Tuberculosecentrum Historie van Beatrixoord

​Tuberculose. De ziekte geselt de mensheid al eeuwen. Dat is te zien aan skeletten van duizenden jaren oud en vermeldingen in oude teksten. Gezonde , vaak jong volwassenen werden ziek en kwijnden weg. De patiënten en hun families werden gemeden en raakten in een sociaal isolement. Wanneer de ziekte een kostwinner trof, was de ramp voor het gezin voor het gezin vaak niet te overzien. In een tijd zonder sociale voorzieningen betekende dat verlies van inkomen en vervallen in armoede.

  • Alleen al het woord tuberculose joeg generaties mensen de stuipen op het lijf. Vaak werd de ziekte aangeduid als de tering, de witte pest of witte plaag, de ziekte der duisternis. Naar de verschijnselen en het verloop werd tuberculose ook wel kwijnende ziekte of uitterende ziekte genoemd, een sluwe sluipmoordenaar en aanrandster van de volkskracht. Een kwart van de tuberculosedoden was tussen de twintig en dertig jaar oud. Door de hoge sterfte onder de jonge bevolking werd de witte dood vaak aangeduid als volksvijand nummer één. Als het ziekbed snel verliep, sprak men van vliegende tering.

    Begin twintigste eeuw telde Nederland ongeveer vijf miljoen inwoners. Daarvan kregen elk jaar zo’n honderdduizend mensen tuberculose. De enige therapie waarover men beschikte, was een rustkuur voor geest en lichaam in de buitenlucht. Wie het zich kon permitteren, vertrok voor een kuur naar het buitenland. In Davos werd een sanatorium voor welgestelde mensen geopend. De minder gefortuneerden kuurden thuis, binnen in hun eigen bed en buiten in een tentje op palen. Sommige huisjes konden draaien, zodat de patiënt optimaal kon profiteren van de heilzame zonnestralen. Ook in Nederland verschenen de eerste sanatoria voor tuberculosepatiënten. In 1950 telde Nederland 59 sanatoria met plaats voor negenduizend bedden.


  • Friesch Volkssanatorium Heremastate in Joure

    Een eigen gebouw

    Eind negentiende eeuw eist de ziekte een steeds zwaardere tol onder de bevolking. Vooral in arbeiderskringen veroorzaakt de ziekte verwoestend veel leed. Het is duidelijk dat tuberculose een groot gevaar vormt voor de volksgezondheid. De overheid blijft passief. Daarom bundelen particulieren hun krachten. De georganiseerde tuberculosebestrijding begint als een particulier initiatief. Hier en daar slagen actiecomités erin sanatoria voor lijders aan tuberculose op te richten. Het eerste sanatorium voor tuberculoselijders is Oranje Nassau's Oord, een gift van regentes Emma, die een zusje aan tuberculose heeft verloren. Zij staat haar buitenverblijf in Renkum en het bedrag dat zij bij haar aftreden krijgt af voor het stichten van een sanatorium.

    Niet toevallig bevinden zich onder de initiatiefnemers veel mensen die privé of professioneel zijn betrokken bij tuberculose. In Noord-Nederland is de Friese huisarts Pieter de Jager de stuwende kracht achter het initiatief tot oprichting van een volkssanatorium. Het doel is nadrukkelijk een sanatorium voor verpleging van de 'gewone' man en vrouw, voor mensen die zelf onvoldoende of geen geld hebben om te kuren. De verpleegprijs in het sanatorium moet dan ook laag zijn. Het oprichtingscomité slaagt erin huisvesting te vinden in een Friese state die het speciaal voor dit doel cadeau krijgt van de familie Vegelin van Claerbergen. Vijf jaar na de oprichtingsvergadering van het comité opent het Fries Volkssanatorium de deuren in de Heremastate in Joure. De behoefte aan verpleegplaatsen is groot. In 1911, een jaar na de opening, zijn al 137 patiënten in Joure opgenomen.

    De locatie van het Friesch Volkssanatorium blijkt echter niet heel geschikt voor het verplegen van de patiënten. Rust en frisse lucht zijn ver te zoeken. Het sanatorium staat op vochtige grond naast een school, waarvan het schoolplein ook dienst doet als kermisterrein. De herrie van de naastgelegen scheepswerf – hameren van ijzer op ijzer – helpt ook al niet mee. Naast chronische geluidsoverlast is er sprake van stank van nabijgelegen bedrijven als een olieslagerij, een timmerfabriek en een koffie- en tabaksverwerkend bedrijf. Deze locatie komt de genezing niet ten goede. Het sanatorium gaat op zoek naar een nieuwe locatie


  • Locatie is alles

    Vanaf 1922 is het noordelijk sanatorium gevestigd in Appelscha, een dorp in Zuidoost-Friesland. Nu is het niet de beschikbaarheid van een gebouw, maar de locatie die de doorslag geeft. Om het besmettingsgevaar te beperken is de nieuwe locatie ver verwijderd van de bevolkingscentra. Het terrein ligt centraal in het noorden, gunstig voor de doelgroep en de bezoekers. De omgeving is rustig en bosrijk. Het uitgestrekte sanatoriumterrein biedt de patiënten een overvloed aan rust en frisse lucht. In deze heilzame omgeving zoeken in de jaren tussen 1922 en 1966 vele duizenden tuberculosepatiënten uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe genezing van hun ziekte . De naam “Beatrixoord’’ wordt een begrip in Noord-Nederland.

