Toen Rinske Bults, psycholoog en projectleider bij Zonnehuisgroep Noord, de oproep voor het BRAVE-implementatieproject zag voorbijkomen, was ze meteen enthousiast. Haar interesse werd gewekt door een statistiek die haar verraste: een delier blijkt onder verpleeghuisbewoners veel vaker voor te komen dan ze dacht. “Dan missen we dus een deel van de delieren.” Ze besprak haar idee om deel te nemen aan het onderzoek met de physician assistant en de teammanager van de eerste etage van Zonnehuis Wiemersheerd, die direct enthousiast reageerden. In dit interview vertelt Rinske wat de BRAVE-methode haar team heeft opgeleverd.

Wat heeft de BRAVE-teamtraining jou en het team geleerd over delier?

“Vóór de training lette ik vooral op de klassieke symptomen van delier: hallucinaties, wanen en echte onrust. Maar bijvoorbeeld een stil delier, waarbij iemand juist apathisch en teruggetrokken is in plaats van onrustig, zijn we geneigd over het hoofd te zien. Datzelfde geldt voor plotseling veranderd gedrag: dat doe je toch vaak af als iemand die weer wat achteruitgaat in de dementie. En ik was me er ook niet heel erg van bewust dat slaapproblemen kenmerkend zijn voor een delier.

Wat me ook van de training is bijgebleven, is dat als zorgmedewerkers of familieleden zeggen dat een bewoner anders is dan anders, je daar echt op moet afgaan. Dat is vaak een delier. Daisy Quispel, de delierexpert die de scholing begeleidde, brengt met veel enthousiasme en passie over hoe belangrijk het herkennen van symptomen van een delier is. Ook het ‘idee van de emmer die overloopt’ was een eye-opener, vooral voor de physician assistant: een bewoner krijgt lang bepaalde medicatie, er komt iets bij, en die combinatie kan ervoor zorgen dat de bewoner in een delier raakt. We hebben echt allemaal wat van de training opgestoken.”


De BRAVE-training in Loppersum

"Een delier is niet onschuldig"

Vaak zijn mensen niet meer helemaal de oude na een delier. Hoe langer het duurt, hoe groter de schade. Dat wil je zoveel mogelijk voorkomen. Er kan ook een lichamelijke oorzaak achter een delier zitten die uit de hand loopt als je het te lang niet opmerkt. Als we de onderliggende oorzaak behandelen, stel dat iemand een urineweginfectie blijkt te hebben, hoop je dat het delier ook verdwijnt.

Traumatisch

Een delier kan ook traumatisch zijn. Ik heb eens een mevrouw gesproken die zelf een delier heeft meegemaakt en daar nog heel veel van wist. In haar delier kwamen mensen op haar kamer die haar hebben verkracht en mishandeld. Ze wist ergens dat het niet echt kon zijn gebeurd, maar het voelde zo echt voor haar. Ze moest er nog heel vaak aan terugdenken. Dat gun je niemand. Niet iedereen ervaart een delier zo beangstigend. Er was ook een bewoner die steeds slakken op de ramen zag en dat wel grappig vond. Maar een delier doet altijd iets met het brein. Het laat altijd zijn sporen na, dus je wilt het wel zo snel mogelijk herkennen en behandelen.

Herkennen maakt minder machteloos

Snel herkennen geeft ook richting aan het team. Als het een naam krijgt, maakt dat wat minder machteloos. Zorgmedewerkers weten waar zij op moeten letten en hoe zij de bewoner moeten benaderen. Ook voor familieleden biedt dit duidelijkheid. Bij een delier kunnen zorgmedewerkers vaak duidelijk uitleggen dat het om een tijdelijke situatie gaat: ‘Uw moeder heeft een delier en is daardoor in de war en onrustig.’ Die uitleg helpt familie om het gedrag beter te begrijpen. Dat helpt familie om betrokken te blijven, bijvoorbeeld door vaker op bezoek te komen en hun dierbare gerust te stellen.

Hoe zorgt de BRAVE-methode ervoor dat een vermoeden van delier sneller wordt opgepikt?

"Door de BRAVE-methode wordt er gericht geobserveerd, worden signalen eerder gedeeld met elkaar en met andere disciplines, en daardoor kunnen wij er ook eerder actie op ondernemen. Voorheen rapporteerde de zorg niet zo gestructureerd uit zichzelf over vermoedens van delier. Er werd bijvoorbeeld wel eens gezegd dat meneer wat verward leek, maar dat bereikte mij of mijn collega’s lang niet altijd direct.

Zorgmedewerkers hebben nu een signaleringskaart op de zorgpost liggen met de belangrijkste symptomen van delier. Als zij een vermoeden hebben van een delier, doen ze zowel naar mij als naar de physician assistant een berichtje. Die doet lichamelijk onderzoek en kijkt naar een mogelijke onderliggende oorzaak. Ik ga bij die bewoner langs en neem met behulp van de DRS, een gestructureerde observatielijst die bij de BRAVE-methode hoort, de aandacht, stemming, het slaappatroon en het gedrag door. Die bespreek ik daarna samen met de physician assistant. De samenwerking met zorgmedewerkers is onmisbaar. Zorgmedewerkers zien iemand van dag tot dag en van uur tot uur. Zonder hun constante observaties kan ik het simpelweg niet spotten. Ik merk dat zorgmedewerkers nu zelf steeds meer komen met: ‘zou het een delier kunnen zijn?’”

Hoe houd je die alertheid op delier vast?

"De gedragsvisite, waarbij we om de week met de arts of physician assistant, de psycholoog en de zorg het gedrag van bewoners doorspreken, is wat mij betreft een goed moment om delier als vast aandachtspunt te houden. Promotieonderzoeker Karin van Os en delier-expert Daisy Quispel sloten daarbij ook een paar keer aan. Zij zijn dan extra alert, bijvoorbeeld: ‘Ik hoor jullie dit en dit benoemen, hebben jullie al aan een delier gedacht?’ Dat helpt ons scherp te blijven. Maar ik denk ook bijvoorbeeld aan het aanstellen van aandachtsfunctionarissen per etage, verzorgenden of verpleegkundigen die zich daar verantwoordelijk voor voelen. En het jaarlijks terugkomen op het thema delier bij een werkoverleg: is iedereen nog alert op wat we toen hebben geleerd? Als mensen zich er verantwoordelijk voor voelen, houd je het warm. Die posters en signaleringskaarten: daar kijk je op een gegeven moment toch ook weer overheen.”