Operatie bij galwegkanker

Bij deze operatie halen we een tumor die in de galwegen zit weg.

Deze operatie doen we als u galwegkanker heeft. Maar alleen als er geen uitzaaiingen in andere organen zijn. Ook bekijken we of de tumor is doorgegroeid in de bloedvaten. 

Soorten operaties

Hoe de operatie er precies uitziet, hangt af van de plaats van de tumor. Galwegkanker kan zitten in:

  • de galweg in de lever, dit heet intrahepatische galwegkanker
  • de galweg vlak onder de lever, dit heet hilaire galwegkanker
  • de lage galweg die door de alvleesklier loopt, dit heet distale galwegkanker

Intrahepatische galwegkanker

Als de tumor in de galweg in de lever zit, haalt de chirurg een deel van de lever en de galblaas weg. Dit kan de linker- of de rechterhelft van de lever zijn. Dit hangt af van de plek van de tumor. Als de lever goed werkt, kunnen we soms wel 70% van de lever weghalen. De lever die overblijft, 'restlever', kan na de operatie weer 'aangroeien'. De chirurg maakt de galweg daarna opnieuw vast aan de dunne darm. Deze operatie heet een hemihepatectomie.

Soms is het nodig om de toekomstige 'restlever' eerst groter te maken, zodat er na de operatie genoeg van de lever overblijft. U krijgt dan voor de operatie een vena porta embolisatie (VPE).

Hilaire galwegkanker

Als de tumor in de galweg direct onder de lever zit, haalt de chirurg een deel van de lever, de galblaas en de extrahepatische galweg weg. De extrahepatische galweg ligt buiten de lever tussen de lever en de alvleesklier.

Als de lever goed werkt, kunnen we soms wel 70% van de lever weghalen. De lever die overblijft, 'restlever', kan na de operatie weer 'aangroeien'. De chirurg maakt de galweg daarna opnieuw vast aan de dunne darm. Deze operatie heet een hemihepatectomie.

Dit kan de linker- of de rechterleverhelft zijn. Dit hangt af van de plek van de tumor. Deze geven we aan met de Bismuth-Corlette-indeling. We onderscheiden hierin tumortype 1, 2, 3a, 3b en 4. Ook de bloedvoorziening naar links of rechts speelt hierbij mee.

Soms is het nodig om de toekomstige 'restlever' eerst groter te maken, zodat er na de operatie genoeg van de lever overblijft. U krijgt dan voor de operatie een vena porta embolisatie (VPE).

Distale galwegkanker

Als de tumor in de lage galweg zit, doen we de operatie die we ook bij kanker in de kop van de alvleesklier doen: een Pylorus Resecting Pancreatico Duodenectomie (PRPD), Pylorus Preserving Pancreatico Duodenectomie (PPPD) of een Whipple-operatie.

Operatie stoppen

Soms zien we tijdens de operatie uitzaaiingen die vooraf niet op de CT en/of MRI scan te zien waren. Als dat zo is, stoppen we de operatie. De arts bespreekt dan zo snel mogelijk met u welke behandeling dan nog mogelijk is.

De operatie stap voor stap

  1. In de aanloop naar de operatie krijgt u verschillende brieven en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich voorbereidt.

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

    U heeft een afspraak met 1 van onze verpleegkundigen waarin we verschillende zaken bespreken die invloef hebben op uw gezondheid. Dit is het 'prehabilitatiegesprek'. Bekijk de video over het prehabilitatiegesprek.

    Tijdens dit gesprek hoort u van de verpleegkundige wat u kunt doen om zo fit mogelijk aan de behandeling te beginnen. Zo heeft u minder kans op mogelijke risico's. Ook bespreken we een vragenlijst die u van tevoren heeft ingevuld. Dit gaat over de volgende onderwerpen:

    • voedingstoestand
    • roken en alcohol, dit noemen we intoxicaties
    • geestelijke weerbaarheid
    • lichamelijke fitheid
    • bloedarmoede en bloedglucosewaarden
    • kwetsbaarheid

    Zo kunt u de weken dat u op een operatie wacht gebruiken om u zo goed mogelijk voor te bereiden op de operatie. 

    De chirurg vertelt u over de operatie en de voorbereidingen. Een galwegoperatie is een zware operatie. We bespreken hoe u uw lichaam hierop voorbereidt en daarmee de kans vergroot dat u goed herstelt. Zo krijgt u adviezen over voeding, bewegen en stoppen met roken.

    Met de verpleegkundig specialist bespreekt u het behandeltraject: wat kunt u verwachten voor tijdens en na de operatie.

  2. Meestal wordt u de dag van of de dag voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis. In de opnamebrief staat wanneer en waar u moet zijn.

    We bereiden dan de operatie voor. U gaat bloedprikken en we nemen de operatie nog een keer samen door. Vanaf 6 uur voor de operatie mag u niet meer eten en vanaf 2 uur voor de operatie ook niet meer drinken.

  3. U gaat douchen of wassen en trekt operatiekleding aan. U krijgt een schoon bed en de controles worden nog een keer gedaan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af.

    U gaat in uw bed naar de wachtruimte voor de operatiekamer. Daar krijgt u een infuus in uw arm en een verdoving, meestal via een ruggenprik. Daarna gaat u naar de operatiekamer. U krijgt een narcosemiddel via het infuus, zodat u niets van de operatie merkt.

    Bij de operatie maakt de chirurg een grote snee van links naar rechts in de buik. Als we geen uitzaaiingen zien, haalt de chirurg de tumor, vaak een deel van de lever en de lymfeklieren daaromheen weg. Dit weefsel gaat naar de patholoog voor onderzoek. Het overgebleven deel van de galwegen maakt de chirurg vast aan de darm.

