Els is verzorgende in de ouderenzorg. Steeds vaker ligt ze wakker van haar werk. Ze heeft last van het gevoel dat ze bewoners niet de zorg kan bieden die ze hen zou willen geven, en dat ze steeds vaker moet kiezen tussen twee kwaden. Soms weet ze niet meer wat het goede is om te doen. Ze voelt zich gespannen, onzeker, gefrustreerd en gestrest. Kortom: Els heeft morele stress.

Veel zorgverleners hebben morele stress. In september 2023 startte het Universitair Netwerk Ouderenzorg UMCG (UNO-UMCG) het onderzoek Morele stress bij zorgverleners. Dit is een onderzoek in opdracht van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE), een organisatie die zorgteams helpt en ondersteunt bij vastlopende situaties in de zorgsector. Het onderzoek brengt in kaart waardoor zorgverleners morele stress krijgen, wat dit met hen doet en hoe zij er beter mee kunnen omgaan. UNO-UMCG onderzoeker Floor Vinckers voert het onderzoek uit. Wij stelden haar vier vragen.

Voor dit onderzoek begon was je onderzoekmedewerker. Waarom wilde je onderzoeker geworden?

“Het welzijn van zorgverleners vind ik een belangrijk onderwerp, en dit is ook een thema dat telkens in mijn loopbaan terugkomt. Ik ben teamleider geweest voor doktersassistenten bij de prikpoli van het UMCG en bij de doktersdienst in Groningen. De laatste jaren ondersteunde ik als onderzoekmedewerker van het UNO-UMCG bij diverse onderzoeken binnen het thema Zorgethiek, bijvoorbeeld het onderzoek Familieparticipatie. Ik hielp onder andere mee met het afnemen van interviews en het analyseren van gegevens. Wat ik mooi vind aan onderzoek doen is het leggen van verbanden en ontdekken van patronen in de informatie die je ophaalt. En op deze manier het antwoord vinden op de onderzoeksvraag. Als onderzoekmedewerker deed ik geen literatuuronderzoek, en schreef ik geen artikel. Dat doe ik nu als onderzoeker wel. Dat vind ik een mooie aanvulling en uitdaging. Ik wil vooral mezelf bewijzen dat ik dit ook kan.” 

Je maakt voor dit onderzoek gebruik van informatie uit casuïstiek van CCE, dat zorgverleners en zorgteams ondersteunt in vastgelopen situaties. Kun je een voorbeeld geven van een vastgelopen situatie in de ouderenzorg die morele stress kan veroorzaken bij zorgverleners?

“Stel er is een mevrouw op je afdeling die heel angstig is en voortdurend huilt. Alleen als jij of een van je collega’s naast haar zit wordt ze rustig, en kan ze zelfs gezellig meedoen met de rest. Maar zit ze alleen in haar stoel, dan huilt ze voortdurend. Je vindt het belangrijk dat zij een goede dag heeft, maar er kan niet de hele dag iemand naast haar zitten. Samen met je team heb je van alles geprobeerd om mevrouw rustiger en minder angstig te krijgen. Maar helaas, niets helpt en je zit met je handen in het haar. Een ander voorbeeld is een familie die niet wil dat hun moeder kalmerende pillen krijgt, terwijl de zorgmedewerkers mevrouw zonder kalmerende medicatie niet goed kunnen wassen en zich onveilig voelen vanwege haar agressieve gedrag. Die tweestrijd kan begrijpelijk leiden tot gevoelens van onmacht, te kort schieten en falen.”

Je interviewde CCE-medewerkers - coördinatoren en consulenten - en behandelaren zoals een GZ-psycholoog en gedragstherapeut, die betrokken zijn bij vastgelopen situaties. De CCE-medewerkers begeleiden zorgverleners in de Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg, maar ook in de gehandicaptensector, jeugdsector en ggz. Zien zij verschillen in morele stress bij zorgverleners per zorgsector: in de oorzaken, wat het doet met zorgverleners en hoe zij ermee omgaan?

