Op 13 december j.l. werd voor de 5e keer het symposium Longfalen bij COPD, het Gronings pallet gehouden en georganiseerd door het UMCG, samen met Chiesi en PulmoniX. Het was met 120 deelnemers en 20 sprekers/workshopleiders volledig uitverkocht. We zijn trots op het veelzijdige programma over de behandelopties voor patiënten met ernstig COPD en de vele positieve reacties die we ook dit jaar weer hebben gekregen. Het is duidelijk een aanvullende scholing voor zowel Longartsen en AIOS als ook Verpleegkundig specialisten, Physician Assistants en Longverpleegkundigen De 5 verschillende workshops konden door iedereen worden gevolgd en hadden de thema’s Longvolumereductie, Longrevalidatie, Non invasieve beademing, Longtransplantatie en er was een Longfalen MDO met casuïstiek waarbij deelnemers ingedeeld werden als experts en advies konden geven op basis van treatable traits . Voor wie er niet bij heeft kunnen dit jaar, is hieronder een samenvatting van de 4 plenaire lezingen.
Als eerste sprak Longarts Marlies van Dijk over de nieuwste ontwikkelingen in de behandeling van chronische refractaire dyspnoe bij COPD, een symptoom met grote impact op patiënten en hun naasten. Hoewel opioïden voor refractaire dyspnoe in de richtlijn ‘palliatieve zorg voor COPD’ staan, toonde een recente meta-analyse geen positief effect van langwerkende opioïden op dagelijkse kortademigheid (Smallwoord et al, ERR, ’24). Eveneens viel een RCT naar mirtazapine negatief uit (Higginson et al, Lancet Resp Med, ’24). Positiever nieuws was er over ademhalingstechnieken en een Nederlandse pilotstudie naar een poliklinische ‘breatlessness service’, die beiden wel een verbeterde kortademigheid en kwaliteit van lieten zien (Burge et al, ERR, ’24; Mooren et al, COPD, ‘22. De conclusie van de presentatie was daarom dat voor de behandeling van refractaire dyspnoe waarschijnlijk voornamelijk gefocust moet worden op niet-medicamenteuze opties.
Als tweede vertelde Longarts Dirk-Jan Slebos over de landelijke ontwikkelingen voor regionale MDO’s voor patiënten met ernstig COPD. Patiënten met ernstig COPD hebben ondanks alle basisbehandelingen die we hebben voor deze ziekte (Advanced care planning, stop roken, fysio, goede voeding, inhalatiemedicatie, etc) dagelijks blijvend zeer invaliderende klachten. Desondanks wordt er voor deze groep patiënten niet vaak een gepersonaliseerd behandelplan gemaakt zoals we wel gewend zijn te doen bij onze andere chronische longziekten als longkanker en longfibrose. Patiënten met een ernstig COPD kunnen afhankelijk van hun exacte fenotype en co-morbiditeit aanvullend succesvol behandeld worden met bijvoorbeeld een klinische longrevalidatie, longvolumereductie (bronchoscopisch of chirurgisch), niet-invasieve nachtelijke beademing of een longtransplantatie. Omdat het voor verwijzers niet eenvoudig is de juiste aanvullende behandeling te identificeren, zijn we bezig met het opzetten van een landelijk dekken netwerk van COPD-MDO’s, waarbij verwijzers laagdrempelig hun patiënten kunnen overleggen met expert-centra, waar deze kennis wel aanwezig is. Op deze manier worden de verwijzingen veel gerichter, kunnen patiënten laagdrempeliger besproken worden en is er waarschijnlijk ook een groot lokaal leereffect te verwachten van deze MDO’s.
Na de pauze hielden Huib Kerstjens en Maarten van den Berge een spetterend pro con over Biologicals bij ernstig COPD. Biologicals hebben in de behandeling van astma in korte tijd een belangrijke rol veroverd. Dat is tot nu toe wel voornamelijk toegespitst op T2 astma, bv o.b.v. eosinofilie. Ook bij COPD heeft tot een derde van de populatie eosinofilie. Het is logisch eosinofilie ook als treatable trait bij COPD te onderzoeken. Van de biological mepolizumab is al gesuggereerd dat het bij eos > 300 exacerbaties voorkomt. Een grote nieuwe studie loopt. Zeer hoopgevend zijn twee identieke studies met de IL4R-blocker Dupilumab. Daarin werd een 31% reductie gezien van matig/ernstige exacerbaties. Dupilumab heeft een plaats gekregen in de nieuwste GOLD richtlijn; er is EMA goedkeuring, de registratie procedure in NL loopt. Kortom, ook bij COPD gaan de biologicals doorbreken.
De laatste spreker was longarts David Koster van het BIC team. Hij besprak de nieuwe ontwikkelingen voor longvolumereductietherapie bij patienten met ernstig COPD.
De behandeling met ventielen kan een zeer effectieve behandeling zijn in patiënten met hyperinflatie en ernstig emfyseem, maar is slechts voor een beperkte groep patiënten beschikbaar, meestal doordat er door incomplete fissuren aanwezigheid is van collaterale ventilatie. Er is er een grote behoefte voor aanvullende behandelingen bij mensen met ernstig emfyseem, bij wie behandeling met ventielen niet mogelijk is. Hiervoor zijn verschillende opties die onderzocht worden in studieverband. Bij patiënten met een klein fissuurdefect wordt onderzocht of het mogelijk is om de aanwezigheid van collaterale ventilatie te converteren, door endobronchiaal AeriSeal toe te dienen. Als dit lukt, kunnen deze patiënten toch in aanmerking komen voor behandeling met ventielen. Huidige data laten zien dat dit in studieverband bij ongeveer 75% van de patiënten succesvol is.
Aanvullende alternatieve behandelingen zijn met name nog in studieverband. Behandeling met scleroserende middelen heeft als doel een ontstekingsreactie te geven in een gebied met ernstig emfyseem, wat longvolumereductie tot gevolg kan hebben. Dit is in het verleden getest met o.a. AeriSeal en stoom, binnenkort zal hiervoor ook een aanvullende behandeling met verwarmd water onderzocht worden.
Daarnaast zijn er nog behandelingen in ontwikkeling met devices, een soort stents, om het residuaal volume te verminderen door de collaps van de luchtwegen te beperken waardoor er meer lucht via de kleinere luchtwegen en de collaterale kanalen kan verdwijnen.