Inmiddels zijn ze bezig met het zestigste cliëntendossier. De twee zesdejaars studenten geneeskunde Angelique Helmerhorst en Mariëlle Knol werken mee aan het dossieronderzoek ‘Zo nodig’-gebruik van psychofarmaca bij verpleeghuisbewoners met dementie. Een onderzoek dat het voorschrijven en gebruik van ‘zo nodig’-medicatie in verpleeghuizen vergelijkt met de Nederlandse richtlijnen en adviezen voor deze medicatie. De richtlijnen raden aan om terughoudend te zijn met ‘zo nodig’-medicatie. Wat zijn de bevindingen van Angelique en Mariëlle met het onderzoek tot nu toe? 

Wat betekent ‘zo nodig’-medicatie?  

Angelique: “‘Zo nodig’ betekent dat deze medicatie alleen wordt gegeven als de zorgmedewerker denkt dat het noodzakelijk is. Bijvoorbeeld bij probleemgedrag dat zo uit de hand dreigt te lopen, dat er gevaar dreigt voor de bewoner zelf of voor anderen. Of wanneer er noodzakelijke zorghandelingen moeten worden uitgevoerd.” 

Hoe zijn jullie bij dit onderzoek betrokken geraakt?  

Mariëlle: “In het zesde studiejaar geneeskunde wordt verwacht dat je een half jaar onderzoek doet. Ik heb gekozen voor een onderzoeksstage in de ouderengeneeskunde, omdat ouderengeneeskunde  breed en multidisciplinair is. In het verleden heb ik als verpleegkundige met geriatrische patiënten gewerkt. Ik herken vanuit de praktijk bepaald probleemgedrag en de medicatie die daarvoor voorgeschreven wordt. En dossieronderzoek past bij mij, omdat ik ervan houd om ergens flink in te duiken en me ergens in vast te bijten.”   

                                                                           links Angelique Helmerhorst, rechts Mariëlle Knol 

Angelique: “Voor mij geldt ook dat ik de ouderengeneeskunde een warm hart toedraag. Het onderzoek riep bij mij ook direct herinneringen op. Ik had een bijbaan als woonzorgassistent op een PG-afdeling. Ik heb me toen vaak afgevraagd; helpt dat pilletje eigenlijk wel? Helpt het de bewoner en lost het pilletje het probleemgedrag op?”   

Hoe hebben jullie je voorbereid op het onderzoek?  

Mariëlle: “We hebben eerst literatuuronderzoek gedaan over psychofarmaca en probleemgedrag. Hierbij zijn we op zoek gegaan naar voorbeelden waarbij goede resultaten worden behaald in de behandeling van probleemgedrag met behulp van psychofarmaca.”   

Angelique: “Het viel ons op, dat het aantal studies over dit thema vrij beperkt is.”   

Hoe komen jullie aan de medische dossiers?  

Angelique: de dossiers zijn afkomstig van Carintreggeland, een van de aangesloten UNO-UMCG zorgorganisaties.   

Hoe voeren jullie dit dossieronderzoek uit?  

Mariëlle: “We lezen ieder dossier grondig door. Een dossier bestaat onder ander uit: de rapportage van de verpleeghuisarts, psycholoog, dagelijkse rapportage van verzorgenden en verpleegkundigen en een medicatielijst. Per dossier bekijken we of er psychofarmaca zijn toegediend aan de bewoner. En zo ja, wat hiervoor de aanleiding was en welke interventies er eventueel aan zijn voorafgegaan. Meestal heeft een verpleeghuisbewoner een psychosociaal plan: een plan van aanpak voor hoe te handelen bij probleemgedrag. In dit plan staat bijvoorbeeld dat je, voordat je ’zo nodig’ medicatie toedient, eerst andere interventies moet proberen. Of dat je juist al in een vroeg stadium de medicatie moet geven.”   

Hoelang zijn jullie met een dossier bezig?  

Mariëlle: “Dat verschilt per dossier. Soms twee uur en soms een hele dag.”   

Angelique: “Bij elke toediening bekijk je wat de aanleiding was. Als er dus vaker ‘zo nodig’ medicatie is toegediend, ben je ook langer met een dossier bezig. Het maakt ook groot verschil of een dossier correct en nauwkeurig is bijgehouden en compleet is. Om goed te kunnen beoordelen of er in overeenstemming met de richtlijnen is gehandeld, is het belangrijk dat de situatie goed is uitgeschreven, dat het probleemgedrag concreet is omschreven en het dossier compleet is. Wij kennen de situatie in de praktijk niet en moeten onze bevindingen uit de geschreven tekst halen. Onze bevindingen verzamelen we in een speciaal datasysteem.”  

Hoe houd je jezelf bij de les met al die dossiers?  

Angelique: “Ik neem iedere keer bewust even een korte pauze tussendoor. En heb ervaren dat drie dossiers toch echt wel het maximum is op een dag.”   

Mariëlle: “Een moeilijk dossier parkeer ik uiteindelijk vaak even, dan pak ik eerst even een ander dossier erbij en pak het moeilijke dossier later weer op.”  

 Stel, je hebt te maken met onduidelijkheden in een dossier? Doen jullie dan navraag bij het behandelend team of de behandelend arts?  

Angelique: “Nee, de informatie gaat over twee jaar geleden. De kans is klein dat de behandelend arts nog precies weet wat er is gebeurd. Onduidelijkheden bespreken we met onze begeleider en hoofdonderzoeker Esther de Haas en specialist ouderengeneeskunde Dick Rijksen. Hij is werkzaam bij Carintreggeland, de zorgorganisatie waar ook de dossiers van afkomstig zijn, en werkt ook mee aan dit onderzoek."  

Hebben jullie al enig idee of de praktijk met de richtlijnen overeenkomt?  

Mariëlle: “Voor conclusies is het nu nog veel te vroeg. Alle data moet eerst nog geanalyseerd worden. In totaal worden er driehonderd dossiers doorgenomen. Eind juni hopen wij onze onderzoeksstage af te ronden met honderdvijftig dossiers. Daarna dragen wij het stokje weer over aan iemand anders."

Meer over dit onderzoek? 'Zo nodig' - gebruik van psychofarmaca bij verpleeghuisbewoners met dementie of stuur een mail naar Esther de Haas, onderzoeker-epidemioloog UMCG

Dit artikel is eerder verschenen in het Publieksjaarverslag 2022: Kennis Maken. Nieuwsgierig naar meer? Klik hier voor het volledige publieksjaarverslag.