Even ter inleiding: wat willen jullie met het onderzoek RELOCARE bereiken?
“We hopen kennis te verzamelen, die we kunnen gebruiken om verhuizingen binnen de verpleeghuiszorg zo goed mogelijk te laten verlopen: wat gaat er wel en niet goed in het verhuisproces en welke negatieve gevolgen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen?”
Het onderzoek bestaat uit meerdere werkpakketten, bij welk werkpakket ben jij direct betrokken?
“Ik onderzoek de impact van interne verhuizingen op verpleeghuisbewoners en hun naasten: wat zijn de kenmerken en gevolgen van een verhuizing voor hen? Collega-onderzoekers uit andere ouderenzorgnetwerken richten zich op het verbeteren van verhuisprocessen en de gevolgen en ervaringen van innovatieve, alternatieve woonzorgconcepten. Om de drie weken praten we elkaar bij en wisselen we onderling informatie uit.”
En hoe probeer je deze impact inzichtelijk te maken? Dat lijkt me lastig, omdat veel verpleeghuisbewoners te maken hebben met geheugen- en denkproblemen, een groep mensen die hun gevoel niet goed meer onder woorden kan brengen.
“Om een breed overzicht te creëren zijn we gestart met open interviews met mensen die vanuit verschillende perspectieven ervaring hadden met interne verhuizingen en hebben hun gevraagd wat volgens hen de impact op bewoners en naasten is. We hebben gesproken met naasten, verpleegkundigen, een psycholoog, een geestelijk verzorger, een manager woonzorg, een specialist ouderengeneeskunde, cliëntenraadleden, een directeur zorg en welzijn, een vastgoed expert en een journalist. Daarnaast hebben we een duo-interview gehouden met een bewoner en schoonzoon. Vervolgens hebben we na de interviews een focusgroep georganiseerd om de eerste resultaten gezamenlijk te bespreken.”
Hoe hebben de geïnterviewden het meedoen met het onderzoek ervaren?
“Dat heb ik ze niet letterlijk gevraagd, maar het feit dat een flink aantal van hen direct enthousiast was om ook deel te nemen aan de focusgroep, gaf mij wel het gevoel dat ze het meedoen als waardevol hebben ervaren, en dat zij het een belangrijk onderwerp vonden. Diverse betrokkenen gaven ook aan dat het meedoen met de interviews ervoor heeft gezorgd, dat ze zich meer bewust zijn geworden van het verhuisproces.”
Kun je al resultaten uit de interviews met ons delen?
“We hebben tot nu toe ervaren dat de impact van een verhuizing per bewoner kan variëren en uiteenloopt van heel positief tot erg negatief. Betrokkenen gaven aan dat sommige bewoners het heel spannend en eng vonden, maar dat er ook wel bewoners waren die het fijn vonden om te verhuizen naar een andere plek. Ook werd aangegeven dat per verhuisfase de impact kan variëren: een bewoner kan vooraf erg opzien tegen de verhuizing, de impact lijkt op dat moment groot, en achteraf blijkt het hem allemaal best mee te zijn gevallen, waardoor de impact op dat moment weer minder groot lijkt, of juist andersom. Eén van de geïnterviewden zei: ‘Soms is het lastig om te zien wat een verhuizing met een bewoner doet. Als er bij een bewoner onrust ontstaat na een verhuizing is het niet altijd duidelijk: komt dit door die verhuizing of is er iets anders aan de hand?’ Meerdere geïnterviewden benoemden dat het bij bewoners met vergevorderde dementie ook wel eens lastig is om in te schatten hoe de verhuizing nu ervaren wordt: 'Hij lijkt de verhuizing te zijn vergeten, maar dat zegt niets over hoe hij zich hierdoor nu voelt.’
De impact varieert dus sterk. Wat zorgt, naast de verhuisfase, vooral voor deze variatie?
“De impact van een interne verhuizing is sterk afhankelijk van een aantal aspecten: Ten eerste kan het afhangen van de mentale veerkracht van de bewoner: voor iedereen geldt dat de ene persoon beter kan omgaan met veranderingen dan de ander, maar ook dementie kan hierop van invloed zijn. Ten tweede kan de manier waarop de verhuizing is georganiseerd zorgen voor variatie in impact: hoe is de verhuizing voorbereid? Wie is er meegenomen in de voorbereidingen en op welke manier? Een derde aspect dat de impact kan beïnvloeden zijn de sociale connecties van een bewoner: een individuele verhuizing naar een andere locatie, met een compleet nieuw team van zorgmedewerkers en behandelaars en met nieuwe medebewoners, kan een andere impact hebben op een bewoner dan een groepsverhuizing, waarbij het hele zorgteam en de medebewoners met de bewoner meeverhuist. En ook de nieuwe (zorg)omgeving: hoe de nieuwe omgeving is ingericht, is medebepalend voor de impact. Bijvoorbeeld wanneer de nieuwe locatie de bewoner een eigen kamer biedt. Dit biedt de bewoner mogelijk meer privacy en rust. Of wanneer een nieuwe zorgomgeving een bewoner meer maatwerk biedt. Een geïnterviewde verpleegkundige gaf bijvoorbeeld aan dat een bewoner in zijn nieuwe omgeving helemaal opbloeide vanwege de geboden structuur.”
Welke tips, op basis van de bevindingen tot nu toe, wil je zorgorganisaties die op het punt staan verhuizingen te organiseren nu al meegeven?
“We hebben opgemerkt dat een goede voorbereiding van de verhuizing de negatieve impact van een verhuizing op bewoners kan beperken. Door bewoners en naasten goed mee te nemen in de voorbereidingen, bijvoorbeeld door het organiseren van familie- en bewonersbijeenkomsten. Belangrijk is ook een heldere communicatie met alle betrokkenen in de voorbereiding, tijdens en na de verhuizing. Daarnaast is het belangrijk om sociale connecties van bewoners waar mogelijk zoveel mogelijk te behouden. Tot slot is het belangrijk om aandacht te hebben voor de voordelen van de nieuwe (zorg)omgeving voor de bewoners.”
Wat is je volgende stap in dit onderzoek?
“Ik ben op dit moment bezig met twee vervolgstudies. Met de ene zoeken we met behulp van dossieronderzoek uit hoe vaak verhuizingen binnen het verpleeghuis voorkomen. En met de andere studie volg ik vier verschillende bewoners voor, tijdens en na hun verhuizing om een nog beter beeld te krijgen wat de impact van interne verhuizingen is op bewoners.