Zaadcellen doneren: informatie voor de donor

Soms is een zwangerschap met eigen zaad niet mogelijk. Daar kunnen veel verschillende oorzaken voor zijn. Een donor kan dan zijn zaadcellen geven. Dit heet ook wel zaadceldonatie. Je moet daarvoor gevraagd worden door de wensouder(s). Het UMCG heeft geen zaadbank, dus je kan alleen zaadcellen doneren aan voor jou bekende wensouder(s)

Soms kan iemand geen kinderen krijgen met eigen zaadcellen. Bijvoorbeeld omdat een vrouw alleenstaand is, of omdat een paar bestaat uit 2 vrouwen. Of bijvoorbeeld omdat de man van het paar geen zaadcellen aanmaakt in zijn zaadballen. Soms zijn er andere redenen, bijvoorbeeld dat een een man drager is van een ernstige, erfelijke ziekte. En er een hoog risico bestaat dat hij die ziekte aan zijn kind doorgeeft. Je kunt dan als man gevraagd worden zaaddonor te zijn. Het UMCG heeft geen zaadbank, dus je kan alleen zaadcellen doneren aan voor jou bekende wensouder(s)

Wanneer kun je zaaddonor zijn?

Er zijn een paar voorwaarden:

  • je bent bereid je gegevens te laten registreren in de landelijke database
  • je bent op dit moment of in het verleden niet ook actief als zaaddonor bij andere gezinnen of bij een zaadbank
  • je bent gezond
  • je hebt geen erfelijke ziektes
  • je hebt geen besmettelijke ziektes

Hoe werkt het?

Jouw zaadcellen worden alleen gebruikt bij de vrouw of het paar die je heeft gevraagd om je zaadcellen te doneren. Je vult hiervoor een verklaring in. Hierin staat aan wie je jouw zaadcellen geeft. Dat doe je voor de zaaddonatie begint.

Het aantal kinderen dat met jouw zaad ontstaat mag niet te veel zijn. Dit is om te zorgen dat de kans op erfelijke afwijkingen door inteelt klein blijft. We vragen je daarom of en waar je al eerder donor bent geweest en hoeveel kinderen je zelf hebt. Op 2 of meer plaatsen tegelijkertijd donor zijn is niet gewenst.

Als donor vul je elke keer als de wensouder(s) de zaadcellen voor een volgend kind willen gebruiken, een verklaring in. Zo weten wij dat je de nieuwe kinderwens steunt. Als zaaddonor heb je geen rechten en plichten tegenover het donorkind. De wensmoeder is volgens de wet de juridische moeder.

Donorzaad kan worden gebruikt voor intra-uteriene inseminatie (IUI) en IVF- en ICSI-behandelingen. Voor deze behandelingen gebruiken we ingevroren en ontdooid donorzaad.

Zeggenschap over de zaadcellen

De afspraken tussen jou en de wensouders worden vastgelegd in een verklaring. In deze verklaring geef je ook aan wat er met het zaad moet gebeuren als je overlijdt. We kunnen het zaad na overlijden vernietigen of bewaren. Er zijn 2 opties:

  • we vernietigen het zaad, dit gebeurt dan meteen na je overlijden
  • we bewaren het zaad. De vrouw beslist wat er met het zaad gebeurt. Maar ze mag het zaad alleen gebruiken voor haarzelf. Dus niet voor andere vrouwen.

Je kunt als zaaddonor altijd besluiten je terug te trekken als donor en het zaad te laten vernietigen.

De zaaddonatie stap voor stap

  1. Je hebt een verwijsbrief van je huisarts nodig.

    Je krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Bij de afspraakbrief zit ook een pakket met formulieren die je tevoren moet invullen. Deze formulieren zijn wettelijk verplicht om je te kunnen registreren als zaaddonor.

