• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Wat te doen bij vermoeden beroerte?

Print 

Omdat de hersenen slechts een korte tijd zonder zuurstof kunnen, is het belangrijk om snel te handelen als iemand een beroerte heeft. Daarom is het goed om de waarschuwingstekens van een beroerte te kennen, zodat de hulpdiensten snel gewaarschuwd kunnen worden wanneer bij uzelf of een ander een beroerte optreedt.

Zelfs als de waarschuwingstekens slechts enkele minuten duren is het van belang om naar de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) te gaan. Een zesde van de patiënten met een beroerte heeft in de dagen tot weken voor de beroerte deze waarschuwingstekens al gehad gedurende enkele minuten. Deze voorbodes van een beroerte worden ook TIA (transiente ischemische aanval) of mini-beroerte genoemd. Als de oorzaak van een TIA tijdig opgespoord wordt, kan de kans op een beroerte in sommige gevallen afnemen.

Waarschuwingstekens voor een beroerte

  • Plotseling krachtsverlies in gelaat, arm of been.
  • Plotse gevoelsstoornissen in gelaat, arm of been.
  • Plotse last om te spreken of om mensen te verstaan.
  • Plotse blindheid of een wazig zicht uit een of beide ogen.
  • Plotse duizeligheid of evenwichtsstoornissen.
  • Plotse zeer hevige hoofdpijn.


Als iemand in uw omgeving (of uzelf) vermoedelijk een beroerte heeft, moet u onmiddellijk 112 bellen.

Of iemand een beroerte heeft kunt u snel vaststellen met de FAST-test van de Nederlandse Hartstichting. Wacht dus nooit af of de klachten misschien weer spontaan bijtrekken.

FAST-test

De FAST-test is een snelle test om een beroerte bij iemand te herkennen. FAST staat voor: Face, Arm, Speech en Time en kan worden vertaald naar 'GAST': Gezicht, Arm, Spraak en Tijd.
Hieronder staat aangegeven hoe deze test wordt uitgevoerd:

  • Gezicht (Face)
    Vraag de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Let op of de mond scheef staat en een mondhoek naar beneden hangt.
  • Arm (Arm)
    Vraag de persoon om beide armen tegelijkertijd horizontaal naar voren te strekken en de binnenzijde van de handen naar boven te draaien. Let op of een arm wegzakt of rondzwalkt.
  • Spraak (Speech)
    Vraag aan de persoon of aan de familieleden of er veranderingen zijn in het spreken (onduidelijk spreken of niet meer uit de woorden kunnen komen).
  • Tijd (Time)
    Stel vast hoe laat de klachten bij de persoon zijn begonnen. Dit is van belang voor de behandeling.

Als deze signalen worden herkend: bel direct de huisarts of 112.