    De operatie duurt 6-8 uur. Hoe lang de operatie precies duurt hangt af van uw situatie. Als u goed herstelt, blijft u ongeveer 7-14 dagen in het ziekenhuis.

  4. U blijft na de operatie 1 dag op de uitslaapkamer of op de intensive care. Hier houden we u goed in de gaten. U heeft verschillende slangetjes, bijvoorbeeld:

    • 1 of 2 infusen voor vocht en medicijnen
    • een dun slangetje in de rug voor medicijnen tegen pijn
    • een sonde door de neus die in de maag ligt om maagsap af te voeren
    • een sonde door de neus in de darm voor sondevoeding
    • 1 of 2 slangetjes (drains) in de buik om wondvocht af te voeren
    • een blaaskatheter om urine af te voeren

    Na uw verblijf op de uitslaapkamer gaat u naar de verpleegafdeling om verder te herstellen. Na een verblijf op de intensive care gaat u eerst nog naar de Intensieve Verpleegkundige Zorgunit (IVZ). Als alles goed gaat, gaat u na een paar dagen naar de verpleegafdeling om verder te herstellen.

    Het is belangrijk dat u zo snel mogelijk weer gaat bewegen. De verpleegkundigen en fysiotherapeut helpen u daarbij.

    Sondevoeding

    In het begin krijgt u dag en nacht sondevoeding. De eerste dagen mag u beginnen met water of thee drinken. Als dat goed gaat, kunt u vla en yoghurt proberen en daarna een kleine maaltijd. De diëtiste komt bij u langs en geeft u voedingsadviezen.

    Als u voldoende bent herstelt, kunt u naar huis. Als u thuis hulp nodig heeft, regelen we thuiszorg voor u. De transferverpleegkundige komt bij u langs om dit te bespreken.

  5. We onderzoeken de weggehaalde galweg en lymfeklieren op kankercellen. Als we bij u ander weefsel en/of organen hebben weggehaald, onderzoeken we die ook. U krijgt de uitslag daarvan meestal binnen 2 weken na de operatie van uw arts.

    Soms kunt u samen met uw arts besluiten dat u een aanvullende behandeling met chemotherapie krijgt. Of dit nodig is, hangt af van de uitslag van het weefselonderzoek. U bespreekt dit dan verder met de medisch oncoloog.

  6. Als u de weefseluitslag in het ziekenhuis heeft gehad, heeft u de eerste controle 4-6 weken na uw ontslag uit het ziekenhuis. Als u de weefseluitslag nog niet in het ziekenhuis heeft gehad, krijgt u deze 1-2 weken na ontslag. 

    De eerste 2 jaar heeft u elk half jaar een controle op de polikliniek. De 3 jaar daarna heeft u elk jaar een controle. In totaal heeft u 5 jaar lang controles. Hoe vaak u precies naar het ziekenhuis komt, hangt af van uw situatie.

  • Tijdens de operatie kunnen soms bijkomende problemen ontstaan. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

    • pijn
    • wondinfectie
    • gallekkage, lekkage bij de verbinding van de geopereerde organen
    • abces in de buik of lever
    • leverfalen
    • nabloeding
    • de maag en darm werken niet meer goed, dit heet gastroparese

    Wanneer bellen?

    Bel ons als u na de galwegoperatie thuis last krijgt van:

    • nabloeding, u ziet dan bloed in de drain, het is heel belangrijk dat u ons dan direct belt!
    • zwelling of roodheid bij de wond
    • meer pijn aan uw wond
    • koorts
    • ernstige buikpijn
    • benauwdheid of problemen met ademhalen

    U krijgt bij ontslag een overzicht van telefoonnummers mee. Hierop staat welk nummer u waarvoor kunt bellen.

Bijwerkingen en risico's

Tijdens de operatie kunnen soms bijkomende problemen ontstaan. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • pijn
  • wondinfectie
  • gallekkage, lekkage bij de verbinding van de geopereerde organen
  • abces in de buik of lever
  • leverfalen
  • nabloeding
  • de maag en darm werken niet meer goed, dit heet gastroparese

Wanneer bellen?

Bel ons als u na de galwegoperatie thuis last krijgt van:

  • nabloeding, u ziet dan bloed in de drain, het is heel belangrijk dat u ons dan direct belt!
  • zwelling of roodheid bij de wond
  • meer pijn aan uw wond
  • koorts
  • ernstige buikpijn
  • benauwdheid of problemen met ademhalen

U krijgt bij ontslag een overzicht van telefoonnummers mee. Hierop staat welk nummer u waarvoor kunt bellen.

Leefregels

  • Na de operatie moet u 6 weken niet zwaar tillen.
  • U kunt niet in bad totdat de wond dicht is en alle drains weg zijn, u kunt wel douchen

Als u naar huis mag, duurt het meestal een paar maanden tot een halfjaar totdat u weer helemaal bent hersteld.

  • Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. 

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. 

Zorg voor balans in je dagelijks leven

De keuzes die je maakt in je dagelijks leven hebben invloed op je gezondheid en je gevoel van welbevinden. Als je gezond bent maar ook als je ziek bent of aan het herstellen bent. Bekijk wat je zelf kunt doen op het gebied van leefstijl.

Heeft u nog vragen?

U kunt bellen met onze verpleegkundig casemanagers van Gastro-intestinale oncologie (GIO). U kunt ook een e-mail sturen.

Heeft deze informatie je geholpen?