Leverdonatie door een levende donor: operatie

Iemand kan een stukje lever doneren bij leven. Meestal groeit de lever binnen een paar weken na de operatie vanzelf weer aan tot de grootte van voor de donatie. De lever werkt dan ook weer zoals voor de operatie. Vaak halen we een stuk van de linker leverkwab.

Als u zich heeft aangemeld als donor, komt u eerst bij ons langs voor gesprekken en onderzoeken.

Vooronderzoek en uitslag

U heeft een kennismakingsgesprek met de verpleegkundig specialist op de polikliniek Transplantatiegeneeskunde van het UMCG. We nemen bloed bij u af voor bloedonderzoek. Als de uitslag hiervan bekend is, nodigen we u uit voor 2 onderzoeksdagen in het UMCG. We onderzoeken dan uw lichamelijke en psychische gezondheid.

Lichamelijke onderzoeken

Welke onderzoeken u krijgt, hangt af van uw leeftijd en ziektegeschiedenis. De lichamelijke onderzoeken zijn meestal op 1 dag. U komt hiervoor naar de polikliniek Transplantatiegeneeskunde. We onderzoeken altijd uw bloed op:

  • bloedstolling
  • lever- en nierfunctieafwijkingen
  • verschillende bacteriën en virussen, zoals hepatitis

Verder krijgt u mogelijk de volgende onderzoeken:

Gesprekken

U bespreekt met de donorchirurg wat er tijdens de operatie gebeurt en wat daarbij de mogelijke risico’s zijn. De chirurg beoordeelt ook of de operatie mogelijk is. Het gesprek met de chirurg is meestal op een andere dag dan de onderzoeken. De leverarts werkt samen met de verpleegkundig specialist. Zij controleren uw gezondheid en bekijken of u geschikt bent als donor.

We bespreken samen welk deel van de lever we gebruiken voor de leverdonatie. Meestal is dit een stuk van de linker leverkwab. Die is kleiner dan de rechter. Er zijn dan minder risico's voor de donor. Soms is de linker leverkwab niet groot genoeg, zeker niet voor een volwassen ontvanger. We kijken dan of de rechter leverkwab misschien geschikt is. U beslist altijd zelf of u wel of niet wilt doneren. Het is belangrijk dat u daar goed over nadenkt. 

Ook heeft u een afspraak met de anesthesioloog over de mogelijke verdoving bij de operatie. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

U heeft een gesprek bij de psycholoog van de dienst Psychosociale begeleiding. U vult vragenlijsten in die u met de psycholoog bespreekt. Als u twijfels of vragen heeft over de leverdonatie kunt u die ook bespreken. Met de Medisch maatschappelijk werker bespreekt u emotionele en praktische zaken rondom de mogelijke leverdonatie.

Uitslag screening

Het leverdonatieteam bespreekt de resultaten van alle onderzoeken en gesprekken. Ze beoordelen of u geschikt bent als donor of niet. En of er nog aanvullende onderzoeken nodig zijn. De uitkomst van dit overleg bespreken we met u.

Toestemming

Als de uitkomst van de screening is dat u een deel van uw lever kunt doneren, vult u een toestemmingsformulier in. Daarmee geeft u aan dat u genoeg informatie heeft over de donorprocedure. En dat u weet wat de mogelijke gevolgen zijn van het doneren van een stuk van uw lever.

Vertrouwenspersoon

Als laatste heeft u nog een gesprek met een vertrouwenspersoon. Deze vertrouwenspersoon is onafhankelijk. Die krijgt uw hele dossier en beoordeelt of de onderzoeksprocedure volledig, zorgvuldig en goed is doorlopen. U kunt nog persoonlijke zaken bespreken die u misschien niet met de andere leden van het leverdonatieteam kon of wilde delen. Het oordeel van deze vertrouwenspersoon is bindend.

Wachttijd tot de operatie

Meestal is er een wachttijd voor het doneren van een lever of een stukje ervan. Dat hangt namelijk af van hoe ziek de ontvanger is en wanneer we die kunnen opereren. We kunnen daarom niet een precieze operatiedatum geven. Zodra we uw donorlever kunnen gebruiken, bellen we u. Het is daarom belangrijk dat u altijd bereikbaar bent.

Leverdonatie stap voor stap

  1. Zodra we een geschikte ontvanger voor de lever hebben, komt u naar het UMCG voor onderzoek en een gesprek. Dat is meestal 2 tot 3 dagen voor de operatiedag. We nemen bloed bij u af, maken een röntgenfoto van uw hart en longen. U heeft ook nog een afspraak met de chirurg. Als we tijdens deze onderzoeken iets ongewoons vinden, stellen we de operatie mogelijk uit.

    Als er geen bijzonderheden zijn, kunt u naar huis. U komt dan de middag voor de operatiedag weer naar het UMCG. Meestal nemen we u 1 dag voor de operatie op in het UMCG. We bereiden dan de operatie voor.

    Als u als ouder voor uw kind doneert, nemen we uw kind ook op. Uw kind gaat naar de afdeling kinder-MDL van het UMCG Beatrix Kinderziekenhuis. Uw kind krijgt hiervoor een brief en informatie.

  2. U trekt operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. Daarna gaat u naar de operatiekamer. Daar krijgt u een infuus, meestal in de linkerarm.

    Op uw schouders en borst plakken we plakkers voor de hartbewaking. U krijgt een narcosemiddel via het infuus, zodat u niets van de operatie merkt. Als u slaapt, krijgt u een beademingsbuis, nog meer infusen, een maagslang en een urinekatheter.

