Joost Keers start op 15 maart als netwerkmanager van het UNO-UMCG. Hij volgt Katy van Hasselt op, die binnenkort met pensioen gaat. Als netwerkmanager is Joost vooral op bestuurlijk niveau één van de schakels tussen het UMCG en de negentien aangesloten ouderenzorgorganisaties. Daarnaast vertegenwoordigt hij het UNO UMCG in diverse regionale en landelijke samenwerkingsverbanden. Hij heeft een brede achtergrond in onderzoek en samenwerking met zorgorganisaties. Dat past goed bij zijn opdracht: het netwerk verbinden en versterken, zodat inzichten uit onderzoek hun weg vinden naar de praktijk en daar de zorg aan ouderen ondersteunen en verder verbeteren. We spraken Joost over zijn plannen om het netwerk te versterken.

 

"Goed onderzoek begint in de praktijk"

Wat neem je mee naar het UNO UMCG?

“Een sterke basis in onderzoek. Van huis uit heb ik een analytische blik meegekregen. Ik ben opgeleid als psycholoog en wetenschapper en in 2004 in het UMCG gepromoveerd. Daarna heb ik promotieonderzoekers begeleid en veel onderzoek georganiseerd, inclusief randvoorwaarden zoals medisch-ethische toetsing en begrotingen. Veel onderzoekservaring deed ik ook op in het Martini Ziekenhuis, waar ik het wetenschapsbureau van het Wetenschappelijk Instituut heb opgezet en opgebouwd. Wat ik ook meeneem, is een brede ervaring in het verbinden van onderzoek en praktijk. Dat loopt als een rode draad door mijn loopbaan.”

Waarin ligt je kracht?

“Ik denk vooral in het verbinden van onderzoek en praktijk. Tijdens mijn promotieonderzoek was ik veel op locatie om cliënten te spreken en hun ervaringen mee te nemen in onderzoek. Tijdens mijn werk in het Martini Ziekenhuis speelde steeds de vraag hoe je onderzoek goed naast de dagelijkse zorg positioneert én het met die zorg verbindt, terwijl de zorg altijd voorop staat. In mijn vorige functie bij een farmaceutisch bedrijf was ik contactpersoon voor patiëntenorganisaties; ik sprak veel patiënten of hoorde hun verhalen van hun vertegenwoordigers. Daarnaast ben ik toezichthouder bij de RIBW-Overijssel; vanuit die rol bezoek ik regelmatig locaties om met cliënten en zorgverleners in gesprek te gaan.”

Waarom vind je de verbinding tussen onderzoek en praktijk belangrijk?

“Voor mij ontstaat goed onderzoek alleen als je de praktijk kent. Om de juiste vragen te kunnen onderzoeken, moet je in die praktijk rondlopen en met mensen in gesprek gaan. Dan spreek je bijvoorbeeld zorgprofessionals die zich afvragen: ‘Waarom doe ik dit nu?’ of: ‘Kan dit beter?’ En je spreekt cliënten of hun vertegenwoordigers die vertellen wat voor hen belangrijk is of waar zij tegenaan lopen. Kritische nieuwsgierigheid ontstaat niet als je op kantoor blijft zitten. Bij mij groeide de nieuwsgierigheid naar de ouderenzorg toen mijn ouders meer zorg nodig hadden. Dat maakte me benieuwd naar wat goed ouder worden vraagt en hoe zorgverleners daarin samenwerken. Door de juiste vragen te stellen en te onderzoeken, kom je tot resultaten die zorgorganisaties echt kunnen ondersteunen. Juist die wisselwerking van onderzoek dat de praktijk ondersteunt en de praktijk die onderzoek voedt, maakt het netwerk sterker.”

Hoe ga je het netwerk versterken?

“Ik geloof dat een netwerk sterk wordt wanneer onderzoek en praktijk gelijkwaardig optrekken en beide partijen ervaren dat het hen iets waardevols oplevert. Een sterk netwerk werkt twee kanten op. Onderzoekers krijgen zicht op vragen die écht leven in de praktijk. Zorgorganisaties en professionals krijgen inzichten en aanbevelingen die aansluiten bij hun dagelijkse werk en die hun werk ondersteunen, efficiënter maken en de kwaliteit ervan verbeteren. Ook door gedurende het hele onderzoekstraject aandacht te besteden aan de implementatie en niet pas aan het eind, ervaren zorgorganisaties de meerwaarde van het netwerk. Daarnaast versterkt het ‘vieren’ van successen en leren van elkaars ervaringen, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse UNO-dagen, het netwerk. Om het netwerk op die manier te kunnen versterken moet ik het UNO-UMCG eerst goed leren kennen. Dat begint voor mij bij geplande bijeenkomsten en bezoeken, zoals de jaarlijkse UNO-dagen, cliëntenpanelbijeenkomsten en de jaarlijkse evaluaties met bestuurders en praktijkvertegenwoordigers. Daarnaast wil ik op een aantal locaties meelopen en in gesprek gaan met verschillende zorgverleners, afhankelijk van de projecten en thema’s die daar spelen. Door echt mee te kijken op de werkvloer krijg ik zicht op wat er speelt binnen een organisatie, in het netwerk en in de ouderenzorg. Dat maakt gesprekken met bestuurders inhoudelijk sterker: niet alleen theorie, maar ook zicht op de werkvloer en het primaire proces.

“Ik kijk ernaar uit om organisaties van dichtbij te leren kennen en samen onderzoek te laten landen in de praktijk.”
 

Joost Keers in het kort

Achtergrond
•    Psycholoog & wetenschapper
•    Promotie UMCG (2004) – Diabetes en zelfmanagement
•    Postdoc-onderzoeker en wetenschappelijk medewerker Lifelines
•    Martiniziekenhuis, hoofd Wetenschappelijk Instituut
•    Naast zijn huidige functie toezichthouder bij de RIBW-Overijssel, een organisatie voor beschermd en begeleid wonen voor (jong)volwassenen met een psychische kwetsbaarheid.

Gezin
Woont samen met zijn vrouw en hun drie dochters

Vrije tijd
Racefietsen, cartoons tekenen, klussen in en rond het huis, lekker eropuit met zijn gezin

Motto
“Goed onderzoek begint in de praktijk.”