U trekt operatiekleding aan. In de voorbereidingskamer krijgt u een infuus. En u krijgt antibiotica om infecties te voorkomen. Daarna gaat u naar de operatiekamer.
U krijgt een narcosemiddel via het infuus. Daardoor merkt u niets van de operatie. De chirurg opent de buik in het midden vanaf het borstbeen tot aan het schaambeen. Zo wordt de hele buikholte zichtbaar. Het tumorweefsel wordt zo goed mogelijk weggehaald.
Bij een HIPEC-operatie halen we soms ook weefsel of organen helemaal of voor een deel weg. Bijvoorbeeld vet, buikvlies of delen van de dikke darm, dunne darm of maag. Bij vrouwen soms de baarmoeder en/of de eierstokken en de milt en/of de galblaas. Of dit nodig is, hangt af van de plaats en de grootte van de tumor. Dit is niet altijd vóór de operatie duidelijk.
Daarna maken we een soort kom van de buikholte. Dat doen we door de randen van de buikwand op te trekken naar een ring boven de buik. Met slangen en een pomp vullen we deze kom met ongeveer 5 liter vloeistof, die wordt verwarmd en rondgepompt. Als de vloeistof de juiste temperatuur heeft, doen we de cytostatica erbij. De buikholte wordt hiermee ongeveer 90 minuten gespoeld.
Na het spoelen laten we via de slangen de vloeistof weglopen. Daarna halen we de slangen weg.
De hele behandeling, operatie en chemotherapie, duurt 6 tot 16 uur.