"Vlak voordat iemand van innerlijke onrust naar boos of zelfs agressief gedrag gaat, worden de pupillen al wijder. Naar dát moment zijn we op zoek. De onderliggende stress die met dit moment gepaard gaat is precies de situatie die we de sensor willen ‘aanleren’.”


Het onderzoeksproject MOOD-Sense ontwikkelt sensortechnologie om onbegrepen gedrag bij mensen met dementie te monitoren en te voorspellen. MOOD-Sense staat voor MOnitoring Onbegrepen gedrag bij Dementie met sensortechnologie. Een gezamenlijk onderzoeksproject van het UNO-UMCG en Hanzehogeschool Groningen.

De ontwikkelde sensortechnologie moet gaan dienen als waarschuwingssysteem voor zorgmedewerkers. Doordat het sensorsysteem de voorspellende kenmerken van onbegrepen gedrag eerder signaleert, kunnen zorgmedewerkers tijdig gewaarschuwd worden. Hierdoor kunnen zorgmedewerkers sneller handelen om escalaties te voorkomen. 

In 2021 is het project van start gegaan. Intussen zijn er twee pilots gehouden, is er afgelopen jaar een promotieonderzoeker bijgekomen en wordt het sensorsysteem uitgebreid getest in de TechHUB in Assen. In een dubbelinterview vertellen Rinesh Baidjnath Misier, promotieonderzoeker UNO-UMCG, en Jan Kleine Deters, promotieonderzoeker Hanzehogeschool, over het onderzoek. 

Wanneer spreken we over onbegrepen gedrag en hoe leer je dit aan een sensor? 

Rinesh: “Dat is precies wat we met dit onderzoek in kaart willen brengen. Wij gebruiken hiervoor de definitie van probleemgedrag volgens Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, als uitgangspunt voor het onderzoek. Volgens Verenso is probleemgedrag: alle gedrag dat gepaard gaat met lijdensdruk of gevaar voor de persoon met dementie of voor mensen in zijn of haar omgeving. In de praktijk wordt ook gesproken over onbegrepen gedrag, uitdagend gedrag of signaalgedrag.

Voor het onderzoek gaat het vooral om wat de zorgverlener ziet als relevant gedrag; om gedrag waarvan zij vinden dat het de moeite waard is om voor gewaarschuwd te worden. Dit willen we binnen het onderzoek zo specifiek mogelijk omschrijven. Nu horen we nog te veel klinische termen, denk aan apathisch gedrag of agitatie. Om het sensorsysteem te kunnen leren wat dat is, moeten we een stap verder: wat zie je dan bij geagiteerd gedrag, wat voel je, wat hoor je? Om tot accurate sensoren te komen moeten we dit zo tastbaar mogelijk omschrijven.” 
  
Jan: “Daarnaast kunnen ook omgevingsfactoren onbegrepen gedrag veroorzaken of stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan de temperatuur in de kamer, geluiden of felle verlichting. Dit zijn signalen die moeilijker vanaf de buitenkant te herkennen zijn. We willen begrijpen wat een bepaalde situatie voor een persoon betekent. Dit maakt het tegelijk ook complex, omdat dit per persoon verschillend is.

Stel dat onbegrepen gedrag bij een cliënt begint met rondjes lopen door de kamer. De sensoren pikken dan het bewegingspatroon ‘lopen’ op. Tegelijk start een tracker in de sensor met het tellen van de gelopen rondjes. Bij hoeveel rondjes gaat het gedrag dan over in relevant onbegrepen gedrag? Moet de zorgverlener bij vijf of bij zes rondjes gewaarschuwd worden? Dit zijn we nu aan het uitzoeken. We willen er naartoe werken dat een zorgverlener dit uiteindelijk, per cliënt, zelf kan instellen.” 

Is onbegrepen gedrag dan voor iedere zorgverlener hetzelfde? 

Rinesh: “Nee, zeker niet. De ene zorgverlener ervaart bepaalde kenmerken van gedrag als onbegrepen gedrag en een ander niet. De interpretatie is dus per persoon verschillend. Dit kan ook nog afhankelijk zijn van hoe iemand redeneert, vanuit zichzelf of vanuit een ander: wat vind ik zelf van dit gedrag? Hoe reageert de groep erop? Heeft de cliënt hier zelf last van?”  

