Tuberculosecentrum Team Tuberculosecentrum

Het behandelteam is gespecialiseerd in zeer moeilijk behandelbare vormen van tuberculose en de problematiek die gepaard kan gaan met de lange behandelduur van deze ziekte en bestaat uit longartsen, verpleegkundigen, fysiotherapeut, diëtist, activiteitenbegeleiders en maatschappelijk werkers.

De longarts is de hoofdbehandelaar en eindverantwoordelijk voor de behandeling. Daarnaast is er de verpleging, een fysiotherapeut, een maatschappelijk werker, een diëtist en een activiteitenbegeleider. De verschillende behandelaars werken nauw met elkaar samen.

  • De longartsen hebben de eindverantwoordelijkheid voor de behandeling van de patiënten in het Tuberculosecentrum. Tevens hebben ze nog andere taken. Beide longartsen zijn consulent klinische tuberculose van KNCV Tuberculosefonds. Dit betekent dat zij vanuit Nederland dagelijks allerlei vragen over tuberculose krijgen. Ook geven zij landelijk onderwijs aan diverse zorgverleners. Verder spelen zij een rol in het wetenschappelijk onderzoek op de afdeling.


  • Om het voor patiënten mogelijk te maken om de behandeling tot een goed einde te brengen is een adequate dagbesteding van belang. Zinvolle dagbesteding geeft iets om naar uit te kijken, het geeft ritme en structuur en draagt bij tot zelfredzaamheid. De activiteiten in het tuberculosecentrum zijn recreatief, creatief en/of educatief van karakter en vinden zowel in groepsverband als individueel plaats.

    Structureel worden er iedere dinsdag- en vrijdagochtend boodschappen gedaan, voor en samen met patiënten, op de fiets of lopend. Tijdens het boodschappen doen is er ook ruimte voor zelfontplooiing, inburgering, sociaalvaardigheidstraining en Nederlandse les.


  • Bij ziekte is eten niet altijd meer vanzelfsprekend. Wanneer de inname van voeding niet meer in balans is met wat iemand nodig heeft, kan dit leiden tot ondervoeding. Bij ondervoeding is er vaak sprake van verminderde weerstand en slechter functioneren in het algemeen. Dit komt regelmatig voor bij tuberculosepatiënten. Meestal doordat de eetlust verminderd is en omdat ziek-zijn veel energie van het lichaam vraagt. Ondervoeding kan een nadelig effect hebben op het vermogen om te herstellen van ziekte. Bij opname in het Tuberculosecentrum onderzoekt de diëtist daarom de voedingstoestand van de patiënt. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar het gewichtsverloop, de aanwezigheid van voedingsgerelateerde klachten zoals bijvoorbeeld smaakverandering, een droge mond of slikklachten. Daarnaast wordt het voedings- en beweegpatroon in kaart gebracht in combinatie met lichamelijk onderzoek. Soms hebben patiënten ook nog andere aandoeningen waarbij aangepaste voeding nodig is. In overleg met de patiënt wordt een voedingsadvies op maat gemaakt. Over het algemeen is dit een voeding die rijk is aan eiwit voor de spieropbouw en koolhydraten en vetten voor de energie. Bij ziekte kan men in korte tijd veel gewicht (voornamelijk spiermassa) verliezen. Om dit weer op te bouwen zijn voldoende eiwit en energie van groot belang.


  • Tuberculose kan een grote aanslag hebben op het lichamelijke functioneren. Dit komt door gewichtverlies, spierafbraak en de verslechtering van het uithoudingsvermogen die hiermee gepaard gaan.

    De fysiotherapeutische behandeling is gericht op de stoornissen en beperkingen die direct of indirect veroorzaakt worden door de tuberculose. De behandeling is divers doordat de tuberculose overal in het lichaam kan voorkomen. Met patiënt worden behandeldoelen overeen gekomen, waarbij er inspraak is over de manier waarop deze doelen bereikt kunnen worden. Er worden zowel individuele als groepsbehandelingen aangeboden. De behandeling richt zich op het bevorderen van de lichamelijke zelfredzaamheid.

    UMCG locatie Beatrixoord beschikt over uitgebreide sportfaciliteiten voor revalidatie, zoals: een sporthal, zwembad, fitnessruimte en uitgebreide sport- en spelfaciliteiten buiten (onder andere een Johan Cruyff Court). Daarnaast worden de mogelijkheden van de prachtige omgeving benut, door het aanbieden van buitenactiviteiten zoals fietsen, wandelen, vissen.


