Borstverwijdering bij borstkanker

Bij een borstverwijdering of ablatio halen we al het klierweefsel van uw borst, inclusief de tumor, huid en tepel weg. Soms hoeven we de huid en tepel niet weg te halen.

Dit gebeurt als u bors​tkanker heeft en een borstsparende operatie niet mogelijk of wenselijk is.

Soms heeft u de keuze tussen een borstsparende operatie en een borstverwijdering. U bespreekt de voor- en nadelen van beide operaties dan uitgebreid met uw behandelaar, zodat u een beslissing kunt nemen waar u goed over nagedacht heeft.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een brief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich voorbereidt. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u daar voor de operatie mee stoppen. Als u rookt, kunt u daar beter mee stoppen. Dit om de kans op infecties te verkleinen en ervoor te zorgen dat de wond sneller geneest.​

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA). 

    Voor deze operatie wordt u meestal 3 dagen opgenomen in het ziekenhuis.

  2. U meldt zich bij de opnamebalie in de ontvangsthal van het UMCG. Een gastvrouw of -heer brengt u daarna naar de verpleegafdeling.

  3. U trekt operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. Soms krijgt u vooraf al pijnstillers of rustgevende medicijnen. In de voorbereidingskamer krijgt u een infuus. Daarna gaat u naar de operatiekamer.

    U krijgt een narcosemiddel via het infuus. U merkt dus niks van de operatie. De chirurg haalt al het klierweefsel van de borst weg. 

    Om te kijken of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren in de oksel, halen ​we vaak ook de schildwachtklier(en) weg. Deze onderzoeken we in het laboratorium.

    De operatie duurt ongeveer 1,5 uur. U blijft meestal 3 dagen in het ziekenhuis.​

    Als we al weten dat er een uitzaaiing in een lymfklier in de oksel zit, halen we alle oksellymfeklieren weg. Dit heet een okselklierdissectie. De operatie duurt dan ongeveer 30 minuten langer.

    Soms krijgt u direct een borstreconstructie​. Als dit bij u gebeurt, bespreken we dit vooraf met u. De operatie duurt dan in totaal ongeveer 3 uur.

  4. U wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer. Op de plek waar u geopereerd bent, kan zich bloed of wondvocht ophopen. Daarom laten we tijden de operatie een drain achter. Dit is een slangetje dat vocht afvoert naar een potje dat u bij zich draagt. De drain blijft 1-7 dagen​ zitten. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid vocht. Bij misselijkheid of pijn krijgt u medicijnen.

    Meestal kunt u nog dezelfde dag of de dag na de operatie naar huis. Mogelijk heeft u de drain dan nog. U krijgt instructies voor het verzorgen van de wond. En eventueel informatie over borstprotheses. U hoort wanneer u contact moet opnemen met het ziekenhuis en wat u verder kunt doen om goed te herstellen. U kunt de eerste 4 weken na de operatie geen lichamelijk zwaar werk doen.

  5. We onderzoeken het borstklierweefsel, de schildwachtklier en eventuele andere lymfeklier(en) die zijn weggehaald. De uitslag van het onderzoek krijgt u meestal binnen 2 weken van uw arts. Die bespreekt dan ook het resultaat van de operatie en het eventuele vervolg van uw behandeling met u.

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. 

  • U houdt op de plek van de operatie een litteken.
  • De operatiewond kan de eerste weken pijn doen, wat dik zijn en een andere kleur hebben.
  • De arm en schouder kunnen aan de kant van de operatie stijf zijn. Hier krijgt u oefeningen voor.
  • Als er oksellymfeklieren zijn weggehaald, kunt u een doof of branderig gevoel hebben aan de binnenkant van uw bovenarm of zijkant van uw borstkas. Dit is normaal en gaat meestal vanzelf weer over. Wordt de pijn niet minder, bespreek dit dan met uw arts.
  • Ook kunt u last krijgen van lymfevocht of vochtophoping in de oksel. Uw arts kan u verwijzen naar iemand die dit kan behandelen.
  • Na de operatie kunt u een nabloeding of een wondinfectie krijgen. Ook komt het voor dat de wond niet goed geneest.

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Heeft u nog vragen?

U kunt naar polikliniek Oncologie 2 bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.