Ventielen, behandeling tegen kortademigheid bij COPD

Een behandeling met ventielen is mogelijk bij mensen met ernstige COPD met longemfyseem. De ventielen zijn bedoeld om kortademigheid te verminderen, meer te kunnen doen en de kwaliteit van leven te verbeteren.

Bij een behandeling met ventielen sluiten we het meest zieke deel van de longen af met een paar kleine ventielen. Het gezonde deel van de longen kan daardoor beter gaan werken. We plaatsen de ventielen in het meest zieke deel van de longen, zodat we dit longdeel afsluiten. De ventielen zijn gemaakt van nikkel-titanium met een laagje siliconen. Aan het uiteinde zit een siliconen ventiel.

Als je inademt blijft het ventiel dicht: er komt geen lucht in het meest zieke longdeel. Als je uitademt gaat het ventiel open: er gaat lucht en slijm vanuit het zieke longdeel naar buiten. Daarom noemen we de ventielen ook wel éénrichtingventielen.

Als er geen lucht meer in het zieke longdeel komt en er wel lucht uit gaat, wordt het zieke longdeel kleiner. Zo ontstaat er meer ruimte voor het gezonde deel van de longen. Dit helpt mensen met ernstige COPD beter te ademen.

Welke longkwab is geschikt?

De longen bestaan uit 5 delen. Deze delen heten longkwabben. De rechterlong bestaat uit de boven-, midden- en onderkwab. De linkerlong bestaat uit de boven- en onderkwab.

Op de CT-scan van uw longen kunnen we bekijken welke longkwab het meest geschikt is voor ventielen.

De behandeling met ventielen werkt alleen als er geen lucht van de longkwab die we afsluiten naar een andere longkwab kan. Op de CT-scan kunnen we zien of de longkwab die we willen behandelen goed gescheiden is van de andere longkwabben.

Meerdere longkwabben afsluiten kan niet. Dan is de kans op een klaplong te groot. Ook moet er genoeg longweefsel overblijven om zuurstof uit de lucht in het bloed op te nemen. Er is 1 uitzondering: soms sluiten we de boven- en middenkwab van de rechterlong af.

Is de behandeling geschikt?

Tijdens een second opinion consult BIC bekijken we of u een behandeling met ventielen kunt krijgen. Als dit kan en u kiest hiervoor, dan nemen we u op voor de behandeling.

Behandeling met ventielen

  • Een éénrichtingventiel is van nikkel-titanium met een laagje siliconen. Aan het uiteinde zit een siliconen ventiel.

  • We plaatsen de ventielen in een luchtwegtakje.

  • Het ventiel gaat open wanneer je ademt.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een opnamebrief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt.

    De medicijnen die u gebruikt, moet u meenemen naar het ziekenhuis. Als u een rollator heeft, is het ook handig om deze mee te nemen.

  2. Meestal wordt u de dag voor de behandeling opgenomen in het ziekenhuis. In de opnamebrief staat waar u moet zijn.

    Voor de behandeling met ventielen gaat u naar de afdeling longziekten. De longartsen van het Bronchoscopisch Interventiecentrum (BIC) voeren de behandeling uit. 

    Ook heeft u voor de behandeling een afspraak met de anesthesioloog over de narcose. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

  3. De longarts doet daarvoor een bronchoscopie. U krijgt een narcosemiddel zodat u niets van het onderzoek merkt. We onderzoeken eerst de luchtwegen.

    Om er zeker van te zijn dat er geen lucht 'lekt' van de longkwab die we gaan behandelen naar andere longkwabben doen we een Chartis-meting.

    Chartis-meting

    We plaatsen een balonnetje in de ingang van de behandelkwab. Dit balonnetje zit vast aan een slangetje. Dit heet een katheter. De katheter is aangesloten op een apparaat dat de luchtstroom meet. We blazen de ballon op. Daardoor kan er geen lucht meer in de behandelkwab. Via de katheter kan er nog wel lucht uit de behandelkwab stromen.

    Als er geen lekkage is, dan stopt de luchtstroom na een paar minuten. Als er wel lekkage is, dan blijft er lucht door de katheter stromen.

    De Chartis-meting duurt ongeveer 15 minuten.

    Bij lekkage geen behandeling

    Als we toch een lekkage vinden, plaatsen we geen ventielen. 

    Plaatsen ventielen

    Als er geen lekkage is, plaatst de longarts via een katheter direct de ventielen in uw luchtweg. Hoeveel ventielen u precies krijgt, hangt af van de grootte van de luchtwegen. Meestal zijn het er ongeveer 4.

    Het plaatsen van de ventielen duurt ongeveer 15 minuten.

  4. U blijft tenminste 3 nachten in het ziekenhuis. Dit is omdat 1 op de 4 patiënten na de behandeling met ventielen een klaplong krijgt. De kans op een klaplong is de eerste 3 dagen na de behandeling het grootst. 