  • De maatschappelijk werker maakt kennis met alle nieuwe patiënten, want een opname in een ziekenhuis is een ingrijpende gebeurtenis. Naast de medische situatie, zijn er vaak zorgen over de thuissituatie nu patiënt in een andere omgeving verblijft, of zorgen over de invulling van de toekomst.

    Tijdens het intakegesprek wordt met name de sociale situatie in kaart gebracht. Samen kijken patiënt en de maatschappelijk werker of er knelpunten zijn die aandacht verdienen. Deze kunnen tijdens de opname ontstaan, maar dit kunnen ook problemen zijn die al langer bestaan.

    De werkzaamheden van de maatschappelijk werker zijn zeer divers, hierbij een aantal voorbeelden:

    “Het kan gebeuren dat er financiële problemen zijn. Het is belangrijk dat de schulden niet oplopen vanwege de ziekenhuisopname. De financiën worden in kaart gebracht en vaak is het mogelijk een betalingsregeling te treffen. In sommige gevallen wordt patiënt doorverwezen naar een instantie die gespecialiseerd is in schuldhulpverlening.”

    “Het kan ook voorkomen dat patiënt geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Dan zal de maatschappelijk werker, vaak in overleg met bestaande hulpverleners uit de thuissituatie, onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om deze situatie te veranderen.”

    De maatschappelijk werker heeft ook aandacht voor begeleidende gesprekken gedurende de opname, eventueel samen met naasten.

    Kortom: de maatschappelijk werker biedt ondersteuning daar waar nodig en werkt veel samen met andere hulpverleners en instanties.


  • De verpleegkundigen vervullen een spilfunctie in de bewaking en continuïteit van zorg door 24-uurs aanwezigheid. Algemene zorgtaken, zoals persoonlijke verzorging of bedden opmaken, worden door de verpleging samen met de zorgassistenten verricht. De coördinatie van de maaltijden wordt gedaan door de voedingsassistenten.

    Andere belangrijke taken van de verpleging zijn observatie en rapportage. Er wordt een zorgplan gemaakt waarbij aandacht is voor de aandoening, het dagelijks ritme, voeding en medicatiegebruik. Tevens brengen zij in kaart wie de contactpersonen zijn.

    Regelmatig vinden er gesprekken plaats, al dan niet met behulp van een tolk. Tijdens deze gesprekken wordt de behandeling geëvalueerd en wordt voorlichting en instructie gegeven over tuberculose, besmettelijkheid en isolatie.

    In het Tuberculosecentrum wordt alle medicatie onder toezicht van een verpleegkundige ingenomen, de zogenaamde DOT (Direct Observed Therapy) methode. Tevens krijgt de patiënt informatie over de werking en bijwerkingen van de medicijnen met als doel de patiënt medeverantwoordelijk te maken voor zijn behandeling.

    Voedings- en zorgassistenten

    De voedingsassistent geeft de patiënt voorlichting over de wijze van maaltijdverstrekking op de afdeling en kan de patiënt hierbij ondersteunen indien dit noodzakelijk is. Tevens verzorgen zij koffie, thee en tussendoortjes op de afdeling. De zorgassistent ondersteunt het verpleegkundig team en de patiënt met alle voorkomende werkzaamheden en activiteiten op de afdeling.


  • De hoofdverpleegkundige geeft leiding aan de medewerkers die werkzaam zijn in het Tuberculosecentrum.  Zij houdt zich niet bezig met patiëntenzorg, maar richt zich op het beleid van de afdeling en het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerend team. Scholing en kwaliteitszorg zijn hierbij belangrijke aandachtsgebieden.


  • Bij ziekte kunnen er ineens levensvragen naar boven komen. De geestelijk verzorger is er voor patiënten die bij hun ziekte begeleiding nodig hebben vanuit levensbeschouwing of religie. Er is aandacht voor het persoonlijke verhaal van de patiënt, stilstaan bij verlies van gezondheid, wat steun en kracht geeft, voor spiritualiteit en het nemen van moeilijke beslissingen. Het is mogelijk om samen te luisteren naar muziek, te mediteren, te lezen of te bidden. Er kan ook iets uit het verleden opspelen, dan wordt er gezocht hoe hiermee in het reine te komen.
    Indien nodig wordt er een geestelijke van de eigen religie, bijvoorbeeld een Russisch orthodoxe priester of een imam, geregeld.