Borstsparende operatie bij borstkanker

Bij een borstsparende operatie halen we alleen de tumor in uw borst en weefsel daaromheen weg. De rest van de borst blijft dus zitten. Een borstsparende operatie heet ook wel een lumpectomie.

Deze operatie doen we als u borstkanker heeft.

Soms kunt u kiezen keuze tussen een borstsparende operatie of een operatie waarbij we de hele borst weghalen. Aan beide zitten voor- en nadelen. U bespreekt samen met de arts uitgebreid de voor- en nadelen van beide operaties. Zodat u goed kunt beslissen wat voor u het beste is.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een brief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich voorbereidt. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u daar voor de operatie mee stoppen. Als u rookt, kunt u daar beter mee stoppen. Dit om de kans op infecties te verkleinen en ervoor te zorgen dat de wond sneller geneest.​

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA). 

    Voor deze operatie wordt u meestal 2 dagen opgenomen in het ziekenhuis.

  2. U meldt zich bij de opnamebalie in de ontvangsthal van het UMCG. Een gastvrouw of -heer brengt u daarna naar de verpleegafdeling.

  3. Op de dag voor of van de operatie krijgt u meestal een radioactieve jodiumbron in uw borst. Zo kunnen we tijdens de operatie goed zien waar de tumor zit.

    Voor de operatie trekt u operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. Soms krijgt u vooraf al pijnstillers of rustgevende medicijnen. In de voorbereidingskamer krijgt u een infuus. Daarna gaat u naar de operatiekamer.

    U krijgt een narcosemiddel via het infuus. U merkt dus niks van de operatie. De chirurg maakt een snee in uw borst en haalt de tumor en wat weefsel daaromheen weg. De tumor en het weefsel onderzoeken we in het laboratorium.

    Om te kijken of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren in de oksel, halen we vaak ook de schildwachtklier(en) weg. Deze onderzoeken we ook op tumorcellen.

    De operatie duurt ongeveer 75 minuten. U blijft meestal 1-2 dagen in het ziekenhuis.

    Soms krijgt u tijdens een borstsparende operatie direct een borstreconstructie. Als dit bij u gebeurt, is dit vooraf uitgebreid met u besproken. De totale operatie duurt dan ongeveer 150 minuten.

  4. U wordt wakker op de uitslaapkamer. ​Op de plek waar u geopereerd bent, kan zich bloed of wondvocht ophopen. Daarom laten we tijden de operatie een drain achter. Dit zijn slangetjes die het vocht afvoeren naar een potje dat u bij zich draagt. De drain blijft meestal 1 dag zitten. Bij misselijkheid of pijn krijgt u medicijnen.

    Meestal kunt u nog dezelfde dag of de dag na de operatie naar huis. U krijgt informatie mee over het verzorgen van de wond. U hoort ook van ons wanneer u moet bellen met het ziekenhuis en wat u verder kunt doen om goed te herstellen.

  5. We onderzoeken de tumor, het weefsel en de schildwachtklier(en). De uitslag van het onderzoek krijgt u meestal binnen 2 weken van uw arts. Die bespreekt dan ook het resultaat van de operatie en het vervolg van uw behandeling met u.

  6. Na de operatie en mogelijke aanvullende behandelingen maakt u afspraken over controles. Hoe vaak, hoelang en bij wie u onder controle blijft, hangt af van uw situatie.

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan.

  • U houdt op de plek van de operatie een litteken.
  • De operatiewond kan de eerste weken pijn doen, wat dik zijn en een andere kleur hebben.
  • De arm en schouder kunnen aan de kant van de operatie stijf zijn. Hier krijgt u oefeningen voor.
  • Als er oksellymfeklieren zijn weggehaald, kunt u een doof of branderig gevoel hebben aan de binnenkant van uw bovenarm of zijkant van uw borstkas. Dit is normaal en gaat meestal vanzelf weer over. Wordt de pijn niet minder, bespreek dit dan met uw arts.
  • Ook kunt u last krijgen van lymfevocht of vochtophoping in de oksel. Uw arts kan u verwijzen naar iemand die dit kan behandelen.
  • Na de operatie kunt u een nabloeding of een wondinfectie krijgen. Ook komt het voor dat de wond niet goed geneest.

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Heeft u nog vragen?

U kunt de polikliniek Oncologie 2 bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.