  5. Na 4 dagen mag u meestal naar huis. U heeft eerst een gesprek met uw arts en krijgt informatie en leefregels mee voor thuis. De medicijnen die u krijgt, blijft u thuis gebruiken.

  6. Na ongeveer 6 weken komt u naar het ziekenhuis voor controle. U krijgt dat een CT-scan en een longfunctieonderzoek. Ook na 6 maanden en na 12 maanden komt u terug voor controle en een aantal onderzoeken. Daarna heeft u tot 5 jaar na de behandeling elk jaar een controle.

    Voor de COPD blijft u ook onder controle bij uw eigen longarts.

  • U kunt een klaplong krijgen, deze ontstaat meestal in de eerste 3 dagen na de behandeling. U bent dan nog in het ziekenhuis. Als dit gebeurt, hoort u van uw longarts hoe we de klaplong het beste kunnen behandelen. 

    U kunt de eerste dagen na de behandeling pijn of een trekkend gevoel hebben op de borst, in de rug of in de schouderbladen. Dit gaat vanzelf over. U kunt paracetamol nemen tegen de pijn.

    Soms is ademen de eerste weken wat lastiger dan u gewend bent. Deze kortademigheid vermindert na ongeveer 4 weken. Ook kan er de eerste weken een beetje bloed in uw speeksel zitten. Dit is normaal en gaat vanzelf over.

    De ventielen kunnen op een gegeven moment minder goed gaan werken. Als dit bij u gebeurt, bespreekt u met uw arts welke behandeling daarvoor mogelijk is.

    Wanneer bellen?

    Heeft u vragen over klachten die u ervaart?

    U kunt het BIC bellen als u vragen heeft over klachten die u ervaart. Dit kan van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur: 050-361 91 94.

    Bel 112 als u:

    • plotseling pijn of een trekkend gevoel op de borst, in de rug of in de schouderbladen krijgt
    • plotseling erg kortademig wordt

  • In de eerste week moet u thuis rustig aan te doen. Blijf wel in beweging maar probeer niet uw grenzen op te zoeken. Til de eerste 4 weken geen zware dingen en doe geen zwaar huishoudelijk werk. Als u een klaplong heeft gehad, geldt hiervoor een periode van 6 weken.

    Na één week kunt u de fysiotherapie/training weer oppakken. Doe de eerste 4 weken geen krachtoefeningen met uw armen en schoudergordel. Daarna kunt u dit rustig weer opbouwen. Probeer niet uw grenzen op te zoeken, dit vergroot de kans dat uw klachten verergeren.

    Probeer in de eerste weken bij het hoesten en naar de wc gaan niet te veel kracht te zetten.

    Ga de eerste 4 weken na de behandeling niet vliegen.


Bijwerkingen en risico's

U kunt een klaplong krijgen, deze ontstaat meestal in de eerste 3 dagen na de behandeling. U bent dan nog in het ziekenhuis. Als dit gebeurt, hoort u van uw longarts hoe we de klaplong het beste kunnen behandelen. 

U kunt de eerste dagen na de behandeling pijn of een trekkend gevoel hebben op de borst, in de rug of in de schouderbladen. Dit gaat vanzelf over. U kunt paracetamol nemen tegen de pijn.

Soms is ademen de eerste weken wat lastiger dan u gewend bent. Deze kortademigheid vermindert na ongeveer 4 weken. Ook kan er de eerste weken een beetje bloed in uw speeksel zitten. Dit is normaal en gaat vanzelf over.

De ventielen kunnen op een gegeven moment minder goed gaan werken. Als dit bij u gebeurt, bespreekt u met uw arts welke behandeling daarvoor mogelijk is.

Wanneer bellen?

Heeft u vragen over klachten die u ervaart?

U kunt het BIC bellen als u vragen heeft over klachten die u ervaart. Dit kan van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur: 050-361 91 94.

Bel 112 als u:

  • plotseling pijn of een trekkend gevoel op de borst, in de rug of in de schouderbladen krijgt
  • plotseling erg kortademig wordt

Leefregels

In de eerste week moet u thuis rustig aan te doen. Blijf wel in beweging maar probeer niet uw grenzen op te zoeken. Til de eerste 4 weken geen zware dingen en doe geen zwaar huishoudelijk werk. Als u een klaplong heeft gehad, geldt hiervoor een periode van 6 weken.

Na één week kunt u de fysiotherapie/training weer oppakken. Doe de eerste 4 weken geen krachtoefeningen met uw armen en schoudergordel. Daarna kunt u dit rustig weer opbouwen. Probeer niet uw grenzen op te zoeken, dit vergroot de kans dat uw klachten verergeren.

Probeer in de eerste weken bij het hoesten en naar de wc gaan niet te veel kracht te zetten.

Ga de eerste 4 weken na de behandeling niet vliegen.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Bronchoscopisch Interventiecentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, van 8.00 tot 16.30 uur. U kunt ons ook een e-mail sturen.