Schedelbasistumor: over de ziekte

Schedelbasistumoren zijn zeldzaam. Meestal worden ze toevallig ontdekt. Bijvoorbeeld omdat we iets zien op röntgenfoto’s die gemaakt zijn omdat u klachten heeft. Een schedelbasistumor groeit bijna altijd langzaam, maar kan ingrijpende gevolgen hebben voor u en uw naasten.

De onderkant van de schedel, onder en voor de hersenen en de hersenstam, noemen we de schedelbasis. Als cellen in de schedelbasis ongecontroleerd gaan delen, kan er een tumor ontstaan. Zo’n tumor heet een schedelbasistumor.

Verschil met hersentumor

Een schedelbasistumor wordt soms verward met een hersentumor, maar het zijn 2 verschillende tumorsoorten. Een schedelbasistumor ontstaat buiten het hersenweefsel. Deze tumor groeit in of rond de bodem van de schedel en de hersenvliezen. Een hersentumor groeit vanuit het hersenweefsel zelf en zit binnen de hersenvliezen.

Soorten

Schedelbasistumoren zijn meestal goedaardig'. Dat betekent dat ze niet doorgroeien in de weefsels om de tumor heen en niet uitzaaien. Toch kan zo’n tumor gevaarlijk zijn, vooral als deze vlakbij een belangrijk hersendeel zit. Een kwaadaardige schedelbasistumor noemen we een sarcoom of kanker. Zo’n tumor kan wel uitzaaien. Er zijn verschillende soorten schedelbasistumoren, zoals:

  • Brughoektumor
    Deze tumor zit meestal bij de gehoor- en evenwichtszenuw die in de brughoek ligt. De brughoek is een klein gebied tussen het rotsbeen, de hersenstam en de kleine hersenen. Brughoektumoren zijn goedaardig en groeien meestal heel langzaam of niet. Elk jaar horen ongeveer 320 mensen in Nederland dat ze de ziekte hebben. De tumor ontstaat uit schwanncellen van de zenuwschede en heet ook wel vestibularis-schwannoom.
  • Hersenvliestumor
    Een hersenvliestumor ontstaat uit cellen van het hersenvlies. Het hersenvlies ligt rond de hersenen en het ruggenmerg. Hersenvliestumoren zijn bijna altijd goedaardig en groeien langzaam. Elk jaar krijgen ongeveer 450-500 mensen in Nederland te horen dat ze de ziekte hebben. Een hersenvliestumor heet ook wel een meningeoom.
  • Paraganglioom
    Deze tumor zit in de hals of in het oor, dichtbij zenuwen en bloedvaten. Zo'n tumor ontstaat uit cellen in het autonome zenuwstelsel, een bepaald deel van het zenuwstelsel. Een paraganglioom groeit langzaam en is bijna altijd goedaardig. Elk jaar krijgen ongeveer 85 mensen in Nederland te horen dat ze de ziekte hebben. Een paraganglioom heet ook wel een glomustumor.
  • Chondrosarcoom
    Een chondrosarcoom ontstaat uit cellen in het kraakbeen. Kraakbeen is een laagje weefsel op het uiteinde van botten en gewrichten, onder andere aan de basis van de schedel. Chondrosarcomen zijn kwaadaardig en groeien meestal langzaam. ​
  • Chordoom
    Een chordoom ontstaat uit cellen van de chorda dorsalis. Dit weefsel komt alleen in embryo's voor, het ontwikkelt zich tot de wervelkolom. Er kunnen bij deze ontwikkeling cellen van de chorda dorsalis achterblijven. Daaruit kan een chordoom ontstaan. Een chordoom is kwaadaardig en groeit meestal langzaam. Elke jaar krijgen ongeveer 17 mensen in Nederland te horen dat ze de ziekte hebben.
  • Multipel myeloom
    Dit ontstaat uit plasmacellen in het beenmerg. Beenmerg is het weefsel binnenin onze botten, ook in de schedelbasis. Deze tumor is kwaadaardig en kan zich via het bloed snel verspreiden. Jaarlijks krijgen ongeveer 1.200 mensen in Nederland te horen dat ze de ziekte hebben. Multipel myeloom wordt ook wel de ziekte van Kahler genoemd.
  • Botwoekering
    Een botwoekering zoals fibreuze dysplasie of osteoomen in de schedelbasis zijn goedaardig. Fibreuze dysplasie is een botziekte waarbij gezond bot verandert in ziek bot. Het zieke bot is minder sterk en breekt of buigt sneller dan gezond bot. Een osteoom is een gezwel dat ontstaat in het botweefsel, vaak van de botten van de schedel en het gezicht.
  • Schedelbasistumoren komen heel weinig voor. Hoe vaak ze voorkomen, verschilt per tumorsoort.


