Operatie bij slokdarmkanker

Bij deze operatie halen we de tumor in uw slokdarm en het weefsel en de lymfeklieren daaromheen weg. Dit kan een kijkoperatie of een 'open' operatie zijn.

Deze operatie doen we als u slokdarmkanker heeft. Maar alleen als er geen uitzaaiingen in andere organen zijn. En de tumor niet is doorgegroeid in de grote lichaamsslagader of de luchtpijp.

Kijkoperatie of 'open' operatie

De meeste mensen herstellen sneller van een kijkoperatie dan van een open operatie. Of u een kijkoperatie kunt krijgen, hangt af van de plaats en de grootte van de tumor. U hoort dit van uw arts.

Operatie stoppen

Soms zien we tijdens de operatie uitzaaiingen die vooraf niet op de PET- en/of CT-scan te zien waren. Als dat zo is, stoppen we de operatie. De arts bespreekt dan zo snel mogelijk met u welke behandelingen wel mogelijk zijn.

Sondevoeding

De eerste 3 dagen na de operatie mag u niet zelf eten, wel mag u een aantal glazen helder, vloeibaar drinken. Dit komt door de hechtnaden in uw maag. Ook de weken daarna kunt u nog niet eten zoals u gewend bent. U krijgt daarom sondevoeding. Dit is hele dunne voeding die via een slangetje in de buikwand direct in de dunne darm komt. Dit slangetje heet een voedingssonde. Deze sonde krijgt u tijdens de operatie en blijft ten minste 6 weken zitten.

Dagboek: hulp bij snel herstel

U krijgt een dagboek van de verpleegkundig casemanager. Dit dagboek helpt u zo snel mogelijk na de operatie weer in beweging te komen. Er staat in wat u daarvoor voor en na de operatie kunt doen. Ook kunt u in het dagboek samen met de verpleegkundig casemanager bijhouden hoe dit gaat.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een brief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich voorbereidt.

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

    De arts vertelt u over de operatie en de voorbereidingen. Een slokdarmoperatie is een zware operatie. We bespreken hoe u uw lichaam hierop voorbereidt en daarmee de kans vergroot dat u goed herstelt. Zo krijgt u adviezen over voeding, bewegen en stoppen met roken.

  2. Meestal wordt u de dag voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis. In de opnamebrief staat waar u moet zijn.

    We bereiden dan de operatie voor. U krijgt ademhalingsoefeningen die u na de operatie kunt doen en een slaapmedicijn als u dat wilt, bijvoorbeeld. Vanaf 24 uur voor de operatie mag u niet meer eten en drinken.

  3. U trekt operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. U krijgt een infuus in uw arm. Daarna gaat u naar de operatiekamer. U krijgt een narcosemiddel via het infuus, zodat u niets van de operatie merkt.

    Kijkoperatie

    Bij een kijkoperatie maakt de chirurg 6 kleine sneetjes in de buik en krijgt u lucht in de buikholte. Aan de rechterkant van de borstholte maakt de chirurg 4 kleine sneetjes en 1 grotere. Via deze sneetjes brengen we de instrumenten waarmee we de operatie doen.

    Open operatie

    Bij de 'open' operatie maakt de chirurg een grotere snee in de buik en aan de linker- of rechterkant van de borstholte. Als de tumor hoger in de slokdarm zit, maakt de chirurg soms ook een opening in de hals.

    Als we geen uitzaaiingen zien, haalt de chirurg de tumor, een groot deel van de slokdarm en de lymfeklieren daaromheen weg. Dit weefsel gaat naar de patholoog voor onderzoek. Het overgebleven deel van de slokdarm maken we weer vast aan het maag-darmkanaal. Daarvoor maken we van de maag een soort buis die we naar boven verplaatsen en vastmaken aan de overgebleven slokdarm. Dit heet een 'buismaag'.

    Soms kunnen we geen buismaag maken. Als u eerder een maagoperatie heeft gehad en er geen of te weinig maag over is, bijvoorbeeld. We maken dan een nieuwe verbinding tussen de overgebleven slokdarm en maag met een stuk van uw dikke darm.

    Ook plaatsen we een slangetje via de buikwand in de dunne darm. Dit is de voedingssonde waardoor u de eerste 6 weken sondevoeding krijgt.

    De operatie duurt ongeveer 6-8 uur. Hoe lang de operatie precies duurt hangt af van uw situatie. Als u goed herstelt, blijft u 8 dagen in het ziekenhuis.

  4. U blijft na de operatie 1 dag op de intensive care. Hier houden we u goed in de gaten. U heeft verschillende slangetjes, bijvoorbeeld:

    • 1 of 2 infusen voor vocht
    • een dun slangetje in de rug voor medicijnen tegen pijn
    • een sonde door de neus die in de buismaag ligt om hechtnaden te ontlasten en maagsap af te voeren
    • 3 drains in de borstholte om wondvocht af te voeren
    • een blaaskatheter om urine af te voeren
    • een sonde in uw buik voor sondevoeding

    Op de eerste dag na de operatie gaat u naar de Intensieve Verpleegkundige Zorgunit (IVZ) om verder te herstellen. Hier ligt u aan een monitor waarop uw vitale gegevens te zien zijn. We houden in de gaten of alles goed met u gaat. Als alles goed gaat, gaat u na een paar dagen naar de verpleegafdeling om verder te herstellen. Het is belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. De verpleegkundigen en de fysiotherapeut helpen u daarbij. De fysiotherapeut helpt u ook met de ademhalingsoefeningen.

