Het proefproject Van Moeten naar Mogen verkent hoe zorgteams de dubbele medicatiecontrole op een veilige manier kunnen loslaten en wat dit vraagt van de praktijk. Treant is een van de vijf aangesloten organisaties die aan dit proefproject meedoet. Wijkverpleegkundige en projectleider Sharina Huizing vertelt hoe zij dit in de praktijk aanpakken en wat teams nodig hebben om deze verandering in werkwijze te realiseren.

Wat maakte jou enthousiast over dit project?

“Het onderwerp raakt mij als professional. Je merkt dat er steeds minder zorgpersoneel is en steeds minder tijd voor cliënten. En dan zie je hoe de dubbele medicatiecontrole in de praktijk vaak als een wassen neus wordt ervaren. Je staat iemand te douchen en dan belt een collega van twee hoog, helemaal aan de andere kant van het gebouw, of je even wilt komen dubbelchecken. Terwijl je als verpleegkundige bent opgeleid om de medicatiecontrole prima zelfstandig te kunnen doen. Hoe mooi is het als je als verpleegkundige weer in je kracht wordt gezet en je daarmee ook nog het personeelstekort een beetje kunt indammen? Als startende projectleider vond ik het heel fijn dat het project vooraf vanuit het UNO-UMCG al in een soort malletje gegoten is: dit gaan we doen, dit kun je verwachten en hier moet je op sturen. Tegelijkertijd had ik als projectleider wel de vrijheid om er mijn eigen invulling aan te geven.”


Wat heeft een team in de praktijk nodig om deze stap te kunnen zetten?

“Het begint bij rugdekking van de organisatie. In de voorbereidende sessies hebben we dit heel expliciet besproken: de organisatie staat erachter en heeft gekozen voor deze nieuwe werkwijze. Als er iets misgaat, volgen we gewoon het reguliere meldingsproces. Er wordt niet met een vingertje gewezen. Die zekerheid moet er zijn.”

Draagvlak
“Daarnaast is draagvlak creëren binnen het team belangrijk. Dat heb ik duidelijk gezien in het verschil tussen de teams. Bij het ene team kon iedereen aansluiten bij de voorbereidende sessies, terwijl bij de andere teams alleen het personeel dat op dat moment aan het werk was aansloot. Dat resulteerde erin dat er bij één sessie maar drie deelnemers waren, verdeeld over twee teams. Als niet iedereen erbij is, kun je de verandering niet met elkaar bespreken en zonder dat gesprek ontstaat er minder draagvlak. Dat merkte je ook: in teams waar slechts weinig teamleden bij de voorbereidende sessies waren geweest, waren collega’s wat terughoudender. Die spanning zat hem vooral in: dan ben ik er zelf verantwoordelijk voor. Wie dekt mij dan als ik een fout maak?”

Teamcultuur
“De teamcultuur bespreken is ook belangrijk. We hebben veel gestuurd op een sterke vertrouwensbasis binnen de teams: kunnen jullie bij elkaar terecht als je twijfelt? Durf je te zeggen dat je slecht hebt geslapen of je niet lekker in je vel zit? Want je mag altijd nog een collega vragen om te dubbelchecken, ook als dat niet meer verplicht is.”

Kartrekkers
“De kartrekkers spelen een belangrijke rol bij dit project. Bij ons zijn dat regieverpleegkundigen. Zij zijn vanaf de start aangehaakt en helpen collega’s om de dubbele medicatiecontrole los te laten, het gesprek daarover te voeren in het team en steeds te benadrukken dat je elkaar mag blijven vragen om mee te kijken als je twijfelt.”