Jan: “En dan heb je nog gedrag wat specifiek overdag speelt, maar we willen ook modellen ontwikkelen die kenmerken van onbegrepen gedrag in de avond en nacht kunnen voorspellen.”  

Er wordt getest met een ring en een horloge. Wat is het verschil? 

Jan: “We hebben nu twee pilots gehouden binnen het onderzoeksproject MOOD-Sense. Als eindproduct zijn we op zoek naar een zo vriendelijk en elegant mogelijk draagbare sensor, maar de techniek moet ook kloppen. In de eerste pilot hebben we getest met een gouden ring, vergelijkbaar met een klassieke trouwring. Op basis van de resultaten zijn we voor pilot 2 overgestapt op een horloge, een smartwatch. Het horloge blijkt sneller op signalen van gedrag te reageren en heeft een betere reactietijd dan de ring op het alarmeren.

Op dit moment is het programmeren en het technisch bouwen aan de sensor belangrijker dan de meest elegante vormgeving. Het maakt uiteindelijk ook niet uit of de draagbare sensor een ring, horloge of bijvoorbeeld een slimme sok wordt. Door de ring eerst los te laten en te kiezen voor het horloge kunnen we wel een belangrijke stap zetten binnen het technische gedeelte van het onderzoeksproject.” 

Hoe gaat het onderzoek verder? 

Jan: “Afgelopen jaar hebben we bij twee bewoners in verpleeghuis Wiemersheerd van Zonnehuisgroep Noord, met toestemming van hun familie, een MOOD-Sense-pilot gehouden. De meetperiode en de schaalgrootte van twee bewoners bleek helaas te kort en te klein om relevant gedrag op te merken. Wel heeft de pilot ons veel nieuwe inzichten opgeleverd.

We starten daarom later dit jaar in de TechHub in Assen met pilot 3. In pilot 3 gaan mbo-studenten in een ‘simulatielab’ gedrag naspelen, waarbij we de draagbare sensor omdoen. Het gesimuleerde gedrag van de studenten is natuurlijk niet hetzelfde als onbegrepen gedrag bij mensen met dementie, maar op deze manier kunnen we wel op grote schaal testen of en hoe het sensorsysteem reageert op dit gesimuleerde gedrag. Bovendien zijn we met de simulatie geen cliënten tot last.” 

Rinesh: “Daarbij willen we ook graag dat er meer cliënten mee gaan doen aan de pilots. We kijken nu of we ook andere zorgorganisaties kunnen betrekken in het onderzoek. Ook gaan we verder met het onderzoek naar de definitie van onbegrepen gedrag, zodat we verder kunnen werken aan een model met zoveel mogelijk observeerbare kenmerken die optreden bij dat gedrag.” 

Kunnen zorgmedewerkers nog meedenken over de specifieke kenmerken van onbegrepen gedrag? 

Rinesh: “Graag zelfs! We zijn nog bezig met het samenstellen van focusgroepen. In deze focusgroepen gaan zorgmedewerkers met elkaar in gesprek over onbegrepen gedrag. Als onderzoeker leid ik deze gesprekken om informatie te verzamelen over de voorspellende kenmerken van onbegrepen gedrag in de woorden en termen die zorgmedewerkers in de praktijk gebruiken.” 

Ben je geïnteresseerd in het onderzoek en wil je meedoen aan een focusgroep? Stuur dan een mail naar: [email protected] 

Dit artikel is eerder verschenen in het Publieksjaarverslag 2022: Kennis Maken. Nieuwsgierig naar meer? Klik hier voor het volledige publieksjaarverslag. 

MOOD-Sense - MOnitoring Onbegrepen gedrag bij Dementie met Sensortechnologie - is een samenwerkingsverband tussen het lectoraat Sensors en Smart Systems (prof. dr. Heinrich Wörtche) van de Hanzehogeschool Groningen en het Universitair Netwerk Ouderenzorg- UMCG (prof. dr. Sytse Zuidema), ouderenzorgorganisaties en bedrijven. Binnen MOOD-Sense wordt een monitoringsysteem ontwikkeld dat onbegrepen gedrag en andere zorgproblemen bij mensen met dementie opspoort, om tijdig passende zorg te kunnen bieden. Het monitoringsysteem is gebaseerd op sensortechnologie en de kennis van zorgmedewerkers.