    In het begin krijgt u dag en nacht sondevoeding. De eerste dagen mag u een paar glazen water of thee drinken. Vanaf dag 4 mag u ook yoghurt en vla. Na 2 weken heeft u een controle op de polikliniek bij de chirurg en de diëtist. Als alles goed gaat mag u dan weer starten met vast voedsel.

  5. U kunt 8 dagen na de operatie naar huis als u voldoende bent hersteld. Tijdens de opname leert u hoe u zelf uw sonde verzorgt en uzelf tromboseprikjes geeft. Als u thuis nog zorg nodig heeft, regelen we daar hulp voor.

    Voeding

    U gaat naar huis met een voeibaar dieet. Als u na 2 weken voor controle naar het UMCG komt en alles goed gaat, mag u beginnen met vaste voeding. U eet in het begin waarschijnlijk nog niet zoveel en moet wennen aan een nieuw eetpatroon. Om genoeg voeding binnen te krijgen, eet u verdeeld over de dag meerdere kleine porties. Na 3-6 maanden gaat dit meestal beter.

    Sondevoeding is hierbij een belangrijke aanvulling. U blijft dit thuis gebruiken, meestal alleen 's nachts. Uw arts en diëtist vertellen u hoe u de sondevoeding kunt afbouwen. Als het zover is, halen we de voedingssonde weg tijdens een afspraak in het ziekenhuis.

    Liggen en slapen

    Als u slaapt kunnen eten, drinken en maagsappen weer omhoog komen. U kunt daardoor ontstekingen in de slokdarm en ademhalingsproblemen krijgen. Dit blijft uw hele leven zo. U kunt dit voorkomen door het hoofdeinde van uw bed te verhogen. U slaapt dan met uw hoofd in een hoek van 30 graden.

    Maagzuurremmers

    U krijgt medicijnen om de zuurgraad in uw maag te verlagen. Deze medicijnen heten maagzuurremmers en zijn bedoeld om ontsteking van de slokdarmwand te voorkomen.

    Fraxiparine

    U geeft uzelf 30 dagen antistolling-prikjes om de kans op bloedpropjes in uw aders te verkleinen.

    Multivitamine en ijzer

    U krijgt het advies om na de operatie uw hele leven lang multivitaminen en ijzertabletten te gebruiken. Dit om de kans op vitamine- en ijzertekorten kleiner te maken. De diëtist vertelt u hierover.

  6. We onderzoeken de weggehaalde slokdarm en lymfeklieren op kankercellen. U krijgt de uitslag daarvan meestal binnen 2 weken na de operatie van uw arts.

    Soms kunt u samen met uw arts besluiten dat u een aanvullende behandeling met immunotherapie krijgt. Of dit nodig is, hangt af van de uitslag van het weefselonderzoek. U bespreekt dit dan verder met de medisch oncoloog.

  7. Na 4 tot 6 weken komt u weer naar het ziekenhuis voor controle. We onderzoeken u dan. U maakt ook afspraken over wanneer u terugkomt voor controle.

  • U kunt na de operatie slikklachten krijgen, bijvoorbeeld door littekenweefsel. We maken dan een slikfoto om te onderzoeken wat er aan de hand is. Als uw voedsel niet goed meer door uw slokdarm kan, kunnen we deze oprekken met een flexibele staaf of een ballonnetje. Dit heet een dilatatie.

    Vooral na een kijkoperatie kunt u schouderpijn hebben. Dit gaat vanzelf weer over.

    De operatie verloopt meestal goed. Heel soms zijn er bijkomende problemen. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

    • longontsteking of verminderde zuurstofwisseling door taai slijm
    • naadlekkage
    • bloeding
    • wondinfectie

    Dumpingsyndroom

    Na de operatie kan er sneller en meer voedsel in uw dunne darm komen. Daardoor neemt het lichaam sommige voedingsstoffen sneller op en kan uw voedsel te snel worden afgebroken. Dit heet het dumpingsydroom. Dat kan de volgende klachten geven:

    • misselijkheid
    • buikpijn
    • diarree
    • hartkloppingen
    • zweten
    • sterk hongergevoel

    Niet iedereen krijgt hier last van. De diëtist vertelt u hoe u klachten kunt voorkomen.

Bijwerkingen en risico's

U kunt na de operatie slikklachten krijgen, bijvoorbeeld door littekenweefsel. We maken dan een slikfoto om te onderzoeken wat er aan de hand is. Als uw voedsel niet goed meer door uw slokdarm kan, kunnen we deze oprekken met een flexibele staaf of een ballonnetje. Dit heet een dilatatie.

Vooral na een kijkoperatie kunt u schouderpijn hebben. Dit gaat vanzelf weer over.

De operatie verloopt meestal goed. Heel soms zijn er bijkomende problemen. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • longontsteking of verminderde zuurstofwisseling door taai slijm
  • naadlekkage
  • bloeding
  • wondinfectie

Dumpingsyndroom

Na de operatie kan er sneller en meer voedsel in uw dunne darm komen. Daardoor neemt het lichaam sommige voedingsstoffen sneller op en kan uw voedsel te snel worden afgebroken. Dit heet het dumpingsydroom. Dat kan de volgende klachten geven:

  • misselijkheid
  • buikpijn
  • diarree
  • hartkloppingen
  • zweten
  • sterk hongergevoel

Niet iedereen krijgt hier last van. De diëtist vertelt u hoe u klachten kunt voorkomen.

  • Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. 

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. 

Heeft u nog vragen?

U kunt de verpleegkundig casemanager bellen via de polikliniek Gastro-intestinale oncologie (GIO). Zij hebben spreekuur van maandag tot en met vrijdag, tussen 9.00 en 10.00 uur. U kunt ook een e-mail sturen.

Heeft deze informatie je geholpen?