  2. Je gaat voor deze afspraak naar het Centrum voor Voorplantingsgeneeskunde.

  3. Je hebt een gesprek met een arts van Voortplantingsgeneeskunde. Samen met de arts neem je alle van tevoren ingevulde formulieren door. Je krijgt uitleg over het traject en je kunt vragen stellen. Verder krijg je een afspraak voor een gesprek met een medisch maatschappelijk werker.

    We doen ook een paar onderzoeken:

    • bloedonderzoek naar infectieziekten
    • zaadonderzoek in het laboratorium. We kunnen dit zaad direct al invriezen voor later gebruik.
    • urineonderzoek naar SOA's
  4. Daarna kom je nog een aantal keer naar het UMCG om zaad te doneren. Dit zaad vriezen we steeds in, zodat de wensmoeder dit later kan gebruiken voor een zwangerschap. Bij iedere donatie onderzoeken we de urine op SOA's.

    Het is het best als je 3 tot 5 dagen voor het doneren geen zaadlozing hebt gehad. Laat het ook weten als je kortgeleden ziek bent geweest. Dit kan namelijk invloed hebben op de kwaliteit van het zaad.

    Afhankelijk van de kwaliteit van het zaad wordt afgesproken hoe vaak je moet komen voor een donatie. In principe wordt zaad ingevroren voor 1 kind.

    1 tot 6 maanden na de laatste donatie prikken we nog een keer bloed en onderzoeken dat op infectieziekten. Als de uitslag goed is, wordt het donorzaad vrij gegeven en kan het worden gebruikt.

    Als de wensouder(s) terugkomt voor een eventueel 2e kind wordt er altijd weer opnieuw toestemming aan je gevraagd of je akkoord gaat met het gebruik van jouw ingevroren zaad.

  • Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen voor verhoogde risico's op problemen en/of afwijkingen bij zwangerschappen en kinderen die uit ingevroren bewaard zaad ontstaan.

Bijwerkingen en risico's

Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen voor verhoogde risico's op problemen en/of afwijkingen bij zwangerschappen en kinderen die uit ingevroren bewaard zaad ontstaan.

Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting

Volgens de wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting moeten behandelaars een aantal gegevens van donoren vastleggen. Deze gegevens worden landelijk geregistreerd bij Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (Sdkb). De wet maakt het mogelijk dat een donorkind kan achterhalen van wie hij of zij afstamt. Het is hierdoor voor donoren sinds 2004 niet meer mogelijk om anoniem te doneren. Meer informatie staat op de website van het landelijk informatiepunt donorconceptie LIDC.

Kosten

Je mag je zaadcellen niet verkopen, dat staat zo in de wet. Je mag dus geen geld vragen voor de donatie. Het kan zijn dat je zelf kosten moet maken voor de donatie. Zoals vrij nemen van werk, reiskosten of kosten van je eigen risico van je eigen ziektekostenverzekering. Deze kosten mogen de wensouder(s) wel aan jou vergoeden.

Relatie zaaddonor en donorkind

De vrouw die het kind baart is volgens de wet de (juridische) moeder. De moeder heeft het recht tot uitoefenen van gezag, omgang en erven en de plicht om het kind te onderhouden. Tussen de zaaddonor en het donorkind bestaat geen juridische relatie. De zaaddonor heeft dan ook geen rechten of plichten tegenover het kind. Ook niet als het kind ouder is. Behalve als je zelf het initiatief neemt te erkennen of te adopteren. Hiervoor gelden wettelijke regels.

Afkomst van de kinderen

Wij zullen de wensouders altijd adviseren het kind later te vertellen dat het is ontstaan met behulp van donorzaad. Een kind heeft immers het recht om te weten van wie het genetisch afstamt. Als ouders willen vertellen dat jij de donor bent, dan is het wel belangrijk dat je weet wanneer en hoe ze dat doen. Zodat jij je daar op kan voorbereiden. Een goed contact met de wensouders is daarom ook belangrijk.

Heb je nog vragen?

Je kunt het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?