    Het sanatoriumterrein is zeer uitgestrekt. Alle gebouwen liggen in het bos. De patiënten verblijven vaak jarenlang in paviljoens, de mannen strikt gescheiden van de vrouwen. Kinderen hebben een eigen paviljoen. De paviljoens liggen ver uiteen. Aanvankelijk zijn de mannen – en de vrouwenpaviljoens door een muur van hoog prikkeldraad van elkaar gescheiden. Zelfs leden van één gezin worden ondergebracht in verschillende paviljoens, mannen bij mannen, vrouwen bij de vrouwen en kinderen bij de kinderen.

    Sanatorium Beatrixoord  is een gemeenschap , letterlijk en figuurlijk ver verwijderd van de buitenwereld . Het ontbreekt de patiënten aan elk vorm van privacy. De mensen leven dicht bij elkaar, soms vele jaren lang. Een streng regime leidt de minimaatschappij in goede banen en de huisregels worden strikt gehandhaafd. Studeren tijdens de verplichte rusttijd word zwaar bestraft. De represaille voor roken, drinken en het aangaan van relaties is onverbiddelijk: verwijdering uit het sanatorium.


  • ​De inzichten en mogelijkheden rond het behandelen van tuberculosepatiënten veranderen ingrijpend in de periode tijdens en na de Duitse bezetting. Er treedt een verschuiving op van verpleging en verzorging in een sanatorium naar behandeling met meer chirurgische ingrepen en met geneesmiddelen. Langdurig verblijf in een bosrijke omgeving als Appelscha verliest aan urgentie. De nabijheid van een groot wetenschappelijk medisch centrum wordt nu wenselijk geacht. Als de welvaart van het land met sprongen toeneemt, komt de bouw van een nieuw tuberculosecentrum op een nieuwe locatie in zicht. Het wetenschappelijk centrum van Noord-Nederland bevindt zich in de stad Groningen, de vestigingsplaats van de Rijksuniversiteit en het Academisch Ziekenhuis. Het nabijgelegen Haren lijkt hiervoor een geschikte locatie. Halverwege de jaren vijftig spreekt de minister zijn goedkeuring uit voor de bouw van een nieuw sanatorium met 250 bedden in Haren. In 1963 wordt Beatrixoord Haren geopend.

    Het moderne hoofdgebouw van het nieuwe Beatrixoord omvat een beddenhuis voor mannen en kinderen. Een beddenhuis voor vrouwen, een deel voor administratie en medisch centrum en een keuken- en kantinecomplex. De patiëntenkamers liggen op het zuidwesten. De beddenhuizen liggen aanvankelijk op één lijn, maar door een knik aan te brengen tussen de bouwlichamen oogt de lange gevel minder streng. De knik biedt plaats aan een centrale hal. Op de kinderafdeling is plaats voor vijftig kinderen. Voor de volwassen patiënten zijn er isoleerkamers en zes- en driepersoonskamers. Naast het omvangrijke hoofdgebouw omvat het complex ook een zusterhuis, een ketelhuis en kleinere gebouwen voor het laboratorium, de plantsoenendienst, etc.

    De gemiddelde verblijftijd van de tuberculosepatiënt in het sanatorium bedraagt één jaar. Daarom krijgt het comfort van de patiënt aandacht, financieel mogelijk gemaakt door de flink gestegen welvaart. De inrichting van het nieuwe sanatorium is vriendelijk en huiselijk. De zonnige kleuren van de hygiënische linoleumvloer sluiten aan op de warme tinten van de gordijnen. Elke patiënt beschikt over een eigen nachtkastje naast zijn bed, plus een eigen lampje, stoel, tabouretje (lage stoel zonder leuning), prullenmand en bedleesplank. Verder kan elke patiënt naar eigen inzicht luisteren naar de radio(keuze uit 4 zenders) en is voorzien in een aansluitmogelijkheid voor een tv-antenne.

    Dankzij de verbeterde behandelmogelijkheden voor tuberculose wordt het nieuwe gebouw uiteindelijk opgeleverd met 4 bouwlagen, waar in de eerste ontwerpfasen nog sprake was van acht. Tegelijkertijd wordt een deel van het nieuwe gebouw in gebruik genomen voor de behandeling van een andere longaandoening dan tuberculose. Het beddenhuis voor vrouwen biedt ook plaats aan een afdeling voor astmapatiënten, een ziekte waarvan recent is ontdekt dat er geen psychische, maar lichamelijke oorzaken aan ten grondslag liggen


  • Het Tuberculosecentrum Beatrixoord is het grootste tuberculose behandel- expertisecentrum van Nederland. Op het moment van opleveren behoort het tot de meest moderne tuberculosecentra ter wereld. Het gebouw is ontworpen en gebouwd voor de behandeling van tuberculosepatiënten met complexe problematiek. Alle voorzieningen zijn volledig afgestemd op die doelgroep. Technisch, hygiënisch en op het gebied van patiëntcomfort biedt de nieuwbouw veel nieuwe faciliteiten en mogelijkheden. Ook is aandacht besteed aan een prettige werkomgeving voor het personeel.

    De samenstelling van de patiëntenpopulatie is sterk veranderd in vergelijking met het verleden. Niet langer zijn de patiënten voornamelijk afkomstig uit een straal van honderd kilometer rond het sanatorium. De patiënten van nu komen voor een groot deel uit Afrika, het Midden- Oosten, de voormalige Sovjetrepublieken en (Zuidoost)- Azië. De gemengde herkomst van de patiënten vraagt om voorzieningen die ruimte bieden aan verschillende sociale en culturele achtergronden.