Hoe vaak komt het voor?

Schedelbasistumoren komen heel weinig voor. Hoe vaak ze voorkomen, verschilt per tumorsoort.

  • Er lopen zenuwen en bloedvaten door de schedelbasis, bijvoorbeeld naar de keel, de oren en de ogen. Daardoor kunnen tumoren in dit gebied allerlei klachten geven. Welke dit zijn, hangt af van de plek, de grootte en het soort tumor. Vaak zijn het algemene klachten die ook een hele andere oorzaak kunnen hebben, zoals hoofdpijn, slecht horen of zien en duizeligheid.


  • Het is meestal onduidelijk hoe een tumor in de schedelbasis ontstaat. Bij een heel klein deel van de goedaardige tumoren speelt erfelijkheid een rol.

    Schedelbasistumoren en erfelijkheid

    Een schedelbasistumor kan erfelijk zijn, maar dit komt heel weinig voor. Paragangliomen kunnen erfelijk zijn, bijvoorbeeld. Mensen met de erfelijke ziekte neurofibromatose type 2 hebben meer kans om aan 2 kanten van de schedelbasis een brughoektumor te krijgen.


Klachten en symptomen

Er lopen zenuwen en bloedvaten door de schedelbasis, bijvoorbeeld naar de keel, de oren en de ogen. Daardoor kunnen tumoren in dit gebied allerlei klachten geven. Welke dit zijn, hangt af van de plek, de grootte en het soort tumor. Vaak zijn het algemene klachten die ook een hele andere oorzaak kunnen hebben, zoals hoofdpijn, slecht horen of zien en duizeligheid.

Oorzaken

Het is meestal onduidelijk hoe een tumor in de schedelbasis ontstaat. Bij een heel klein deel van de goedaardige tumoren speelt erfelijkheid een rol.

Schedelbasistumoren en erfelijkheid

Een schedelbasistumor kan erfelijk zijn, maar dit komt heel weinig voor. Paragangliomen kunnen erfelijk zijn, bijvoorbeeld. Mensen met de erfelijke ziekte neurofibromatose type 2 hebben meer kans om aan 2 kanten van de schedelbasis een brughoektumor te krijgen.

  • Het is moeilijk om iets algemeens te zeggen over of iemand met een schedelbasistumor beter kan worden. Of hoelang iemand nog leeft als beter worden niet meer kan. Dat hangt namelijk heel erg af van bijvoorbeeld welke soort tumor iemand heeft en of er uitzaaiingen zijn. Een arts kan hier wel meer over vertellen.


Levensverwachting

Het is moeilijk om iets algemeens te zeggen over of iemand met een schedelbasistumor beter kan worden. Of hoelang iemand nog leeft als beter worden niet meer kan. Dat hangt namelijk heel erg af van bijvoorbeeld welke soort tumor iemand heeft en of er uitzaaiingen zijn. Een arts kan hier wel meer over vertellen.

Heeft u nog vragen?

U kunt naar de polikliniek KNO bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur. U kunt ook een e-mail sturen.