Thymectomie: operatie van de zwezerik

Bij een thymectomie halen we (een deel van) de zwezerik weg. Dit kan met een kijkoperatie of een operatie waarbij we het borstbeen openmaken. De zwezerik heet ook wel thymus.

De zwezerik ligt boven in de borstkas, in de holte direct achter het borstbeen en voor het hart. Die ruimte heet ook wel het mediastinum. Het mediastinum is de ruimte tussen de longen waar de luchtpijp en de slokdarm doorheen lopen. In mediastinum zitten ook bijvoorbeeld het hart, de zwezerik (of thymus), grote bloedvaten, en veel lymfeklieren.

Wanneer een thymectomie?

De thymus of de zwezerik is een orgaan dat in de kindertijd verschrompelt. Meestal blijft er niks van over. Toch komt het voor dat we het restje zwezerik of een deel ervan moeten weghalen. Bijvoorbeeld bij zwezerikkanker zoals een thymoom of bij de spierziekte Myasthenia Gravis.

Je kunt leven zonder de thymus. Dit orgaan heeft namelijk geen functie meer na de kindertijd. Daarom kunnen we die zonder problemen weghalen. Het weghalen van de zwezerik kan op 2 manieren:

  • met een kijkoperatie. Deze operatie heet ook wel een VATS
  • met een operatie waarbij we de borstkas openmaken. Dit heet ook wel een sternotomie.

Welke operatie we doen, hangt af van uw situatie. Bijvoorbeeld de grootte van de tumor (als er een tumor is). En of de tumor dan ook in ander weefsel is gegroeid. De chirurg bepaalt welke operatie voor u het meest geschikt is. Voor beide soorten operaties gaat u onder narcose.

Uw arts kan u verwijzen naar het Hartcentrum.

De behandeling stap voor stap

  1. Na de verwijzing door uw arts krijgt u een afspraakbrief en informatie van ons. In de brief staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Bijvoorbeeld wat u mag eten en drinken op de ochtend van uw behandeling. En welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken. Soms sturen we geen afspraakbrief, dan bellen we u.

  2. De dag vóór de operatie komt u naar in het ziekenhuis. U gaat naar de verpleegafdeling cardiothoracale chirurgie. U heeft gesprekken verschillende mensen, zoals de verpleegkundige, de anesthesioloog en de chirurg. We onderzoeken u ook. We nemen bloed af, maken een hartfilmpje en een longfoto. Soms krijgt u een laxeermiddel. Op de avond vóór de operatie doucht u zich.

    Op de dag van uw opname spreekt u de anesthesioloog over de narcose. Dit is op de Pre-operatieve polikliniek anesthesiologie (POPA) of op de verpleegafdeling.

  3. Op de dag van de operatie wast of doucht u zich nog een keer. Voor de operatie doet u operatiekleding aan. Als u een kunstgebit heeft, doet u die uit. Daarna gaat u naar de operatiekamer. U gaat voor deze operatie onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een ader. Als u onder narcose bent, krijgt u een beademingsbuis in uw luchtpijp. We brengen een katheter in de plasbuis. Via dat slangetje kan de plas uit uw blaas.

    Hoelang de operatie duurt, hangt af van het soort operatie.

    Een kijkoperatie (VATS)

    Bij een kijkoperatie opereren we via een paar sneetjes in de borstkas. De sneetjes zijn ongeveer 2 centimeter. Via de sneetjes brengen we een kijkbuisje met een camera en licht (de scoop) en instrumenten in de borstholte. Met de scoop kunnen we de borstholte en de zwezerik op een beeldscherm zien. Deze operatie heet ook wel een Vats (Video Assisted Thoracic Surgery).

    De operatie duurt ongeveer 3 uur.

    Een sternotomie

    We maken eerst een grote snee in de huid. Daarna zagen we het borstbeen in de lengte door om de borstkas open te maken. Via de opening in de borstkas halen we de tumor en het weefsel eromheen weg. Als u zwezerikkanker heeft, halen we de hele zwezerik en lymfeklieren uit de borstholte weg. Daarna leggen we beide kanten van het borstbeen weer tegen elkaar. We sluiten het borstbeen met staaldraden. Die draden houdt u uw hele leven. We hechten de wond onderhuids of sluiten deze met nietjes. Als de operatie klaar is, halen we de beademingsbuis weg.

    Als de operatie klaar is hechten we de wond. We laten 1 of 2 slangen (drains) achter in de borstholte.

