De huisarts kan patiënten verwijzen naar een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) maar bestaande GLI’s sluiten onvoldoende aan op de behoeftes van mensen met depressie of sluiten hen zelfs uit. Daarom hebben de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde en Langdurige Zorg van het UMCG en GGZ Drenthe samen de GLI-LEEF ontworpen: de basis is de erkende Coaching on Lifestyle (CooL) interventie, aangevuld met innovaties waardoor de GLI geschikt wordt voor patiënten met depressie die moeite hebben met initiatief en zelfregie. GLI-LEEF wordt gepersonaliseerd aan de hand van specifieke leefstijlproblemen bij een patiënt.
In het LIVES-GP-project onderzoeken we, met subsidie van de provincie Drenthe, de implementatie van GLI-LEEF op zowel kwalitatieve als kwantitatieve wijze’, vertellen Jolien Panjer, huisarts in opleiding tot onderzoeker, en onderzoeksassistent Patrick Brink.
Kwalitatief onderzoek
In het kwalitatieve onderzoek werd het draagvlak onderzocht voor een leefstijlinterventie als onderdeel van de behandeling van depressie binnen de huisartspraktijk. Hiervoor werden mede via het AHON in totaal 5 huisartsen, 6 POH-GGZ, 5 POH-somatiek, 5 leefstijlcoaches en 7 patiënten geïnterviewd. Na analyse van de interviews zijn de resultaten gevalideerd middels een focusgroep.
Thema’s
Uit de interviews en focusgroep kwamen vijf thema’s naar voren: verwachtingen van effectiviteit, motivatie, stigma, logistiek, en communicatie door professionals.
Verwachtingen van effectiviteit
Deelnemers gaven allemaal aan dat hoge verwachtingen over de effectiviteit een belangrijk facilitator kan zijn voor het draagvlak van de leefstijlinterventie. De meeste huisartsen en praktijkondersteuners hadden een hoge verwachting dat de interventie specifiek depressieve klachten kon verminderen, gebaseerd op basis van klinische ervaring met leefstijlverandering. Patiënten en leefstijlcoaches deelden deze verwachtingen.
Motivatie
Respondenten gaven aan dat motivatie zowel een barrière als een facilitator kan vormen voor deelname aan een GLI. Verminderde motivatie door depressieve klachten kan deelname belemmeren, maar het programma kan juist ook motiveren, vooral door de stimulans tot extra lichaamsbeweging. Sommige patiënten gaven aan dat een leefstijlinterventie voor henzelf weinig nieuwe informatie zou opleveren, maar dat deze mogelijk wel van nut kan zijn voor andere patiënten met een depressie. Zowel professionals als patiënten noemden steun uit het sociale netwerk, zoals van een partner, als belangrijke motivator. Verder zou het deelnemen aan GLI-LEEF in een groepssetting motiverend kunnen werken doordat anderen hen aanmoedigen en ondersteunen.
Stigma
Voornamelijk de zorgprofessionals gaven aan dat een GLI die specifiek bedoeld is voor patiënten met depressie een stigmatiserende werking zou kunnen hebben, en dat dit hierdoor een barrière voor deelname creëert.
Logistiek
Huisartsen beschouwden een leefstijlinterventie als een waardevolle eerste behandelingsoptie voor depressie, voorafgaand aan een verwijzing naar de geestelijke gezondheidszorg, mede gezien de lange wachtlijsten voor geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Barrières die door de zorgprofessionals werden genoemd voor deelname aan de GLI hadden met name betrekking op de bijkomende kosten. Hiernaast zou het feit dat de bijeenkomsten van de GLI mogelijk plaatsvinden op een onbekende locatie ver van huis ervoor kunnen zorgen dat men minder geneigd is tot deelname. Patiënten noemden geen logistieke barrières.
Communicatie door professionals
Verschillende facetten gerelateerd aan communicatie door professionals werden als belangrijk benoemd door respondenten. Zo gaven zij aan dat goede samenwerking door goede communicatie tussen POH’s en leefstijlcoaches een faciliterend effect kan hebben. Een potentiële barrière die werd genoemd is de communicatieve vaardigheid van de leefstijlcoach die de groepen leidt. Wanneer een leefstijlcoach zijn eigen mening te sterk laat doorklinken of neerbuigend of oordelend optreedt, ervaren patiënten dit als negatief, wat deelname kan belemmeren.
Kwantitatief onderzoek
Tegelijkertijd werd kwantitatief haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd waarbij de GLI-LEEF interventie werd toegepast op meerdere locaties in Drenthe. Met hulp van 38 huisartsenpraktijken en advertenties (op Facebook en in Drentse buurtkranten) zijn in totaal 100 aanmeldingen ontvangen. Hiervan zijn 44 patiënten daadwerkelijk begonnen en hebben 34 patiënten de volledige leefstijlinterventie doorlopen. Momenteel wordt de haalbaarheid geanalyseerd met een procesevaluatie.