    Voor de operatie ligt u op uw rug. Van tevoren heeft u met de chirurg besproken hoeveel van uw lever we precies weghalen. En welke operatie we doen: een open operatie, of een operatie met een robot als assistent. Soms moeten we tijdens een operatie met de robot toch overstappen op een open operatie. We bespreken van tevoren met u of u dat wilt of niet. Als u dat niet wilt, dan kan de donatie niet doorgaan.

    Bij de open operatie maken we meestal een snee van het borstbeen tot aan de navel. Zo is de lever goed te zien. Daarna halen we een deel van de linkleverhelft weg.

    De operatie met robot verschilt hier. De chirurg stuurt de operatierobot aan: de robot wordt gebruikt als assistent. Die robot is preciezer. Met de robot kunnen kleine sneetjes in plaats van 1 grote snee in de buik worden gemaakt. Door die kleine sneetjes komen de instrumenten bij de lever. Het (linker)deel van de lever haalt de arts weg door een iets groter sneetje. Dit sneetje zit onder de navel.

    Op welke wijze de operatie uitgevoerd wordt hebben we van tevoren met u besproken. We maken meestal een snee van het borstbeen tot aan de navel, zodat we de lever goed zien. Het deel dat we weghalen is meestal een deel van de linkerleverhelft. Die halen we helemaal of voor 20 tot 40% weg.

    De persoon die een deel van uw lever krijgt, bereiden we op hetzelfde moment voor op de transplantatie. Als uw lever er aan het begin van de operatie goed uit ziet, starten we met de operatie van die persoon. Heel soms besluiten we de operatie te stoppen. Bijvoorbeeld omdat het weghalen van een deel van de lever toch te veel risico's voor u heeft. Door de onderzoeken van tevoren komt dit bijna niet voor.

  3. U blijft na de operatie 1 dag op de intensive care. Hier houden we u goed in de gaten. U heeft verschillende slangetjes, zoals:

    • 1 of 2 infusen voor vocht
    • een dun slangetje in de rug voor medicijnen tegen pijn
    • een blaaskatheter om urine af te voeren

    Als alles goed gaat, gaat u na 1 dag naar de verpleegafdeling om verder te herstellen. Het is belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. De verpleegkundigen en de fysiotherapeut helpen u daarbij. De fysiotherapeut helpt u ook met de ademhalingsoefeningen.

    Na de operatie hoort u van de donorchirurg hoe de operatie is gegaan. We vertellen u ook kort hoe de transplantatie is gegaan bij de persoon die uw leverdeel heeft gekregen. 

    De medisch maatschappelijk werker komt altijd even bij u langs. Als u behoefte heeft aan psychosociale begeleiding kunt u terecht bij de medisch maatschappelijk werker of bij de psycholoog in het UMCG. Ook na uw ontslag uit het ziekenhuis.

    U blijft ongeveer 5 tot 7 dagen in het ziekenhuis.

    Naar huis

    Na 5 tot 7 dagen kunt u meestal naar huis om verder te herstellen. De chirurg en de verpleegkundig specialist vertellen u over de herstelperiode en u krijgt leefregels mee voor thuis.

    Meestal groeit de lever binnen een paar weken na de operatie weer aan tot de grootte van voor de operatie. Uw lever werkt dan ook weer zoals voor de operatie.

  4. U komt 2 tot 6 weken na de operatie voor controle naar het UMCG. Wanneer die eerste controle precies is, hangt af van hoe het met u gaat. De verpleegkundig specialist belt u na de operatie een paar keer om te horen hoe het met u gaat.

    Na 2-3 weken heeft u een controle bij de chirurg. Na 3 maanden heeft u een controle bij de verpleegkundig specialist. Meestal bellen we daarna nog 2 keer met u. Na 1 jaar heeft u geen controles meer. Als u vragen of klachten heeft na de leverdonatie kunt u altijd bellen met de verpleegkundig specialist.

    Als u een stuk lever aan uw eigen kind heeft gedoneerd, proberen we uw controles op dezelfde dag te plannen als die van uw kind.

Mogelijke complicaties

Er zijn nog een aantal kleine verschillen in mogelijke complicaties bij de open operatie en de operatie met robot. Soms is het nodig om in plaats van een operatie met robot toch een open operatie te doen. Dit wordt allemaal van tevoren besproken.

Meestal verloopt de leverdonatie goed. Heel soms zijn er bijkomende problemen. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties bij een leverdonatie zijn:

  • Gallekkage
  • Schade aan bloedvaten, zenuwen of organen
  • Bloeding
  • Infectie
  • Littekenbreuk aan de buitenkant van de huid
  • Littekenvorming of verklevingen in de buik, hierdoor kunnen de darmen slechter gaan werken
  • een ontsteking in de galwegen
  • een abces, een met pus gevulde holte die ontstaat door een ontsteking
  • een wond die niet goed geneest
  • trombose, een bloedstolsel in een bloedvat
  • embolie, verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel

Soms kan een complicatie ook blijvende klachten geven.

Door de operatie kunt u last hebben van:

  • Pijn aan schouders na een robotoperatie
  • Pijn aan ribben na een open operatie
  • Wondpijn
  • Vermoeidheid en problemen met concentreren

Deze klachten gaan vaak snel weer over.

Wanneer bellen?

Bel ons meteen als u 1 of meer van deze klachten heeft:

  • koorts 38°C en hoger
  • benauwdheid of kortademigheid
  • luchtweginfectie met ophoesten van geel/groen slijm
  • aanhoudende buikpijn
  • pijn bij plassen

Bel het algemene nummer van het UMCG (050) 361 61 61. Vraag naar verpleegkundig specialist leverdonatie of MDL-arts die dienst heeft.

Video bekijken Scannen

Heeft u nog vragen?

U kunt ons bellen via het secretariaat van het leverdonatieteam van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.30 en 17.00 uur. U kunt ook een e-mail sturen.

Heeft deze informatie je geholpen?