“Nee, eigenlijk niet. Zij zien in alle zorgsectoren morele stress bij de zorgverleners. Dit maakt per zorgsector geen verschil. De term ‘morele stress’ is volgens hen bij verpleegkundigen, verzorgenden en teamleiders in alle zorgsectoren wel minder bekend dan bij bijvoorbeeld psychologen en gedragstherapeuten. Vraag je aan verzorgenden en verpleegkundigen of zij morele stress hebben, dan krijg je dus waarschijnlijk vaak een ander antwoord dan wanneer je aan hen vraagt of ze door hun werk regelmatig met hun handen in het haar zitten of vaak spanning en stress voelen. 

Ook in de oorzaken zien de geïnterviewden geen verschillen. Als mogelijk belangrijkste oorzaak van morele stress bij zorgverleners in alle zorgsectoren komt uit de interviews naar voren: te weinig tijd hebben voor bewoners of cliënten, omdat de zorgverleners ook voor familie en voor collega’s tijd moeten en willen vrijmaken. Deze tijdsdruk neemt alleen maar toe door oplopende personeelstekorten, en doordat organisaties steeds meer administratieve taken neerleggen bij hun zorgverleners. Voor veel zorgverleners is het uitvoeren van administratieve taken een vak apart. Het kost hen veel tijd en energie. In de zorg werken mensen die verbinding en contact willen hebben met cliënten. En die ervoor willen zorgen dat iemand een goede dag heeft, of zoveel mogelijk zelfstandigheid behoudt. Om dus toch nog enigszins een goed gevoel over te houden aan hun werkdag, en even tijd te hebben voor cliënten, werken sommige zorgverleners zelfs extra lang door. 

In de ouderenzorg komt morele stress bij zorgverleners op dezelfde manier tot uiting als in de gehele zorgsector: boosheid, frustratie, spanning of uiteindelijk toch maar gewoon doorzwoegen. Vaak zoeken zorgverleners steun bij hun manager, maar voelen ze die niet. Maar die manager kan vanwege personeelstekorten zelf ook met de handen in het haar zitten. Praten met collega’s wordt in de interviews veel genoemd als middel tegen oplopende frustraties, spanning en stress. En soms lucht even goed huilen ook op. Zorgverleners in alle zorgsectoren kunnen door morele stress burn-out klachten krijgen en langdurig ziek worden. Ook zien de geïnterviewden dat veel zorgverleners zzp'er worden. Dit is waarschijnlijk ook omdat ze het idee hebben dat ze dan iets meer afstand kunnen nemen van de cliënt. Anderen zoeken zelfs een baan buiten de zorgsector.”

Wat is de volgende stap in je onderzoek?

“Vanaf nu volg ik een aantal vastgelopen situaties. En ben ik betrokken en aanwezig bij gesprekken tussen de CCE-consulenten en de zorgverleners die zij al langere tijd begeleiden. Ook ga ik bijvoorbeeld verpleegkundigen, verzorgenden en teammanagers interviewen. Zij zijn uiteindelijk de doelgroep waar dit onderzoek om draait. Eerder heb ik de CCE-coördinatoren en -consulenten horen vertellen over morele stress bij de zorgverleners. Nu wil ik van de zorgverleners op de werkvloer zelf horen hoe zij denken over morele stress, wat zij als oorzaken hiervan zien, hoe zij ermee omgaan en welke mogelijkheden zij zien om hiermee beter om te gaan.”

Tijdens de volgende fase van het onderzoek Morele Stress deelt Floor regelmatig korte updates, inzichten, vragen en andere dingen die haar opvallen tijdens het onderzoek. Houd hiervoor de nieuwsbrief van het UNO-UMCG en de LinkedIn pagina’s van UNO-UMCG en CCE in de gaten!
 

Meer weten over het onderzoek Morele stress bij zorgverleners? Klik hier