Hoe gaan Duitse en Nederlandse verpleeghuizen om met bewegingsvrijheid voor bewoners met vergevorderde dementie? Wat zijn de verschillen? En welke overeenkomsten zijn er? En hoe kunnen we leren van elkaar? Dat zijn vragen waarop Duitse en Nederlandse onderzoekers van het crossborderonderzoek, een vergelijkend onderzoek tussen de Nederlandse en Duitse verpleeghuiszorg, samen antwoord proberen te vinden. Aurelija Dagilyte-Drevel is een van de onderzoekers die het onderzoek uitvoert. We vroegen haar hoe het vergelijkend onderzoek tot nu toe verloopt.

Wordt het deurenbeleid in Duitsland anders ervaren dan in Nederland?

“In zowel Duitsland als Nederland zorgt het vraagstuk of en in hoeverre bewoners met dementie voldoende veilig mogen gaan en staan waar zij willen voor uitdagingen bij zorgmedewerkers en naasten, waarbij soms gekozen wordt voor een gesloten deur. Wij zijn nog volop bezig om alle uitdagingen en spanningen die we in dit onderzoek in de verpleeghuizen signaleren in kaart te brengen en te vergelijken, zodat we van elkaar kunnen leren. Het is nu nog te vroeg om eventuele specifieke verschillen in ervaren uitdagingen en spanningen tussen Duitse en Nederlandse zorgmedewerkers en naasten te benoemen.”

Zijn de betrokken verpleeghuizen allemaal even ver in het proces van de deuren openen?

“Alle locaties die we tot nu toe in Nederland hebben bezocht zijn bezig met het deurenbeleid. Maar ze bevinden zich wel allemaal in verschillende stadia van het proces om de deuren open te zetten. In Duitsland zijn we nog maar net begonnen en zien we ook dat de ene locatie meer bewegingsruimte toestaat voor bewoners dan andere locaties.” 

Heb je al positieve ontwikkelingen ervaren van het deurenbeleid?

“In Nederland dwingt de Wet zorg en dwang verpleeghuizen ertoe, na te denken over alternatieven voor gesloten deuren. Het is mooi om te zien dat alternatieven, zoals beweegruimtes in het verpleeghuis vergroten, of het creëren van aandachtspunten zoals een café, tuin, kapper, of een klein winkeltje waar je koekjes kan kopen, behoorlijk succesvol lijken te zijn in het verbeteren van de levenskwaliteit en het welzijn van hun bewoners. Kleine dingen, die bewoners blijer en meer tevreden lijken te maken. Een van de betrokken verpleeghuizen deelt het gebouw en de tuin met een buitenschoolse opvang en peuterspeelzaal. Zij organiseren af en toe een gezamenlijk activiteit. Dit brengt leven in het verpleeghuis. Het nadenken en inzetten van alternatieven kan ook aanzetten tot een positieve benaming en benadering van dagelijkse uitdagingen. In een van de betrokken verpleeghuizen bijvoorbeeld noemen zorgmedewerkers bewoners die regelmatig een poging doen om het verpleeghuis te ontglippen ‘avonturiers’. Het lijkt erop, dat het opendeurenbeleid het idee dat ouderenzorg meer is dan alleen voeding, wassen en medicatie versterkt. En dat ouderenzorg ook elementen zoals plezier hebben, verveling voorkomen, aandacht hebben voor de bewoners omvat.”

Bij het opendeurenbeleid denk je al snel aan het gevaar bewoners uit het oog te verliezen, en buiten ronddwalende bewoners. Hoe ervaren bewoners zelf de open deuren? En zijn er nog andere gevaren die bij een opendeurenbeleid om de hoek kijken?

“Wat we tijdens het onderzoek ontdekten is, dat er ook bewoners zijn die open deuren spannend vinden. Sommige bewoners zijn bang om alleen naar buiten te gaan en te verdwalen. Dat vraagt weer om een andere benadering van de zorgmedewerkers en levert weer nieuwe uitdagingen op: hoe zorg je bijvoorbeeld voor voldoende begeleiding? Daarnaast maken open deuren verpleeghuisbewoners kwetsbaarder voor gevaren van de buitenaf. Mensen die niets te zoeken hebben in het verpleeghuis kunnen makkelijker binnen komen. Hangjongeren bijvoorbeeld, die hierdoor een gratis toilet ontdekt hebben, of mensen die het voorzien hebben op de bezittingen van bewoners.”