    De sternotomie duurt ongeveer 4 uur.

  4. Na de operatie wordt u wakker op de operatiekamer. Daarna gaat u naar de uitslaapkamer of de intensive care en krijgt u medicijnen tegen de pijn. U kunt misselijk zijn van de narcose. We vragen u regelmatig of u pijn heeft en of de pijnstillers goed helpen tegen de pijn.

    U krijgt zuurstof via een kapje of slangetje. En u heeft een katheter in uw blaas. Dit is een slangetje dat uw plas afvoert. Als u weer zelf naar de wc kunt, halen we de katheter weer uit uw blaas. Tijdens de operatie laten we een 1 of meerdere drains in de borstholte achter. Dit is een slang die lucht en wondvocht afvoert. We halen de drain na een paar dagen weg.

    Als het goed gaat, gaat u naar de verpleegafdeling. Dit is op de dag van de operatie, of de dag erna.

    De operatiewond is gehecht met hechtingen die vanzelf oplossen. Soms gebruiken we nietjes of niet oplosbare hechtingen. De huisarts haalt die dan na 10 dagen weg. Soms is de wond gezwollen, dit gaat vanzelf weg na een paar weken.

  5. Meestal mag u na 3 tot 5 dagen weer naar huis. Dit hangt af van de operatie die u heeft gehad en hoe het met u gaat.

    U heeft eerst een gesprek met uw arts en krijgt informatie en leefregels mee voor thuis. De kant van uw lichaam waaraan u bent geopereerd, kan nog een maand of 3 pijn doen. U kunt hier paracetamol voor nemen. Het is goed dat bij dit gesprek ook een naaste is.

  6. Soms onderzoeken we na een thymectomie het weefsel dat we hebben weggehaald. Bij zwezerikkanker gebeurt dit altijd. U krijgt de uitslag van dit onderzoek meestal binnen 2 weken. U hoort dan ook of er een vervolgbehandeling nodig is en welke dat is.

  7. U heeft binnen 2 weken na de operatie een afspraak voor controle bij uw verwijzende arts. Heeft een specialist buiten het UMCG u verwezen voor de operatie? Dan heeft u ook nog een afspraak op de polikliniek Hart en Vaten in het UMCG. We controleren dan bijvoorbeeld de wond.

    Bent u verwezen door een specialist in het UMCG? Dan heeft geen afspraak bij Hart en Vaten.

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Voorbeelden van complicaties na een thymectomie zijn:

    • een nabloeding
    • luchtlekkage. Tijdens de operatie kan er een gaatje in het longvlies komen. Dan lekt er soms nog lucht uit de long. U heeft hiervoor een drain.
    • infectie van de wond
    • hartritmestoornis
    • moeite met slikken, heesheid, of een slijmprop in de luchtweg
    • een ader die verstopt raakt door een bloedprop. Dit heet trombose. Als deze bloedprop in de longen zit, heet dit een longembolie.

    Heel soms is het door de complicaties nodig dat we u opnieuw opereren.

    Wanneer bellen?

    Als u naar huis gaat, krijgt u informatie van ons mee over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

    • een steeds groter wordende zwelling
    • een nabloeding
    • benauwdheid of kortademig zijn
    • problemen met slikken

Bijwerkingen en risico's + wanneer bellen

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Voorbeelden van complicaties na een thymectomie zijn:

  • een nabloeding
  • luchtlekkage. Tijdens de operatie kan er een gaatje in het longvlies komen. Dan lekt er soms nog lucht uit de long. U heeft hiervoor een drain.
  • infectie van de wond
  • hartritmestoornis
  • moeite met slikken, heesheid, of een slijmprop in de luchtweg
  • een ader die verstopt raakt door een bloedprop. Dit heet trombose. Als deze bloedprop in de longen zit, heet dit een longembolie.

Heel soms is het door de complicaties nodig dat we u opnieuw opereren.

Wanneer bellen?

Als u naar huis gaat, krijgt u informatie van ons mee over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

  • een steeds groter wordende zwelling
  • een nabloeding
  • benauwdheid of kortademig zijn
  • problemen met slikken

Tips voor thuis

Na de behandeling zijn er een paar dingen waar u rekening mee moet houden. U krijgt na de behandeling te horen wat de leefregels voor u zijn. Welke dit zijn, hangt van het soort operatie af die u heeft gehad: een kijkoperatie of sternotomie. De leefregels gaan over autorijden, douchen, lichamelijke beweging en het verzorgen van het verband.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?