap in het verder verbeteren van de zorg voor onze patiënten. De functie transplantatieapotheker is nieuw en zal de komende tijd verder vorm krijgen. Smit zal zich eerst gaan richten op nier- en longgetransplanteerden. Met het voornemen dat andere transplantatieprogramma’s later ook kunnen aansluiten.
C. Smit bij de ingang van het Transplantatiecentrum

Wat doet een transplantatieapotheker?

Het is aan Smit om de functie de komende tijd vorm te gaan geven. De transplantatieapotheker moet in ieder geval een vast onderdeel worden van het behandelteam en aanspreekpunt zijn voor artsen en verpleegkundigen voor vragen over medicatie. Hij zal daarnaast patiënten gaan zien op een medicatiepoli. Deze overleggen zijn dan gekoppeld aan de reguliere bezoeken aan de transplantatiearts. Het medicatiegebruik wordt hierbij verder in kaart gebracht. Wat kan erbij en wat kan er misschien af? Ook geeft de transplantatieapotheker uitleg aan patiënten, zodat ze begrijpen waarom en hoe ze hun medicatie moeten innemen. Hierbij is therapietrouw een belangrijk onderwerp. Het trouw innemen van medicijnen helpt de gezondheid van patiënten op peil te houden. “Ik vind het belangrijk om mijn kennis dichter bij de patiënt in te zetten. Als onderdeel van het behandelteam en in direct contact met de patiënt,” vertelt Smit.

Samen leveren we topzorg

Het blijkt dat veel patiënten na een transplantatie problemen ervaren met medicatie. Te denken valt aan therapieontrouw, bijwerkingen en onnodig geneesmiddelgebruik. “Als hier met mijn komst nog meer aandacht voor kan komen, zal dat de patiëntenzorg nog weer verder verbeteren” legt Smit uit. Zo kunnen we samen de zorg die we leveren steeds verder verbeteren.

Toekomstige projecten en ambities

De complexiteit van transplantatiezorg biedt veel mogelijkheden om bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Smit is zich nog aan het oriënteren maar heeft al volop ideeën op dit gebied. Denk aan hoe we de concentratie immuunsuppressiva in bijvoorbeeld bloed meten. Welke concentraties moeten we halen voor het meeste effect zonder teveel bijwerkingen en hoe kunnen we dit het beste meten? Of denk aan het meedenken met casuïstiek of onderwijs voor patiënten over medicatie rondom transplantatie. Naast het optimaliseren van protocollen zijn dit een aantal voorbeelden van waarmee hij de komende tijd aan de slag kan gaan.