Soms lukt het niet om zwanger te worden met je eigen eicellen. Bijvoorbeeld omdat je geen eierstokken hebt, of omdat je eierstokken niet meer goed werken. Een andere reden kan zijn dat je niet met je eigen eicellen zwanger wilt worden omdat je drager bent van een ernstige, erfelijke ziekte. En er een hoog risico bestaat om de ziekte aan jouw kind door te geven.
Je kunt dan iemand vragen om eicellen aan jou te doneren, zodat je misschien toch zwanger kunt worden. Als je eicellen wilt ontvangen, moet je aan een paar voorwaarden voldoen. Ook moet de donor aan een aantal voorwaarden voldoen. De voorwaarden voor jou zijn:
- je bent jonger dan 42 jaar
- je hebt minstens 2 jaar een vaste relatie
- jij en je partner zijn beide akkoord met het gebruiken van donoreicellen voor een zwangerschap
- jouw huisarts is het eens met de aanvraag van een behandeling met donoreicellen
- je hebt geen verhoogd risico op problemen tijdens een zwangerschap, bevalling of in het kraambed
- jij en je partner kunnen goed voor een kind zorgen
Voor je eicellen kunt ontvangen
Eerst hebben zowel jij en je eventuele partner en de donor met haar eventuele partner een gesprek met de gynaecoloog over de hele behandeling. Deze gesprekken zijn niet tegelijk. Als jullie samen besluiten dit te willen en er zijn geen medische bezwaren, hebben jullie ook apart van elkaar nog een gesprek met een medisch maatschappelijk werker. Daarna schrijven de gynaecoloog en medische maatschappelijk werker samen een rapport voor het IVF-team. Dit team bespreekt het rapport en beslist of het behandeltraject door kan gaan.
We doen ook altijd zaadonderzoek bij de wensvader. En nemen we bij de wensvader bloed af dat we onderzoeken op infectieziekten.
Jij mag de gedoneerde eicellen alleen voor jezelf gebruiken. Je vult daarvoor een verklaring in. Hierin staat van wie je de eicellen hebt gekregen. Dat doe je voor de behandeling begint.
Hoe werkt het?
Voor het geven en het ontvangen van eicellen krijgen de donor en jij, de wensmoeder, beide een behandeling met In Vitro Fertilisatie (IVF). Die behandeling start met een hormoonbehandeling, omdat jullie cyclus gelijk moet lopen. Voor de donor is dit een behandeling met injecties om meerdere eiblaasjes te maken. Voor jou is het een behandeling met tabletjes om de baarmoeder klaar te maken om een embryo te ontvangen.
Bij een eiceldonatie krijgt de donor het eerste deel van een IVF-behandeling. Deze behandeling bestaat uit injecties waardoor meerdere eiblaasjes gaan groeien. Om de paar dagen kijken we met een echo of er eiblaasjes groeien bij de donor. Daarna doen we de punctie. Bij de punctie halen we de eicellen uit de donor. Deze eicellen worden in het laboratorium bevrucht met het zaad van jouw partner. We plaatsen dan het embryo bij jou in de baarmoeder. We plaatsen maximaal 1 embryo per keer.
Aantal behandelingen
Als wensmoeder moet je afspraken maken met de donor van de eicellen. Het is lastig om van te voren met de donor afspraken te maken over het aantal IVF-behandelingen. Dit hangt vaak ook af van hoe de donor de behandeling heeft meegemaakt. Meestal spreken we af dat de donor 1 IVF-behandeling krijgt. Als de behandeling niet tot een zwangerschap leidt, bespreek je met jouw donor of zij wil doorgaan.
Het is mogelijk dat jouw donor besluit te stoppen omdat zij de IVF-behandeling te zwaar vindt. Het accepteren van zo’n beslissing is misschien niet makkelijk. Maar respecteer altijd het besluit van de donor. Voordat de donatie gaat starten spreekt medisch maatschappelijk werk met zowel de donor als met jou en je partner hierover.
Zeggenschap over de embryo's
Als er na de punctie en de bevruchting in het laboratorium meerdere goede embryo's zijn ontstaan, kunnen we ze invriezen en bewaren. We kunnen deze embryo’s dan later bij jou, de wensmoeder, inbrengen. De embryo’s zijn van jou en je partner. Jullie bepalen wat ermee gebeurt. Maar de donor moet wel als jullie de ingevroren embryo’s willen gebruiken voor een 2e of volgende kind, een nieuwe verklaring invullen. Zo weten wij dat de donor jullie hernieuwde kinderwens steunt. De eiceldonor heeft geen rechten en plichten tegenover het donorkind. Jij bent volgens de wet de juridische moeder.
Als jullie de ingevroren embryo’s in de toekomst niet meer willen gebruiken voor een (volgend) kind, dan kunnen jullie de embryo’s laten vernietigen of afstaan aan de wetenschap. De donor heeft het recht daarover mee te beslissen. De donor geeft in haar verklaring schriftelijk aan of ze daarover wil meebeslissen.
Wil de donor niet dat de ingevroren en bewaarde embryo’s nog gebruikt worden voor een zwangerschap, dan kan zij ons vragen ze te vernietigen. Ook maken we afspraken over de ingevroren embryo’s als de donor zou overlijden. De donor geeft in haar verklaring dan schriftelijk aan wat er in dat geval moet gebeuren.
Er zijn 2 opties:
- de embryo's vernietigen, dit gebeurt dan meteen na het overlijden van een van beide wensouders
- de embryo's bewaren. De wensmoeder, dus jij, beslist wat er met de embryo's gebeurt. Maar je mag de embryo's alleen gebruiken voor haarzelf. In het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde werken we niet mee aan het gebruik van embryo’s als de donor is overleden (postume voortplanting). Dan moeten de wensouders de ingevroren embryo’s naar een ander ziekenhuis brengen om daar te gebruiken.