Het landelijke verhuisonderzoek (RELOCARE) kijkt naar de impact van verhuizen binnen de verpleeghuiszorg. Het onderzoek dat het UNO-UMCG hierbinnen uitvoert bestaat uit verschillende deelstudies, waaronder interviews, casestudies, dossieronderzoek en focusgroepen. De eerste deelstudie is bijna afgerond en er is een start gemaakt met de casestudies. In de casestudies worden zes bewoners voor, tijdens en na de verhuizing geobserveerd. Miranda Schreuder, promovendus bij het UNO-UMCG, geeft een update.
Het landelijke verhuisonderzoek (RELOCARE)

De eerste deelstudie bestond grotendeels uit interviews. Hoe verschillen de casestudies hiervan?

“In de eerste deelstudie hebben we diverse betrokkenen bevraagd over dezelfde verhuizing, om zo vanuit verschillende perspectieven en disciplines inzicht te krijgen in de impact van een verhuizing. Zo waren er gesprekken met bewoners, naasten, artsen, psychologen, geestelijk verzorgers en management. Tijdens de casestudies volgen we verspreid over vijf momenten één bewoner voor, tijdens en na de verhuizing. Voor een volledig beeld interviewen we tijdens het eerste en laatste observatiemoment zowel de bewoner, een naaste als een direct betrokken zorgmedewerker. In totaal volgen we zo zes bewoners van zowel individuele- als groepsverhuizingen.”

Hoe volg je als onderzoeker een verhuizing?

“Het is niet zo dat we tijdens de verhuizing met een lijst in de woonkamer staan te turven. We maken gebruik van zogeheten vrije observaties: we kijken en luisteren naar wat er gebeurt zonder vooraf opgesteld kader, maar wel met de onderzoeksvraag in gedachten. Tijdens de vijf observatiemomenten zijn we bij de bewoner in het verpleeghuis: eerst op de oude locatie en later op de nieuwe.”

Hoe is het voor jou als onderzoeker om bij een verhuizing aanwezig te zijn?

“Zelf ben ik ook regelmatig verhuisd waardoor ik weet wat voor life event het is. Ik vind het heel bijzonder om erbij te mogen zijn, zeker op de verhuisdag. De mensen durven je toe te laten in hun eigen vertrouwde omgeving. Tijdens sommige momenten waren bewoners in tranen. Ik zie dan dus ook van dichtbij de emoties die vrijkomen. Op zulke momenten ben ik er niet alleen als onderzoeker, maar ook als mens.”