Volwassenen
Je gaat op je buik op de behandeltafel liggen. De uroloog bekijk eerst met een echo apparaat waar de nier ligt en waar de katheter het beste kan komen. Een nierkatheter plaatsen we via de flank in de nier, dus via de zijkant van de buik. De verpleegkundige maakt de plek waar we gaan prikken schoon. Je krijgt steriele doeken over je heen. De uroloog geeft je een plaatselijke verdoving met een naald. Dan prikt de uroloog met een dunne naald in de nier. Soms vraagt de uroloog je om je adem in te houden tijdens het aanprikken van de nier. Hierna vervangt de uroloog de naald voor de nierkatheter. De nierkatheter heeft een ballonnetje of krul aan het eind, hierdoor blijft het goed in de nier zitten.
Kinderen
De verpleegkundige brengt je naar de operatiekamer. 1 van je ouders/verzorgers mag met je mee. Je krijgt een operatiehemd aan. Je ouder/verzorger krijgt ook speciale kleding aan, zoals een overall, slofjes en een muts.
Je krijgt een verdoving (narcose). Je hebt van te voren met de slaapdokter afgesproken of je de narcose-slaap krijgt via een prik of via een kapje. Toverpleisters zorgen dat je de narcose-prik niet voelt. Als je slaapt, gaat de arts aan het werk. De arts prikt eerst in de nier. En plaatst dan de nierkatheter in de nier.
Röntgenopnames
Tijdens het plaatsen van de nierkatheter maken we röntgenfoto's. Met röntgenopnames zien we de binnenkant van je lichaam. En zien we of de nierkatheter op de juiste plek zit. Om de nier goed te zien op de röntgenfoto's, spuiten we een contrastvloeistof in de nier. Dit kan een drukkend gevoel in je zij geven.